Contactor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De contactor gemonteerd op DIN-rail met 3 hoofdcontacten en 1 NO hulpcontact.
De voorstelling van een contactor in het elektrisch schema.

Een contactor is een relais dat naast contacten voor de stuurstroom ook hoofdcontacten of vermogencontacten heeft, waardoor de contactor de verbinding vormt tussen de stuurkring en de vermogenkring.

Onderdelen van de contactor[bewerken]

  • De contactor voet waarmee de contactor op de rail of montageplaat gemonteerd wordt
  • De contactor spoel
  • De hoofdcontacten die duidelijk zwaarder zijn uitgevoerd dan de hulpcontacten
  • De bluskamers van de hoofdcontacten, die de vonken moeten doven die ontstaan bij het uitschakelen van inductieve belastingen. Bij het openen van de hoofdcontacten wordt de vlamboog naar de bluskamers gedrukt waar de boog in meerdere stukken wordt gekapt.
  • De hulpcontacten die opgenomen kunnen worden in de stuurkring
  • De ijzeren kern die samen met de spoel een sterke elektromagneet vormt. Deze magneet sluit de contacten bij het bekrachtigen van de spoel, dus als er spanning op wordt gezet.
  • De veer die de contacten moet openen als de spoel niet bekrachtigd wordt.
  • De behuizing
  • De aansluitklemmen kunnen veerdruk- of schroefklemmen zijn
  • Het ingebouwde snubbernetwerk; de vrijloop diode, varistor of RC netwerk om de overspanning van de spoel bij afschakeling weg te filteren

Nummering van de contacten[bewerken]

De hoofdcontacten worden standaard aangegeven met nummers 1-2, 3-4 en 5-6. De spoel wordt aangegeven met nummering A1-A2 en de hulpcontacten worden genummerd met xy waar x staat voor het nummer van het contact en y voor de onbekrachtigde staat. Zo zijn de mogelijkheden voor y:

  • x1-x2 voor een in onbekrachtigde staat gesloten (NC) contact (NC = normally closed)
  • x3-x4 voor een in onbekrachtigde staat open (NO) contact (NO = normally open)
  • x5-x6 voor een in onbekrachtigde staat gesloten (NC) vertraagd contact
  • x7-x8 voor een in onbekrachtigde staat open (NO) vertraagd contact

als het eerste contact een NO contact is en het tweede een NC contact dan krijgen we nummering 13-14 en 21-22.

Kenmerken van de contactor[bewerken]

  • De thermische stroom Ith van de contactor in Ampère is de stroom die de contactor permanent kan verdragen bij gesloten contacten zonder overhit te raken. Bij inductieve belastingen is deze thermische stroom groter dan de stroom die de contactor mag afschakelen!
  • De nominale stroom In van de contactor in Ampère is de stroom die de contactor kan schakelen bij de gegeven gebruikskategorie.
  • De gebruikscategorie van de hoofdcontacten van de contactor is meestal AC3 wat slaat op inductieve AC-belastingen van asynchrone motoren.
  • De maximale spanning voor de contacten.
  • De spoelspanning en frequentie zijn de spanning en frequentie van de stuurstroom.
  • De ontstoring of het snubbernetwerk om de overspanning, die ontstaat bij het uitschakelen van de spoel, weg te werken. Er zijn verschillende vormen van ontstoringen:
    • Een vrijloopdiode enkel bij DC spoelen. Belangrijk is de polariteit van de vrijloopdiode.
    • Een varistor bij zowel AC als DC spoelen.
    • Een RC-keten bij zowel AC als DC spoelen.
  • De hulpcontacten die ingebouwd zijn en de mogelijkheid om daarbij hulpcontacten aan te bouwen. Zo wordt vaak een blok met de thermische beveiliging direct aan de contactor gemonteerd.