Cornelis Matelieff de Jonge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cornelis Matelieff de Jonge, geschilderd na zijn dood door Pieter van der Werff

Cornelis Matelieff de Jonge (Rotterdam, 1570 - aldaar, 17 oktober 1632) was een zoon van een welvarend schipper uit een gegoede Rotterdamse familie. Hij was koopman en lid van de vroedschap, schepen en twee jaar burgemeester van Rotterdam. Zijn benoeming tot lid van de Staten-Generaal in 1625 was slechts van korte duur.

Biografie[bewerken]

Vanaf 1602 behoorde Cornelis tot de eerste groep van bewindvoerders van de Kamer van de VOC in Rotterdam, zoals ook Johan van der Veeken, een van de oprichters. In 1605 vertrok Matelieff uit Zeeland met elf schepen en 1400 koppen, waaronder Jacques l'Hermite naar Johor om tegen de Portugezen te vechten.[1] Dit was de tweede grote operatie van de VOC met als instructie Portugese schepen tegen te houden. Hij beschreef als eerste en meer uitvoerig over het eiland Mauritius, en beschreef de bomen, het fruit en de dieren, waaronder de zwarte rat, de makaak en de dodo.[2] Matelieff ontmoette daar op Nieuwjaarsdag 1606 Steven van der Hagen, die op terugreis was.

In mei 1606 probeerde hij met 600 man vergeefs Malakka op de Portugezen te veroveren. De stad werd drie maanden belegerd en er kwamen 6.000 mensen om bij het bombardement.[3] Toen Portugese schepen uit Goa op het toneel verschenen in de Straat Malakka sneuvelde kapitein Jacob Quaeckernaeck, zijn oom. De Portugezen verlieten na enkele maanden de versterking, en Matelieff sloeg opnieuw toe. Hij slaagde erin de Portugezen een zware slag toe te dienen.[4]

Matelieff veroverde een aantal Chinese jonken en versterkte het inheemse fort op het strand van Ternate. Hij stichtte een school, waar de kinderen onderwijs kregen in het Nederlands en het Onze Vader leerden bidden.[5] (De achterliggende gedachte was daarbij dat de Nederlanders op het eiland na verloop van tijd een geoorloofd huwelijk konden sluiten met een inlandse.) In 1607 zond hij drie schepen naar Atjeh. Schipper Willem Jansz werd naar Ambon en Banda gezonden. Hij zelf voer zonder resultaat naar Kanton. De Portugezen waren vijandig en de Chinezen weigerden hun havens op te stellen. Na een aantal maanden was hij terug in Bantam. In 1608 keerde Matelieff terug naar het vaderland met aan boord Jacques Specx, twee Siamese gezanten en een Koran voor de ‘Librarie van Rotterdam’.

De troepen van Matelieff landden op Malacca in 1606

In 1609 stelde Matelieff voor dat er een permanente vestiging moest komen zodat een intra-Aziatisch handelsnetwerk kon worden opgezet.

  • De leiding moest in handen komen van een gouverneur-generaal. Tot dan toe had de admiraal van de vloot die functie op zich genomen.
  • Er moest een plaats worden gezocht die zou moeten dienen als "rendez-vous" voor de schepen. Dat zou Ternate worden.
  • Het specerijenmonopolie moest inzet van de strijd worden. In het daaropvolgende jaar zou een overeenkomst op Ambon worden gesloten met een aantal plaatselijke vorsten.

In 1618 werd hij door prins Maurits benoemd in de vroedschap van Rotterdam. Cornelis Matelieff de Jonge heeft een praalgraf in de Sint-Laurenskerk te Rotterdam, naast Jan Jansse van Nes en Witte de With.[6]

Schilderij[bewerken]

Het portret van de hand van Pieter van der Werff is tussen 1695 en 1722 vervaardigd.[7] Het behoort tot een reeks portretten van bewindvoerders van de VOC te Rotterdam afkomstig uit het Oostindië Huis aan de Boompjes.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties