Corrie ten Boom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De woning boven de horlogewinkel in de Barteljorisstraat is nu een museum
Vader en moeder Ten Boom
Betsie ten Boom

Cornelia (Corrie) ten Boom (Amsterdam, 15 april 1892 - Orange (Californië), 15 april 1983) was een Nederlandse horlogemaakster, evangeliste, auteur en verzetsstrijdster tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Corrie ten Boom groeide op in een orthodox-protestants gezin in Haarlem. Het gezin Ten Boom was lid van de Nederlandse Hervormde Kerk. Haar vader Casper ten Boom (1859-1944) was een vakkundige horlogemaker. Bovendien was de beminnelijke Casper in heel Haarlem bekend en geliefd. Het gezin woonde in de Haarlemse Barteljorisstraat, boven de horlogewinkel. Het huis had de bijnaam Béjé. Corrie en haar oudere zus Betsie waren ongetrouwd en bleven daarom bij hun ouders inwonen. Zij bekwaamden zich in het horlogemaken. Corrie leerde het vak in Zwitserland en was in 1924 de eerste gediplomeerde vrouwelijke horlogemaker in Nederland.

Levensloop[bewerken]

Voor de Oorlog[bewerken]

Corrie werkte als horlogemaakster samen met haar vader. In hun thuis hebben ze vele pleegkinderen gehad. Corrie begon ook een club voor meisjes in Haarlem (Driehoekmeisjes). Dit heeft ze jaren gedaan. In deze clubs ontwikkelden de meiden hun talenten: muziek en gymnastiek onder andere. Voor Corrie stond God centraal, ze vertelde graag het evangelie aan "haar meisjes" omdat ze haar liefde en passie voor God wilde delen met anderen.

Tijdens de oorlog[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog (moeder Ten Boom was inmiddels overleden) had het gezin Joodse en andere onderduikers in huis. In het huis werd een geheime kamer gebouwd waarin de onderduikers in geval van nood konden vluchten.

Volgens het boek De schuilplaats (zie verderop) was de geheime kamer ingericht voor een langdurig verblijf. Het boek schrijft onder andere dat er drinkwater en vitaminen aanwezig waren. Dat is niet juist - er werd op gerekend dat de kust na een paar uur weer veilig zou zijn. Er was dan ook geen proviand in de geheime kamer.

Inval[bewerken]

Op 28 februari 1944 werd het gezin verraden en viel de Gestapo het huis binnen. Er werd op dat moment een Bijbelstudie gehouden, zodat er veel bezoekers waren, waaronder enkele verzetsstrijders. De vier onderduikers en de twee verzetsstrijders verborgen zich tijdig in de geheime kamer.

De Gestapo vermoedde dat er een geheime kamer in het huis was. Het gezin Ten Boom werd naar de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel) gebracht en het huis werd grondig doorzocht. De kamer werd echter niet gevonden. Het huis werd daarna onder bewaking gezet - als er onderduikers in een geheime kamer zaten, dan zouden ze wel verhongeren.

De onderduikers zaten intussen in hun benauwde gevangenis. Er was niets te eten of te drinken. Er was toevallig een blik dat als toiletemmer kon dienen, maar dat blik werd later door een onhandige beweging omgeschopt. Een van de Joden had de gewoonte onbevreesd hardop in het Hebreeuws te bidden, tot ongenoegen van de anderen die wanhopig probeerden zijn mond dicht te houden.

Bevrijding van de onderduikers[bewerken]

Een man meldde bij de politie dat zijn zoon niet thuis was gekomen. De agent, die 'goed' was, vermoedde dat de jongeman in de Béjé gevangen zat. Hij zorgde ervoor dat hij zelf voor de bewaking mocht zorgen. Dat lukte op 1 maart. De agent wist ook niet waar de geheime kamer was, maar hij riep in het huis de naam van de vermiste jongeman. Deze zat inderdaad in de geheime kamer en de familie Ten Boom kende hem alleen bij zijn schuilnaam als verzetsstrijder. Verder wist niemand dat hij zich in het huis bevond. De onderduikers vermoedden dat de kust veilig was en kwamen tevoorschijn, zodat ze bevrijd konden worden. Ze hadden trouwens, na twee dagen zonder eten en drinken, weinig keus.

Gevangenschap van de familie Ten Boom[bewerken]

Corries vader overleed in de gevangenis, een maand na de inval. Corrie en haar zus Betsie kwamen via het Oranjehotel en kamp Vught in het Duitse concentratiekamp Ravensbrück terecht. Er was daar veel ongedierte en toen Corrie klaagde over de aanwezigheid van luizen, antwoordde Betsie met je moet God danken voor alles, zelfs voor de luizen. Later bleek dat de bewakers vanwege de luizen op afstand bleven. Het gaf Corrie en Betsie de gelegenheid met anderen in hun barak Bijbelstudies te houden, absoluut verboden door de nazi's omdat de Bijbel een boek vol leugens was. Betsie overleed in Ravensbrück op 14 december 1944. Corrie werd enige dagen daarna vrijgelaten, naar later bleek als gevolg van een administratieve fout.

Na de oorlog[bewerken]

Nadat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen stortte zij zich volledig op evangelisatie-activiteiten. In dat kader kwam ze in 1946 weer in Duitsland terecht. In totaal bezocht ze meer dan zestig landen. Centraal in haar christelijke boodschap stond de vergeving door Jezus Christus en in het verlengde daarvan de vergeving door mensen. Ze maakte dit zelf aan den lijve mee toen ze na de oorlog in 1947 een van haar voormalige kampbewaarders trof - een van de ergste - en de daad bij het woord voegde.

Corrie ten Boom schreef een aantal christelijke boeken die goed werden en worden verkocht. Haar levensverhaal werd door John en Elizabeth Sherrill verwerkt tot de bekende roman The Hiding-Place (vertaald als De schuilplaats) uit 1971, die de belevenissen van de familie Ten Boom van voor en tijdens de oorlog beschrijft. Dit boek is, hoewel ze het niet zelf geschreven heeft, uitgebracht als autobiografie. In 1975 werd onder dezelfde titel een film uitgebracht. Er is ook een stripverhaal van gemaakt.

Zelfgeschreven boeken zijn: In het huis van mijn vader (de jaren vóór de schuilplaats), gepubliceerd in 1976, en het boek Zwerfster voor God, geschreven samen met Jamie Buckingham, dat de reizen die Corrie vanaf haar 50ste levensjaar deed, beschrijft. Ze genoot eveneens faam door haar oneliners; ze was in staat om in korte, kernachtige zinnen bepaalde christelijke geloofswaarheden uit de doeken te doen.

Op haar 85ste ging de nimmer in het huwelijk getreden evangeliste in de Amerikaanse plaats Orange (Californië) wonen. Rond haar 86ste jaar kreeg ze een aantal beroertes waardoor ze gehandicapt raakte en haar spraakvermogen verloor. Corrie ten Boom stierf op haar 91ste verjaardag.

Onderscheiding[bewerken]

Voor haar hulp aan Joodse onderduikers kreeg ze in 1967 de Yad Vashem-onderscheiding voor 'Rechtvaardige onder de Volkeren' van de staat Israël. Vader Casper en zus Betsie kregen deze onderscheiding postuum in 2008.

Museum[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Corrie ten Boom Museum voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het vroegere huis van de familie Ten Boom in Haarlem is tegenwoordig een museum gewijd aan de nagedachtenis van Corrie ten Boom en haar evangelisatiewerk. Dit Corrie ten Boomhuis Museum is gevestigd in de Barteljorisstraat 19.

Werken[bewerken]

Films[bewerken]

Over het leven van Ten Boom zijn de volgende films gemaakt:

  • De schuilplaats (1975)
  • Terug naar de schuilplaats (2011)
  • Het verhaal van Corrie ten Boom voor kinderen (animatie, 2013)
  • Corrie ten Boom; het leven van een verzetsheldin (2014)

Externe links[bewerken]