Coudewater

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huize Coudewater

Coudewater (ook: Koudewater of Mariënwater genoemd) was een dubbelabdij te Rosmalen van de orde der Birgittijnen. Het was het eerste klooster van deze orde in de Nederlanden en werd in 1434 gesticht door Milla de Kampen en Peter de Gorter. De laatste zou een visioen gehad hebben, waarin hij een uit bijenwas vervaardigd dubbelklooster had gezien. Dit visioen werd voor het eerst beschreven in de kroniek van Marie van Oss.

In 1566 woedde hier de beeldenstorm.

Nadat het gebied Staats geworden was in 1648 werd het klooster van de helft van zijn bezittingen beroofd. De mannen stichtten de abdij van Hoboken in 1657. Later werd door de Staten-Generaal ook de rest van het klooster verbeurdverklaard. De zusters waren bang dat het klooster zou worden verkocht en zochten naar een alternatief, dat ze uiteindelijk vonden in het nabijgelegen Land van Ravenstein. Zij betrokken te Uden in 1713 een oud Kruisherenklooster, en richtten daar het klooster Maria Refugie op. De birgittijn Judocus Roosen bleef werkzaam als pastoor van Rosmalen, ook nadat alle kloosterlingen vertrokken waren. De katholieken van Rosmalen konden nog enige tijd terecht in de kapel van Coudewater. Daarna namen ze hun toevlucht tot een schuurkerk.

In 1870 werd het landgoed Coudewater gekocht door dr. E. van den Bogaert en dr. L. Pompe. Dezen hadden de Maatschappij tot verpleging van krankzinnigen op het land opgericht. Ze stichtten op het landgoed een psychiatrisch ziekenhuis, dat de naam Coudewater kreeg.

Het landgoed Coudewater ligt ten zuiden van de huidige A59, vlak bij afslag Rosmalen. Op het landgoed zijn tegenwoordig ook allerlei bedrijven gevestigd.

Meester van Koudewater[bewerken]

De Meester van Koudewater was omstreeks 1470 actief. De beelden van deze meester werden in 1875 gekocht van het klooster Maria Refugie door Victor de Stuers teneinde ze in een museum te plaatsen. In 1883 kwamen ze in het Rijksmuseum Amsterdam terecht.

Zie ook[bewerken]