Coniotomie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Coniotomie ter hoogte van het groefje onder de adamsappel

Een coniotomie of cricothyreotomie is een chirurgische noodprocedure om in geval van een luchtwegobstructie de ademweg vrij te maken.

Bij een coniotomie wordt een gaatje gemaakt in het strottenhoofd, vlak onder de stembanden, in de membrana cricothyreoidica, de membraan die zich bevindt tussen het ringkraakbeen en het schildkraakbeen van het strottenhoofd. Dit is een tijdelijke oplossing van het probleem van de ademobstructie die snel dient te worden vervangen door een intubatie of door een tracheotomie omdat anders een littekenvernauwing ter plaatse kan ontstaan, een stenose van de subglottische ruimte.

Bij situaties waarbij iemand dreigt te stikken door obstructie van de keel zoals een wespensteek in de keel, epiglottitis (acute kroep) of een brok voedsel dat niet vanuit de mond te verwijderen is en waarbij een heimlichmanoeuvre niet werkt, is mond-op-mondbeademing alleen soms niet afdoende, omdat de ingeblazen lucht niet langs de obstructie kan. Een coniotomie kan in zo'n geval toegepast worden om een kunstmatige luchtweg te creëren.

Bij een coniotomie maakt men met een scalpel een kleine snede ter hoogte van het groefje onder de adamsappel. Hierbij wordt de voorwand van de onderliggende luchtpijp geopend. Vervolgens wordt er een canule ingebracht om deze kunstmatige luchtweg open te houden. In de praktijk is de canule afkomstig uit een speciaal voor dit doel samengestelde coniotomieset. In fictie ziet men deze procedure nogal eens uitgevoerd worden met geïmproviseerde materialen, zoals een stanleymes en het omhulsel van een balpen, soms zelfs door leken. In werkelijkheid wordt dit doorgaans als te riskant beoordeeld, onder andere omdat met een mes dat minder scherp is dan een scalpel veel schade kan worden aangericht aan de weefsels, en omdat het gebruik van niet-steriele instrumenten een aanzienlijk infectierisico met zich meebrengt. Als de ingreep bovendien door een leek wordt uitgevoerd bestaat er een groot risico dat de snede op een verkeerde plek wordt gezet en er belangrijke bloedvaten of zenuwen geraakt worden. In hedendaagse reanimatietrainingen wordt coniotomie dan ook niet aan leken onderwezen. De instructie voor het handelen bij een obstructie van de luchtweg is het steeds herhalen van de cyclus 'aansporen tot hoesten – 5 keer op de rug slaan – 5 keer heimlichmanoeuvre' totdat de patiënt buiten bewustzijn raakt; vervolgens starten met reanimatie (hartmassage + mond-op-mondbeademing) en wachten op de ambulance.

Een ambulanceverpleegkundige is bevoegd om een coniotomie uit te voeren in het geval van nood.