Congregationalisme
Congregationalisme is een soort kerkbestuur in het protestantisme, waarin elke gemeente onafhankelijk is. Dit soort organisaties vindt men onder andere bij de Anabaptisten, Baptisten, de Congregationalistische kerken en de Pinkstergemeenten.
In het christendom onderscheiden deze kerken zich van de synodale kerken (ook wel Presbyterianisme genoemd), die worden bestuurd door democratisch gekozen organen van geestelijken en leken en van het episcopalisme dat het bestuur van bisschoppen en aartsbisschoppen kent. Daarnaast bestaan er nog de vrije gemeenten die bij geen enkel kerkverband aangesloten zijn.
[bewerken] Geschiedenis
In Engeland en de Verenigde Staten ontstonden in de 17e eeuw kerken die in de leer nauw verbonden waren met de Gereformeerden op het Europese vasteland en met de Presbyterianen in Schotland, de kerkinrichting was alleen geheel anders. Ter typering daarvan werden door anderen de benamingen independent en independentisme gebruikt, die echter door de betrokkenen zelf als onjuist werden afgewezen. Minder sterk was hun bezwaar tegen de aanduiding "congregational", dat de nadruk legde op de positie van de plaatselijke gemeente ("congregation") binnen het kerkverband.
In de jaren 1640 typeerden hun woordvoerders het kerkrechtelijk verschil met de Schotse Presbyterianen wel als een verschil tussen 'congregational' en 'klassiek', met het oog op de functie en de bevoegdheden die in het Schotse systeem werden toegekend aan de 'presbytery', die boven de plaatselijke kerkeraad, de 'kirk-session' stond. In de naam van de betrokken kerken is de aanduiding Congregational in de loop der tijden gebruikelijk geworden. De congregationalistische kerken zijn beperkt gebleven tot de Angelsaksische wereld en de invloedssfeer daarvan. Het zwaartepunt kwam hierbij te liggen in de Verenigde Staten, waar ze zich in de 17e eeuw vrijer konden ontwikkelen dan in Engeland.
Vanwege de vervolging weken verschillende Puriteinen uit naar Nederland (bijvoorbeeld Middelburg: Robert Browne; Amsterdam: Francis Johnson; Leiden: John Robinson). In de periode 1610-1640 verbleven in Nederland verscheidene Engelse voorgangers (verbonden aan garnizoenskerken e.d.), die zich niet van de Engelse staatskerk hadden afgescheiden en die na hun vertrek naar Engeland en naar "Nieuw-Engeland" daar tot de belangrijkste woordvoerders van het congregationalistisme werden.
Daarnaast werd door de congregationalisten dankbaar gewag gemaakt van de invloed die op hun ecclesiologische inzichten was uitgegaan van met name William Ames en Robert Parker (beiden in Nederland overleden). Uiteraard was men van de kerkrechtelijke gedachten en praktijken in Nederland goed op de hoogte. Veel kennis werd ook aan de dag gelegd met betrekking tot opvattingen van Johannes Calvijn, Theodorus Beza en andere figuren uit de tijd na de reformatie.
Literatuur:
- Nijkamp, M., 'Kerk op orde, congregationalisme de derde weg in de kerk van de toekomst', 's-Gravenhage, 1991
- Karelse, Jan H., 'Congregationalisme. Onderzoek naar zijn wording in West-Europa en zijn doorwerking in de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland alsmede een aanzet tot een nieuwe bibliografie van het Congregationalisme'. Licentiaatsverhandeling. Brussel, 1993
- Karelse, Jan H., 'Wie zijn wij als Vrije Evangelische Gemeenten?' Velp, 1991
- Karelse, Jan H., 'Ik geloof een heilige, algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen. Het congregationalisme en zijn mogelijke bijdrage aan de kerk van de toekomst', in: Ties J. Prins en Ed van den Berg, red., 'Niet om te twisten. Risico's en uitdagingen voor Vrije Evangelische Gemeenten', Gorinchem, 1995, 7-27
| Christendom (portaal) | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|||||||||||||