Crassula ovata

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Crassula ovata
Bloeiend exemplaar
Bloeiend exemplaar
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Saxifragales
Familie: Crassulaceae (Vetplantenfamilie)
Geslacht: Crassula
Soort
Crassula ovata
(Mill.) Druce (1917)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Crassula ovata is een plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae). De plant heeft een dikke stam, glimmende dikke kleine stompe bladeren die soms een rood randje hebben. De bloemen zijn wit en onopvallend. De soort groeit in droge gebieden in Zuid-Afrika, Amerika en Madeira en wordt wereldwijd als kamerplant gekweekt.

Verzorging[bewerken]

Water[bewerken]

De plant slaat water op in de dikke bladeren en is zo aangepast aan droogte. Als men te veel giet, dan rotten de wortels weg. De doordrenkte aarde moet tussen de gietbeurten enigszins uitdrogen en er mag geen water in de pot blijven staan. Als vuistregel kan worden gesteld: in de zomer eens per veertien dagen gieten en in de winter eens per maand.

Temperatuur[bewerken]

In de zomer behoeft de plant in dit opzicht niet veel zorg: zowel binnen als buiten zal de crassula goed gedijen, maar tijdens de winter is het snel te koud of te warm. Het optimum ligt dan tussen 6 en 12 °C; bij lagere temperaturen gaat de plant door de kou kapot en boven de 12 °C verliest de plant zijn vorm doordat de groei continueert bij een (te) lage lichtintensiteit en hij lange, slappe stengels vormt.

Licht[bewerken]

Een lichte plaats zonder dat de plant langdurig aan felle zon wordt blootgesteld.

Bemesting[bewerken]

Twee keer per maand tijdens de groeiperiode.

Vermeerdering[bewerken]

Afgebroken bladeren vormen boven de grond worteltjes. Steek een blad van een gezonde plant in de grond, en als men vervolgens niet te veel water geeft, groeit er een nieuwe plant uit.

Snoei[bewerken]

De plant kan in het voorjaar worden gesnoeid. Door het snoeien kan de verhouding tussen het bladgedeelte en de rest van de plant hersteld worden, bovendien wordt de plant dan niet te groot. Bij het snoeien moet worden opgepast dat er niet te veel in één keer wordt verwijderd. Overigens kan de plant dan ook als bonsai worden gekweekt. Voorts kunnen afgeknipte delen als stek gebruikt worden.