Cornelis Troost

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zelfportret (1745)

Cornelis Troost (Amsterdam, 1696 - aldaar, 7 maart 1750) is een van de weinige 18e-eeuwse Nederlandse schilders die werkelijk origineel genoemd kon worden. In zijn tijd, beter bekend als de pruikentijd, borduurden de meeste Hollandse schilders voort op het stramien van de Gouden Eeuw. Troost ontwikkelde een eigen, sterk satirische stijl, waarmee hij het leven in de huiskamers en op straat te kijk zette. Het werk van Cornelis Troost vertoont overeenkomsten met zijn Engelse tijdgenoot William Hogarth.

Cornelis Troost was de zoon van Jan Troost, aanvankelijk curator van de Desolate Boedelkamer, die op een goede dag naar Oost-Indië vertrok als boekhouder van de VOC. Zijn moeder heette Barbara Meebeeck Cruywagen. Cornelis werd opgeleid tot acteur en werkte tussen 1719 en 1724 in de Nieuwe Amsterdamse Schouwburg die in 1665 had plaatsgemaakt voor de Schouwburg van Van Campen. In 1723 ging hij in de leer bij de portretschilder Arnold Boonen.

Aan het begin van zijn carrière schilderde hij vooral portretten, waarbij de pruiken opvallen die destijds werden gedragen. De opdracht tot het schilderen van de Inspecteurs van het Collegium Medicum maakte hem op slag bekend. In 1728 schilderde hij zijn Anatomische les van Professor Roëll; in 1735 Herman Boerhaave en mr Isaac Sweers; in 1736 Jeronimus Tonneman; in 1741 de Surinaamse gouverneur Johan Jacob Mauricius.

Later begon hij toneelscènes en satires op drinkende gezelschappen te schilderen, zoals de vijf pastels (NELRI) in het Mauritshuis. Vanaf 1740 schilderde hij ook militaire scènes. Een andere specialiteit van Troost zijn schilderijen van het idyllische buitenleven. Vrolijke boeren lijken hun dagen dansend, zingend of vissend door te brengen. Troost schilderde eveneens een ringstaartmaki, toen een zeldzaam dier.

Cornelis Troost woonde bijna zijn hele leven in Amsterdam, hij heeft ook een korte tijd in Zwolle gewoond en was getrouwd met Maria van der Duyn, een actrice. Hij was de schoonvader van de beroemde kunstverzamelaar, graveur en houthandelaar/makelaar Cornelis Ploos van Amstel. Hij bewoonde tot 1741 een pand op de Achtergracht, vervolgens huurde hij Amstel 268, maar stierf op Prinsengracht 1093. Cornelis Troost werd begraven in de Nieuwe Kerk.

Trivia[bewerken]

In de Amsterdamse wijk De Pijp, met straatnamen van 17e- en 18e-eeuwse schilders, bevinden zich het Cornelis Troostplein en de Cornelis Trooststraat.

Bron[bewerken]

  • Grijzenhout, F. (1993) Cornelis Troost.

Externe links[bewerken]