Cornelia van Nijenroode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Cornelia van Nijenrode)
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Pieter Cnoll en Cornelia van Nijenrode bij hun buitenhuis door Jacob Jansz. Coeman (1665).

Cornelia van Nijenroode (Japan, rond 1629 - 1691) was een vrouw in de 17e eeuw. Zij was de dochter van een Nederlandse man, het opperhoofd in Japan Cornelis van Nijenrode, en een Japanse geisha, Surishia, uit de plaatselijke bevolking van Hirado. De vader van Cornelia, Van Nijenrode had eerder een verhouding met Tokeshio, een concubine, bij wie hij ook een dochter had, Hester.

Over het leven van Cornelia is veel bekend. Zij streed voor een recht dat naar moderne opvattingen ook de gehuwde vrouw toekomt: handelingsbekwaamheid over eigen vermogen.[1]

Na het overlijden van Van Nijenrode bemoeide zijn opvolger het opperhoofd Pieter van Santen zich met de opvoeding van de beide dochters, maar Van Santen werd teruggeroepen omdat hij zijn boekje te buiten ging. Hoewel hun moeders voor de kinderen zorgden, werden de beide meisjes, die vanwege de erfenis niet onbemiddeld waren, als wezen beschouwd en zijn door Nicolaes Coeckebacker in november 1637 naar Batavia opgezonden, voordat de Japanners in 1639 verordeneerden dat alle buitenlanders met hun echtgenoten het land moesten verlaten. Hun moeders, die inmiddels met een Japanner waren getrouwd, ontsprongen de dans.

Het eerste huwelijk[bewerken]

In 1643 werd Cornelia gedoopt in Batavia. In 1652 trouwde Cornelia met Pieter Cnoll, een kassier in het kasteel van Batavia. Hij maakte carrière als boekhouder en in de plaatselijke schutterij. In die functie zijn Cnoll en zijn echtgenote Cornelia van Nijenrode rond 1665 geportretteerd door Jacob Jansz. Coeman.[2] Het echtpaar had de beschikking over een huis aan de Tijgergracht, een buiten, een karos en 40 tot 50 slaven, die dienst deden in de huishouding of op het erf. In 1670 had het echtpaar vier kinderen.

Het tweede huwelijk[bewerken]

Nadat Cnoll in februari 1672 was gestorven, hertrouwde Cornelia in maart 1676, inmiddels met slechts een zoon, met de jurist Joan Bitter. De heethoofdige Bitter leek de Heren XVII aanvankelijk niet heel geschikt voor een functie als Raad van Justitie, maar in 1674 werd Bitter, die in Harderwijk had gestudeerd, na veel vijfen en zessen toch aangesteld, nadat Gillis Valckenier en Dirck Tulp hun ruzie hadden bijgelegd. In januari 1675 vertrok de familie Bitter vanuit Texel met de Ceylon .[3] Bitter hield een dagboek bij en de afvaart verliep niet zonder problemen. Toen zijn vrouw onderweg overleed na een miskraam, zag Bitter zich gesteld voor de opvoeding van vijf kinderen. Zijn oog viel op Cornelia, een rijke weduwe, die toehapte, maar wel zo slim was huwelijkse voorwaarden te stellen.

Hoe het huwelijk van Cornelia en Joan Bitter zich ontwikkelde is door Leonard Blussé beschreven in zijn boek Bitters Bruid. De echtgenoten kregen al gauw ruzie.

Cornelis Speelman en Constantin Ranst werden ingeschakeld om te bemiddelen. In november 1679 scheidde het echtpaar van tafel en bed. Omdat Bitter was betrapt op de smokkel van diamanten, voer hij in 1680 terug naar Holland; ontslagen en veroordeeld. Bitter keerde drie jaar later terug naar Batavia als raad van Justitie. De diamantensmokkel werd hem vergeven. De zaak liep verder op en het echtpaar werd in december 1687 door Johannes Camphuys, die zo genoeg had van de ruzie, naar Holland gezonden. In juli 1691 volgde de uitspraak. Kort daarna moet Cornelia op een nog onbekende plek zijn overleden. Bitter vestigde zich in Wijk-bij-Duurstede en werd benoemd tot burgemeester; hij stierf in 1714.

Referenties[bewerken]

  1. http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Nijenroode
  2. Het Geheugen van Nederland over Cornelia van Nijenrode
  3. http://www.vocsite.nl/schepen/detail.html?id=10211

Bron[bewerken]

  • Leonard Blussé (1997) Bitters bruid. Een koloniaal huwelijksdrama in de Gouden Eeuw. Uitgeverij Balans. ISBN 9050183530