Cornelis van Aerssen (1543-1627)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cornelis van Aerssen (Michiel Jansz. van Mierevelt)

Cornelis van Aerssen (Antwerpen, mei 1543[1] - Den Haag, 22 maart 1627), heer van Spijk (vanaf 1611), was een Zuid-Nederlands jurist. Hij trad in 1574 als secretaris van Brussel aan, en acht jaar later als pensionaris. Ofschoon in geloofszaken tolerant, verzette hij zich tegen iedere verzoening met Filips II. Cornelis van Aerssen reisde veel en was in Delft op de dag dat Willem van Oranje werd vermoord. Hij maakte aantekening van de legendarische laatste woorden van Willem de Zwijger: Heere Godt weest mijn siele, ende dit arme volck ghenadich. In 1584 werd hij met enige andere gedeputeerden naar Frankrijk gestuurd om met Koning Hendrik IV te onderhandelen over het soevereine bestuur over de Nederlanden. Cornelis van Aerssen werd in 1584 als griffier van de Staten-Generaal benoemd, maar bleef in Brussel wonen, wat hem in de onafhankelijkheidsstrijd met Spanje verdacht maakte. Robert Dudley, de graaf van Leicester, was van zijn advies afhankelijk. Hij was onderhandelaar met Jan Neyen,[2] generaal van de orde der Minderbroeders, die in 1607 door Spanje naar Den Haag werd gezonden om een bestand voor te bereiden, en werd beschuldigd een cadeau van Neyen te hebben aangenomen. Hij heeft op zijn beurt Johan van Oldenbarnevelt eens beschuldigd van omkoopbaarheid en van eens 14.000 Spaanse pistoletten[3] voor zijn zoon te hebben betaald. Deze beschuldigingen hebben er toe geleid dat Van Oldenbarnevelt in brede kring verdacht werd van samenspanning met Spanje. In 1623 nam Van Aerssen afscheid van de Haagse politiek.

Het geslacht Van Aerssen was afkomstig uit de zuidelijke Nederlanden. De naam Aerssen is mogelijk afkomstig van het Limburgse Arcen.[4] Er kan echter ook sprake zijn van een afleiding van het patroniem Aartsz (Aartszoon). Verondersteld wordt dat Cornelis van Aerssen de zoon van een Antwerps hovenier was, die in de gunst stond van het Brusselse hof.[5] Hij trouwde op 5 september 1567 te Tubize met Emmerentiana de Regniers. Ze kregen drie kinderen: François, Jacques en Jehan. In 1611 werd hij Heer van Spijk; hij kocht van jonkheer Gerard van Renoy de heerlijkheid Nedereinde van Spijk en in 1613 stond prins Filips Willem het Overeinde van Spijk aan hem af.[6] Hij overleed 22 maart 1627 in Den Haag en werd begraven in de Grote of St.-Jacobskerk, waar ook zijn twee maanden eerder overleden vrouw begraven lag.

Zijn zoon François van Aerssen (1572-1641) werd eveneens een vermaard diplomaat, en zou ook een rol spelen bij de executie van Johan van Oldenbarnevelt.

Hoewel de Van Aerssens oorspronkelijk niet van adel waren[7] werd zijn zoon Francois onder druk van Maurits in de Ridderschap van Holland geplaatst.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

Noten

  1. Het Nationaal Archief en het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) noemen 1545 als zijn geboortejaar. Het Nederland's Adelsboek 79 (1988), p. 34 noemt als geboortedatum mei 1543
  2. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek: Jan Neyen Deel III, p.912
  3. Een Spaanse pistolet is een gouden munt
  4. De Nederlandse familienamen databank van het Meertens Instituut
  5. Bijleveld, W. J. J. C. (1949) Opmerkingen over de geslachten, behandeld in het Nederland’s Adelsboek. Den Haag: Van Stockum
  6. Nationaal Archief, nummer toegang 1.10.01, p.85 : Het Overeinde van Spijk viel onder Holland, het Nedereinde van Spijk onder Gelderland.
  7. Nierop, Hendrik Frans Karel Van ridders tot regenten: de Hollandse adel in de zestiende en de eerste helft van de zeventiende eeuw, pag. 183, Amsterdam (1990) ISBN 90-6707-247-8