Corps Expéditionnaire Belge des Autos-Canons-Mitrailleuses en Russie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Corps Expéditionnaire Belge des Autos-Canons-Mitrailleuses en Russie (ACM) was een eenheid van het Belgische leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, bestaande uit gepantserde auto's uitgerust met kanonnen en machinegeweren bemand door Belgische officieren en soldaten.

De eenheid vocht in het begin van de oorlog aan het IJzerfront. Op 22 september 1915 scheepte het Corps in Brest in op de Engelse stoomboot Wray Castle om naar Archangelsk getransporteerd te worden, waar ze op 13 oktober aankwamen. Van 1915 tot eind september 1917 vocht het samen met het Russische leger in Galicië tegen de Duitsers en Oostenrijkers, onder andere tijdens een offensief in opdracht van de Russische minister-president Alexander Kerensky in juni/juli 1917.

Door het uitbreken van de Russische Revolutie en de daaropvolgende Russische Burgeroorlog, kon het corps niet naar België terugkeren volgens de route op de heenweg, zodat het terug moest reizen via Vladivostok en de Verenigde Staten, waar ze werden ontvangen als helden en eind mei 1918 deelnamen aan een grote optocht op Memorial Day in New York. Na een wereldreis van bijna drie jaar kwam het Corps op 24 juni 1918 eindelijk terug in Europa. Veertien Belgische soldaten waren in Galicië gesneuveld.

Externe links[bewerken]

Bewegingen van de eenheid in Galicië tijdens de Eerste Wereldoorlog