Cornelis de Houtman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cornelis de Houtman
Cornelis de Houtman.jpg
Algemene informatie
Geboren Gouda, 2 april 1565
Overleden op zee bij Aceh, 1 september 1599
Nationaliteit Nederlander
Beroep koopman, ontdekkingsreiziger
Bekend van eerste Nederlandse expeditie per schip naar Oost-Indië
Het schip Mauritius. Detail uit een schilderij van Hendrick Cornelisz Vroom (datering circa 1600 - 1630). Rijksmuseum Amsterdam
De vloot van de Eerste Schipvaart.

Cornelis de Houtman (Gouda, 2 april 1565 - Atjeh, 1 september 1599) was een Nederlandse koopman en ontdekkingsreiziger die als opperkoopman met de eerste Nederlandse expeditie naar Oost-Indië voer. Hij bezocht de eilanden Sumatra, Java, Madura en Bali. De zeereis staat bekend als de Eerste Schipvaart.[1]

Biografie[bewerken]

Privé[bewerken]

De Houtman was een zoon van de bierbrouwer Pieter Jacobszoon de Houtman, lid van de Goudse vroedschap en kapitein van de plaatselijke schutterij. Hij leerde de beginselen van de zeevaartkunde van de indertijd voorname maritiem deskundige Robbert Robbertsz le Canu.

Naar Portugal[bewerken]

Cornelis en zijn broer Frederick werden in 1592 door Vlaams cartograaf Petrus Plancius en Amsterdamse kooplieden naar Lissabon gestuurd om meer informatie in te winnen over de Portugese handelsroute naar Oost-Indië via Kaap de Goede Hoop, ter voorbereiding op een expeditie naar Oost-Indië. Ze kregen daar twee jaar de tijd voor. Tijdens hun spionageactiviteiten werden zij ontmaskerd en gevangengezet. Enkele kooplieden kochten hen vrij en begin 1594 waren De Houtman en zijn broer terug in Holland.[2]

Naar de Oost[bewerken]

Op 2 april 1595 vertrokken de schepen Amsterdam, Hollandia, Mauritius en de veel kleinere maar snellere Duyfken van Texel zuidwaarts. De organisatie was in handen van de voor deze expeditie opgerichte Compagnie van Verre.

Hoofddoel was Bantam, de grootste handelsplaats in de regio en vooral bekend als verkoopplaats van peper, aan de punt van de noordwestkust van Java. Er waren expliciet geen plannen naar de Molukken te varen.[3]

Aan boord bevonden zich 249 bemanningsleden, waaronder Cornelis de Houtman en zijn broer Frederick. Met opzet was er geen admiraal van de vloot benoemd. De investeerders gaven de voorkeur aan een schipsraad, waarvan de leden op democratische wijze belangrijke beslissingen zouden nemen. Cornelis de Houtman was het hoofd van de koopmannen.[4] Hij had die positie mede te danken aan zijn verwantschap aan de invloedrijke Reinier Pauw, een van de oprichters van de Compagnie van Verre.[5]

De reis was bar en boos, met scheurbuik, ruzies en bedreigingen aan boord, massamoorden op inlanders en veel vertraging. Diverse bemanningsleden werden door inlanders vermoord. Alleen al op het kleine eiland Nosy Maritsa in Madagaskar werden zeventig manschappen begraven, voornamelijk wegens scheurbuik. Door het groot aantal doden waren er niet meer genoeg manschappen in leven om vier schepen te bevaren en werd er een dat lekte verbrand. Bij terugkomst in Holland in augustus 1597 waren nog 89 bemanningsleden in leven, waarvan er twee op Bali waren achtergebleven.

Nederlandse schoolplaat van Adriaan Groenewegen. Cornelis de Houtman komt aan in Bantam.
Beschieting op de stad Bantam en tegenaanval met prauwen.
Wandschildering door Hendrik Paulides van de ontvangst van De Houtman in Bantam, getoond op de wereldtentoonstelling van 1931 in Parijs, foto KIT.

Arrestatie De Houtman[bewerken]

Er werden tijdens de eerste schipvaart in tegenspraak tot de richtlijnen van de eigenaren van de Compagnie van Verre mede door De Houtman alsnog plannen op tafel gelegd om naar de Molukken te varen, maar moe van alle ontberingen weigerde de bemanning. De Houtman wilde daarop met twee schepen terugkeren naar Holland, het derde zou alsnog naar de Molukken moeten varen. De kapitein van een van de schepen, Jan Meulenaer, ging onder protest akkoord. Nadat hij kort daarop vlak na een maaltijd plotseling stierf, werd De Houtman beschuldigd hem vergiftigd te hebben en werd hij in de boeien geslagen. De scheepsraad besloot daarop, dat het beter was met alle schepen terug te varen naar Nederland.[6] Het lichaam van de kapitein was blauw en paars geworden en het hoofdhaar liet los als men eraan trok. Twee dagen later werd De Houtman in vrijheid gesteld, aangezien volgens de scheepsraad er geen afdoend bewijs was dat De Houtman bij de vergiftiging betrokken was.[7]

De financiële opbrengst van de eerste schipvaart was geen succes. Er werd nauwelijks genoeg geld opgehaald om uit de kosten te komen, maar het doel van de reis was geslaagd. Het was bewezen dat het mogelijk was op eigen kracht en zonder veel overlast van de Portugezen naar Oost-Indië te varen.[8] De Houtman werd uiteindelijk definitief vrijgesproken van de moord op Meulenaer.

Ongeschiktheid De Houtman[bewerken]

Veel historici, waaronder jhr. mr. J.K.J. de Jonge en dr. H.D. Tijdeman, verwijten het voor een groot deel De Houtman dat deze tocht geen succes is geworden.[9][10] Met kapitein Jan Meulenaer had De Houtman slaande ruzie en koopman Gerrit van Beuningen kon zijn bloed wel drinken. De Houtman was een van degenen die tegen de schriftelijke instructies inging van de eigenaren van de Compagnie van Verre om onderweg Pieter Keyser te benoemen tot kapitein van een van de schepen, nadat de vorige overleden was. In Bantam werd De Houtman gegijzeld door de plaatselijke hoofden. Dat zou volgens diverse historici te wijten zijn aan zijn ondiplomatiek en onverstandig optreden. Historicus E.M. Beekman vindt, dat De Houtman niet de karaktervastheid bezat om als een betrouwbaar leider op te treden.[11] Ook zou De Houtman volgens hem geen tucht en orde kunnen houden.

Uit reisjournaals van bemanningsleden blijkt, dat ook zij kritiek op hem hadden. Stuurman en hoofdnavigator John Davis die mee was op zijn tweede zeereis naar Oost-Indië, betichtte De Houtman van lafheid. Toen diverse bemanningsleden aan wal vermoord werden, stuurde De Houtman anderen aan land om te helpen, maar bleef zelf aan boord achter. Alleen om zijn eigen hachje te redden, stelt Davis.[12] Hij verweet De Houtman al eerder op de reis slecht leiderschap door een bemanningslid op een belangrijke positie te benoemen, terwijl die elke avond te dronken was om op zijn eigen benen te staan. Ook zou het volgens hem De Houtman zijn geweest die op zijn eerste reis op Madagascar een inlander standrechtelijk geëxecuteerd zou hebben door hem een kogel door zijn lijf te schieten.[13]

De Houtman vermoord[bewerken]

De eerste verre zeereis was meteen de laatste van de Compagnie van Verre. Het bedrijf fuseerde met een andere compagnie. In 1598 gingen de broers met twee schepen van de Veersche Compagnie opnieuw naar Oost-Indië. Cornelis de Houtman had deze keer de leiding.

In Atjeh werden ze op 21 juni 1599 met veel egards ontvangen door de sultan. Op een van hun bezoeken werden ze zelfs begeleid door een stoet olifanten. De Houtman had afgesproken, dat hij in ruil voor een voorraad peper naar het Maleisische rijk Johor zou varen met Ajehse soldaten om daar namens de sultan van Atjeh oorlog te voeren. De aanwezige Portugezen stookten de sultan echter op tegen de Hollanders.[14]

Op 1 september 1599 kwamen talrijke zwaar bewapende soldaten hiervoor aan boord. Als geschenk hadden ze eten en alcoholische drank meegenomen die uitgedeeld werden aan de bemanningen van de schepen. In het eten en drank bevond zich een ingrediënt dat een hallucinerende werking had, mogelijk afkomstig van de plant Datura. Nadat een deel van de bemanning verdoofd was geraakt, vielen de inlanders aan waarbij Cornelis de Houtman en 27 andere opvarenden om het leven kwamen.[15] De 22 bootslui die nog aan land waren, werden vermoord of tot slaaf gemaakt. Frederick werd enkele jaren gevangen gehouden, totdat hij met geschenken van prins Maurits van Oranje-Nassau kon worden vrijgekocht.[16][17]

Monument gebroeders De Houtman[bewerken]

Monument gebroeders De Houtman in Gouda.

Op initiatief van predikant J.N. Scheltema (1821-1895) werd in 1880 in Gouda een monument onthuld ter herinnering aan de ondernemerszin en koopmansgeest van de gebroeders De Houtman. Het is van de hand van de kunstenaar Xavier Stracké (1850-1888). De onthullingsdatum van 1 juli was met opzet gekozen, omdat dit de dag was, waarop Cornelis de Houtman een overeenkomst had gesloten met de hoofden van Bantam, het eerste verdrag tussen Oost-Indië en Nederland. In 1901 kreeg het plantsoen waarin het staat de naam Houtmansplantsoen.[18]

Het gedenkteken heeft de vorm van een afgeknotte obelisk. Aan de vier zijden zijn koperen boegdelen van de scheepjes bevestigd met de namen van de schepen waarmee destijds de eerste verre Nederlandse zeereis naar Oost-Indië gemaakt werd. De onthulling vond plaats in aanwezigheid van de minister van koloniën Willem baron van Goltstein van Oldenaller, de commissaris van de koning van Zuid-Holland Mr. Cornelis Fock en twee leden van de Tweede Kamer.[18][19]

De inscriptie is:

Aanhalingsteken openen

1596 - 1880
Aan de gebroeders Cornelis en Frederik de Houtman
Inboorlingen en burgers van Gouda.
Als grondleggers van het verbond
van Nederland met Insulinde.
Het dankbare nageslacht.

Aanhalingsteken sluiten

De vier koperen scheepsboegen zijn begin november 2011 gestolen.[20][21]

Vernoeming[bewerken]

  • Houtmankade; kade in Amsterdam
  • Houtmansplantsoen; plantsoen in Gouda ter nagedachtenis aan de gebroeders De Houtman
  • Waterscouting groep in Gouda Cornelis De Houtman

Meerdere Nederlandse steden hebben een straat of plantsoen vernoemd naar Cornelis de Houtman.

Literatuur[bewerken]

Van minimaal tien bemanningsleden zijn geschriften over de twee zeereizen bewaard gebleven. Willem Lodewyckszoon schreef uitgebreid over de eerste expeditie dat in boekvorm uitkwam. Reisverhalen over de Eerste Schipvaart van de hand van Corneils Jansz. Turck (tolk op de 'Mauritius'), Jacob Jansz. Cackerlack (aanvankelijk onderstuurman en later stuurman op de Hollandia), Franck van der Does (adelborst op de Hollandia), Jeronimus Maryen (adelborst op de Hollandia), Cornelis Jansz. Ceulen (stuurman op de Duyfken) en Aernoudt Lintgens (koopman) worden bewaard in het Nationaal Archief te 's-Gravenhage. Hier bevindt zich ook van een anoniem bemanningslid een reisverhaal over de Eerste Schipvaart. Van Lambert Biesman bevinden zich enkele brieven over beide zeereizen in het stadsarchief van Nijmegen. De Engelsman John Davis schreef uitgebreid over de tweede tocht, waarbij Cornelis de Houtman de dood vond.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Lodewycksz, Willem, Om de Zuid: de eerste schipvaart naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman, 1595-1597 (vertaling, inleiding en annotaties Vibeke Roeper en Diederick Wildeman) SUN, Nijmegen (1997)
  2. Tussenbroek, G. Amsterdam in 1597 (2009) pagina 31
  3. Rouffaer, G.P. en IJzerman, J.W., De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost Indië onder Cornelis de Houtman, 1595-1597, journalen, documenten en andere bescheiden, uitgegeven en toegelicht, Martinus Nijhoff (1915)
  4. Jonge de, J.K.J. De Opkomst van het Nederlandsch Gezag in Oost-Indië Volume II (1864) pagina 345.
  5. Rouffaer, G.P. en IJzerman, J.W. (1915)
  6. Swart, Fred, Lambert Biesman (1573–1601) of the Company of Trader Adventurers, the Dutch Route to the East Indies, and Olivier van Noort’s Circumnavigation of the Globe (2007)
  7. De Jonge, J.K.J. (1862)
  8. Swart, Fred, Lambert Biesman (2007)
  9. Jonge de, J.K.J., De Opkomst van het Nederlandsch Gezag in Oost-Indië Volume I (1862), pagina 95
  10. Beekman, E.M., Paradijzen van weleer Prometheus, Amsterdam (1998) Pagina's 54-56
  11. Beekman E.M. (1998) pagina 53
  12. Beekman E.M. (1998)
  13. Davis, John en Johan Jane, The voyages of John Davis to the Eastern India, Pilot in a Dutch Ship; written by himselve. In: The Voyages and Works of John Davis, the Navigator. (1880), pagina's 129-156
  14. Mitrasing, Ingrid Saroda, The age of Aceh and the evolution of kinship 1599-1641 (2011)
  15. Mitrasing, Ingrid Saroda (2011), pagina 79
  16. Goor van, Jurrien, Prelude to Colonialism, The Dutch in Asia (2004)
  17. Davis, John en Jane, Johan, The Voyages and Works of John Davis, the Navigator. (1970)
  18. a b Dam, M.J. van; (1998), blz. 94
  19. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kwalificeerde de inmiddels gestolen scheepsboegen als zijnde van koper. bron: Monument voor Cornelis en Frederik de Houtman
  20. Monument De Houtman Gouda beschadigd Omroep West, 10 november 2011
  21. Houtmanmonument vernield gouwestad.nl, 10 november 2011