Coquille (staal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Coquille gietvorm voor staal.

Een coquille of blokvorm is een zware en permanente gietvorm waarin het uit de staalbereidingsoven (convertor) afkomstige vloeibaar staal wordt gegoten.

Het staal stolt dan tot zware cilindrische blokvormen of ingots. De ingots hebben een massa van 10 ton. Deze worden verder verwerkt in walserijen tot platen, staven of draden. Ze moeten dan echter herverhit worden, waarna ze in de warmbandwalserij bijvoorbeeld tot pantserplaat en vervolgens tot scheepsplaat worden gewalst, waarna ze eventueel in een koudbandwalserij tot dunnere plaat kunnen worden verwerkt.

Dit proces, dat discontinu gieten of blokgieten wordt genoemd, is sinds de jaren '60 van de 20e eeuw goeddeels vervangen door het continu gieten, dat leidt tot een hogere productiviteit, een betere homogeniteit en minder energieverbruik. Bij Corus in IJmuiden gebeurde dat in 1988. Blokgieten wordt nog slechts toegepast bij de bereiding van kleine hoeveelheden speciaalstaal.

Coquillegieten[bewerken]

De term coquillegieten wordt ook gebruikt voor het gieten van non-ferro metalen en legeringen. De gietvorm is dan een permanente vorm die uit twee helften bestaat. De vorm blijft behouden maar het werk is minder nauwkeurig dan bij gietmethoden als de verloren-wasmethode. Ook moet men rekening houden met lange stoltijden. Vooral betrekkelijk eenvoudige aluminium producten worden met deze methode vervaardigd.