Cordon sanitaire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een cordon sanitaire is een techniek waarbij men een ongewenste of gevaarlijke situatie probeert te isoleren door er een beschermende kring rond te leggen. Men gebruikt daarom ook het woord 'schutkring'.

In de veehouderij gebeurt zoiets wanneer ergens een besmettelijke ziekte, bijvoorbeeld varkenspest of vogelpest, uitgebroken is. Niemand mag dan nog dieren van en naar dat bedrijf vervoeren en andere contacten worden ook tot het strikte minimum beperkt.

In de internationale politiek wordt soms een handelsembargo als cordon sanitaire uitgevaardigd. Diplomatieke contacten en internationale handel worden dan tot een strikt minimum teruggeschroefd. Een voorbeeld was het Irak van Saddam Hoessein na de aanval op Koeweit.

In de binnenlandse politiek spreekt men van een cordon sanitaire als men een groep of een initiatief consequent negeert en weigert bij zaken te betrekken. Hoewel het hetzelfde beoogt, is het het tegenovergestelde van repressieve tolerantie. De bedoeling is die persoon of groep buitenspel te zetten. Volgens sommigen is deze tactiek niet democratisch. Om diverse redenen wordt hiernaar teruggegrepen, bijvoorbeeld:

  • Men heeft met onderhandelingen geen akkoord kunnen bereiken;
  • De meningen liggen te ver uit elkaar;
  • Toepassing van dezelfde methoden als de tegenpartij om deze te laten aanvoelen dat de houding of mening niet op prijs gesteld wordt.

Concreet geval in België: uitsluiting van het Vlaams Belang[bewerken]

In België werd in 1989 een cordon sanitaire tegen het Vlaams Blok in het leven geroepen door de overige Vlaamse partijen van dat ogenblik: CVP, sp, PVV, VU en Agalev. De extreemrechtse partij Vlaams Blok haalde toen bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen 17,17% van de stemmen.

Het protocol dat werd afgesloten op 10 mei 1989 op voorstel van Agalev-partijsecretaris Jos Geysels hield echter maar een paar weken stand. Op 26 juni blies VU-voorzitter Jaak Gabriëls het protocol op, waarna ook PVV en CVP zich niet meer gebonden achtten. In de aanloop van de parlementsverkiezingen van 1991 faalde wederom een poging om het protocol nieuw leven in te blazen.

Pas nadat het Vlaams Blok bij de verkiezingen van 24 november 1991 ook nationaal doorgebroken was, werd een nieuw initiatief genomen. Op 19 november 1992 keurden alle Vlaamse partijen, het Vlaams Blok uitgezonderd, in de Vlaamse Raad een resolutie goed waarin het zogenaamde 70-puntenplan inzake immigratie van het Vlaams Blok scherp veroordeeld werd wegens strijdigheid met de Europese Verklaring voor de Rechten van de Mens.

In de resolutie werden de beginselen van het cordon sanitaire vastgelegd. Het houdt in dat elke Vlaamse partij in geen geval bestuursakkoorden afsluit of politieke afspraken maakt met het Vlaams Blok. Het cordon sanitaire geldt zowel voor de lokale als nationale niveaus en verkiezingen. De beginselen van het cordon sanitaire werden nog eens uitdrukkelijk herbevestigd in het Charter voor de Democratie naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen in 2000.

De omvorming van Vlaams Blok naar Vlaams Belang ging gepaard met het opstellen van een nieuw partijprogramma. Na enige discussie besloten de andere partijen geen nieuw schriftelijk cordon sanitaire akkoord meer aan te gaan met betrekking tot het Vlaams Belang, zodat er formalistisch gesproken geen cordon sanitaire meer is ten aanzien van die partij. Het heeft tot de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 geduurd voor er zich de eerste kartelvormingen met het Vlaams Belang aandienden.

Kritiek op het cordon sanitaire[bewerken]

De democratische waarde van het cordon sanitaire blijft een vaak aangegaan discussiepunt in de Vlaamse politiek. Vele burgers ervaren het als een ondemocratische houding van die partijen die zichzelf als "democratisch" bestempelen. Met de partij worden namelijk ook alle personen die op deze partij gestemd hebben electoraal buitenspel gezet. Vele politieke analisten, waaronder Derk Jan Eppink, stellen ook dat onder de bescherming van het cordon sanitaire het Vlaams Blok, intussen omgevormd tot Vlaams Belang, de grootste partij werd in Vlaanderen. Dit komt doordat een partij die op deze manier geïsoleerd wordt sympathie kan wekken door zichzelf als slachtoffer neer te zetten en bovendien de regering naar believen op alle punten kan bekritiseren omdat ze zelf geen regeringsverantwoordelijkheid krijgen. Ook juristen als Matthias Storme en filosofen als Ger Groot en Johan Sanctorum zijn gekant tegen de situatie van het cordon. Jean-Marie Dedecker bestempelde dit cordon als een "democratisch deficit". Filosoof en opiniemaker Etienne Vermeersch weerlegt daarentegen de stelling als zou het cordon ondemocratisch zijn.

Nederland[bewerken]

Na de voor de Centrumdemocraten (CD) in de vier grote steden gunstig verlopen gemeenteraadsverkiezingen van 1990 stelde zijn fractieleider Hans Janmaat zich in het parlement bouder op en werd tegen deze nationalistische partij een cordon sanitaire ingesteld door het kabinet-Lubbers III en de Tweede Kamer. Janmaat verdedigde zich door, zo vaak hij kon, te benadrukken dat de CD buitengesloten werd.

In 2009 hebben verschillende partijen in Nederland aangegeven niet met de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders een regering te willen vormen. Wilders sprak hierop van een links cordon sanitaire. PvdA, GroenLinks, D66, SP en de ChristenUnie zeggen echter op basis van standpunten geen mogelijkheid voor samenwerking te zien. Er is geen sprake van een onderlinge afspraak, ook wordt de PVV in het parlement niet gemeden als het gaat om discussies met deze partij of het steunen van moties van deze partij. Zowel de VVD als het CDA sluiten coalitievorming met de PVV niet bij voorbaat uit.

Wilders zegt op voorhand geen partijen uit te sluiten, behalve GroenLinks omdat zij in hun verkiezingsprogramma zouden hebben opgenomen dat de Nederlandse cultuur niet bestaat.

Koude Oorlog[bewerken]

In de Koude Oorlog hanteerden beide partijen (Westen: de kapitalistisch-democraten, het Oostblok: het communisme) een cordon sanitaire-strategie.

De Sovjet-Unie had in de Tweede Wereldoorlog immense verliezen geleden, en wilde in geen geval een nieuwe grote oorlog die op haar grondgebied zou worden uitgevochten. In een aantal aangrenzende staten werden daarom bevriende regimes geïnstalleerd: na het reeds communistische Mongolië, Joegoslavië en Albanië werden ook Bulgarije, Roemenië, Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije en Oost-Duitsland communistisch. In het oosten en zuidoosten ging het om China, Noord-Vietnam en Noord-Korea, later ook om Laos, Cambodja en het herenigde Vietnam. Aan de zuidflank zou uiteindelijk Afghanistan worden bezet. Zo trok de Sovjet-Unie een veiligheidsgordel of cordon sanitaire op.

De NAVO-landen zagen deze expansie echter niet als defensief, maar als offensief. Er bestond een wezenlijke angst dat het communisme zich over de wereld zou verspreiden en volgens de Dominotheorie alle oude regimes zou omverwerpen. De NAVO ging dus over tot een Containment-politiek jegens het communistische blok. Democratische, of desnoods minder democratische, staten werd hulp toegezegd, met name als deze aan communistische staten grensden (Turkije, Zuid-Vietnam, Thailand, Zuid-Korea, de Bondsrepubliek Duitsland, Iran) of door communisme bedreigd werden (Griekenland en West-Europa vlak na de Tweede Wereldoorlog). Een netwerk van verdragen zorgde voor een verdedigingsgordel om de Sovjet-Unie: Canada in het noorden, Alaska, Japan en Taiwan in het oosten, de ZOAVO-landen in het zuidoosten, het Pact van Bagdad in het zuiden, en de NAVO in het westen.