Cornelis Haga
Corneli(u)s Haga (Schiedam, 28 januari 1578 – Den Haag, 12 augustus 1654) was de eerste ambassadeur van de Republiek der Verenigde Nederlanden in het Ottomaanse Rijk.
Cornelis Haga werd geboren in Schiedam. Zijn vader was Dirk Lambrechtszoon, koopman en lid van de vroedschap in Schiedam, organist van de Grote Kerk. Haga bezocht de Latijnse school in Schiedam en voltooide aan de Universiteit van Leiden zijn studie in de rechten. Hij ging in de diplomatieke dienst en werd gezant in Stockholm, daarna werd hij de eerste diplomatiek vertegenwoordiger van de republiek in Constantinopel (1612-1639).[1] Hij legde de grondslag voor de diplomatieke betrekkingen en er worden door hem tal van consulaire posten in de belangrijkste havens en handelscentra binnen het Osmaanse Rijk opgericht: Patras, Thessaloniki, Athene, Gallipoli, Izmirt, Aleppo, Sidon, Dairo, Tunis en Algiers.
Haga, gehuwd met Alithea Brasser, verkreeg in 1612 een capitulatie van de Ottomaanse sultan, Ahmed I. Hiermee werd het de Nederlanders toegestaan om onder eigen jurisdictie handel te drijven in het Ottomaanse Rijk. De Turkse sultan verleende de Hollanders in 1612 een reeks voorrechten, zoals vrijstelling van bepaalde belastingen, en een beperkt zelfbestuur.
Haga keerde in 1639 naar Nederland terug. In 1645 werd hij president van de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland, een functie die hij vervulde tot zijn dood in 1654.
Cornelis Haga en zijn vrouw Alithea Brasser werden in de Grote Kerk van Schiedam begraven. Oorspronkelijk was dit een katholiek heiligdom, toegewijd aan Sint Jan. De driebeukige hallenkerk uit 1335 ligt aan de Lange Kerkstraat en is in gebruik bij de Nederlands Hervormde Gemeente. Het interieur is vroeg renaissance, met een orgelkas uit circa 1550. In het jaar na zijn dood lieten de erfgenamen in de Grote Kerk een epitaaf (gedenkplaat) aanbrengen voor deze stadgenoot die tot ver buiten de landsgrenzen bekendheid genoot. Er staat onder meer op te lezen: 'Foris ac domi et de patria bene meritus fuit'. (Hij heeft zich zowel in buitenland als in het binnenland voor het vaderland verdienstelijk gemaakt).