Vaktherapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Creatieve therapie)
Ga naar: navigatie, zoeken

Vaktherapie, voorheen creatieve therapie, is de overkoepelende naam voor dramatherapie, beeldende therapie, muziektherapie, danstherapie, tuintherapie en psychomotorische therapie. Een vaktherapeut is gespecialiseerd in minimaal één medium. In de behandeling staan vooral doen en ervaren centraal. Deze non-verbale vorm van geestelijke gezondheidszorg is een specialistische vorm van hulpverlening die erop gericht is veranderings-, ontwikkelings- en/of acceptatieprocessen te bewerkstelligen.

Aan vaktherapie liggen verschillende theorieën ten grondslag. De analoge-proces theorie of creatieve-proces theorie is er daar een van. Volgens deze theorie kan er door middel van een creatief medium zoals muziek, beeldende vorming of drama therapeutisch worden gewerkt zonder verbale reflectie.

Geschiedenis[bewerken]

De neuroloog en psychiater Dr. Sigmund Freud (1856-1939) ontwikkelde omstreeks 1924 de psychoanalyse. Het onderbewuste van de mens zou in dromen en in kunstzinnige uitingen vorm worden gegeven volgens Freud en daarom gebruikte hij in zijn therapie de kunst als middel om zijn cliënten beter te kunnen begrijpen. De door Freud gebruikte kunstenaars bij deze analytische processen ontwikkelden zo het 'Creatieve Proces'. Sinds 1926 is Creatieve therapie bekend als Non-verbale behandeling in de ggz

In het provinciaal ziekenhuis te Santpoort voerde dr. Willem Matthias van der Scheer (1882-1957) als eerste de toen nog 'Actieve therapie' genoemde behandeling in Nederland in. Dat gebeurde in 1926 nadat hij in het Duitse Gütersloh een bezoek had gebracht aan dr. Herman Simon (1867-1947), die werkzaam was in het Provinzial Heilanstalt. De gedachte achter actieve therapie was dat een mens nooit niets deed, hij doet altijd iets.

Creatieve therapie werd in de vijftiger jaren populair met de opkomst van de verwerkelijkingspsychologie van Abraham Harold Maslow (1908-1970), de daarop geënte cliëntgerichte psychotherapie van Carl Rogers (1902-1987) en de Gestalttherapie van Fritz Perls (1893-1970). In deze therapieën werd veel aandacht besteed aan zelfexpressie en creativiteit. Deze therapievormen gebruikten vooral rollenspellen.

Internationale inspiratie werd er gevonden bij onder meer de Amerikaanse Walden school en het werk van Friedl Dicker-Brandeis in het concentratiekamp Theresienstadt. Na de oorlog verrichtte psychiater Vaessen pionierswerk in de Willibrordus Stichting in Heiloo.

De Nederlandse Vereniging voor Expressieve en Kreatieve Therapie werd in 1962 opgericht. Daar waren uitsluitend creatieve therapeuten lid van die in de psychiatrie werkten. In 1977 veranderde de naam in Nederlandse verenging voor Kreatieve Therapie (NVKT). Dit kwam omdat de creatieve therapeuten in de meerderheid waren ten opzichte van de expressieve therapeuten. In 1984 veranderde de naam opnieuw, nu in Nederlandse Verenging voor Creatieve Therapie (NVCT). Er bestonden inmiddels opleidingen voor de verschillende vormen van Creatieve therapie: Drama, Beeldend, Muziek, Tuin, Dans en de Psychomotorische therapie kwam daar in een later stadium nog bij.

Toonaangevend in de recente ontwikkelingen van creatieve therapie was Henk Smeijsters (1952). Hij was lange tijd hoofd van de Opleiding voor Creatieve Therapie aan de Hogeschool Limburg in Sittard en schreef het ‘handboek Creatieve Therapie’. Voor dit boek heeft hij het CT-molecuul, Creatieve Therapie Molecuul, ontwikkeld. In deze molecuul wordt beschreven welke kennis en vaardigheden een creatief therapeut nodig heeft. Smeijsters heeft ook het analoge-procesmodel ontwikkeld. De creatief-procestheorie bestaat uit twee assen. De ene as zegt iets over de inhoud terwijl de andere as iets vertelt over de vorm. Dit model is bedoeld om te zien waarom werkvormen bij cliënten leidden tot veranderingen. Mede dankzij Smeijsters wordt creatieve therapie steeds meer evidence based practice (EBP) . Helaas blijkt het in de praktijk moeilijk om onderzoek naar de effectiviteit te blijven vervolgen vanwege gebrekkige financiering.

Sinds 2006 heet creatieve therapie ‘vaktherapie’. Deze term is bedacht door het Coördinerend Orgaan Nascholing en Opleiding (CONO) van de GGZ. Daarnaast is door hen ook geadviseerd om een samenwerkingsverband aan te gaan met Psychomotorische therapie. In 2006 heeft dit plaatsgevonden, waardoor opnieuw een naamsverandering nodig was en zo is de Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB) opgericht. In 2012 heeft de CONO-kamer van Vaktherapeuten een advies voorbereid met als doel vaktherapie onder artikel 34 van de BIG-wet te erkennen. Dit houdt in dat de opleiding tot deze professie wordt vastgesteld, dat het gebied van deskundigheid wordt omschreven en dat de titel, in dit geval vaktherapeut, wettelijk wordt beschermd. De aanvraag voor de BIG-registratie ligt bij het ministerie maar behandeling is afhankelijk van de evaluatie van de BIG-wet.

In dezelfde tijd kwam op verschillende plaatsen in Amerika hetzelfde idee op: “Wat nou als we creativiteit inzetten in onze therapieën?” Deze ontwikkeling zorgde ervoor dat een aantal Amerikaanse psychologen, zonder dat ze het van elkaar wisten, begonnen met creatieve therapie. Pas later, toen de communicatie verbeterde, hoorden ze van andermans therapieën. en zagen ze de vergelijkingen tussen de behandelmethodes. In Amerika zou je als grondleggers van de 'Art Therapy' Margret Naumburg en Edith Kramer kunnen aanwijzen. Deze vrouwen begonnen kunst te gebruiken in hun therapieën. Hoewel hun manier van denken over kunst als therapie heel anders was. Naumburg zag kunst als een uiting van “symbolisch spreken”, gevormd door het onderbewustzijn. Zij speelde een grote rol in de behandeling van haar cliënten, terwijl Kramer een rol op de achtergrond innam.

De “grootvader” van de creatieve therapie in Engeland was kunstenaar Adrian Hill. Hij kwam achter de werking van kunst als therapie toen hij in 1942 zijn ervaringen met de ziekte tuberculose in een schilderij probeerde vast te leggen. Hoewel creatieve therapie in Engeland in dezelfde periode ontstond, duurde het langer voordat het geaccepteerd werd.

Toepassing[bewerken]

Vaktherapie wordt vooral toegepast voor mensen met psychiatrische stoornissen en psychosociale problematiek. Het is een handelings- en ervaringsgerichte vorm van therapie: de door de cliënt opgedane ervaringen in vaktherapie leiden tot nieuwe vaardigheden en inzichten die praktisch toepasbaar zijn in het dagelijks leven. Deze vaardigheden kunnen liggen op emotioneel, cognitief, sociaal of lichamelijk gebied. De ervaring doet de cliënt op door te handelen in het medium, door het medium waar te nemen en (waar mogelijk) te reflecteren over de ervaringen in en naar aanleiding van het medium. Aan de hand van overeengekomen behandeldoelen werkt de creatief therapeut methodisch. Het resultaat van de therapie kan bijvoorbeeld verwerking, verrijking of inzicht zijn en ook verbetering van het cognitieve of lichamelijk functioneren. Daarnaast kan creatieve therapie een bijdrage leveren aan observatie en diagnostiek.

De therapeuten werken in de geestelijke gezondheidszorg, de algemene gezondheidszorg, de zorg voor verstandelijke en lichamelijk gehandicapten, de revalidatie, de verslavingszorg, het speciaal onderwijs, de jeugdhulpverlening, de zorg voor ouderen, specifieke werkvelden (zoals bijvoorbeeld hulp aan vluchtelingen) en in zelfstandige praktijken.

Opleiding[bewerken]

Nederland[bewerken]

De opleiding voor psychomotorisch (kinder)therapeut, dramatherapeut, danstherapeut, muziektherapeut en beeldend therapeut kan in Nederland worden gevolgd aan:

Om toegelaten te worden tot de opleidingen moet men eerst deelnemen aan een selectiebijeenkomst. In deze preselectie wordt gekeken of de kandidaat voldoende vaardigheden en affiniteit heeft met het medium voor gebruik in therapie.

Masteropleidingen in Nederland:

  • Master Opleiding Psychomotorische (kinder) therapie, Windesheim, Zwolle
  • Master Opleiding Danstherapie, Codarts, Rotterdam
  • Master of Arts Therapies, Zuyd Hogeschool Heerlen (beeldend, muziek, drama, dans en beweging)

België[bewerken]

In België bestaan drie bachelor-na-bachelor opleidingen creatieve therapie:

  • Arteveldehogeschool te Gent (drama, muziek, beeldend, dans)
  • Provinciale Hogeschool Limburg (beeldend)
  • VSPW Balans te Gent-(Sint-Amandsberg) (volwassenenonderwijs) (beeldend, dans, beweging/dans, aandacht)

Het Lemmensinstituut is gespecialiseerd op Master-niveau voor muziektherapie.

Vereniging Vaktherapie[bewerken]

In 2006 ontstond in Nederland de Federatie Vaktherapie als vereniging voor creatieve therapie en psychomotorische therapie (voorheen De Nederlandse Vereniging van Creatief Therapeuten, NVCT , die in 2006 is opgeheven). Sindsdien wordt creatieve therapie vaktherapie genoemd.

De Federatie Vaktherapeutische Beroepen, opgericht op 14 maart 2006, is de overkoepelende organisatie van de vaktherapeutische beroepsverenigingen in Nederland. De FVB kent een eigen beroepsregister. Dit register wordt beheerd door de SRVB. Om opgenomen te worden in het register moet een vaktherapeut minimaal een erkende hbo-opleiding en een supervisietraject hebben afgerond, en beschikken over voldoende werkervaring. De FVB vaktherapeuten handelen vanuit een gezamenlijke beroepscode en zetten zich in voor de vergoeding van behandelingen door zorgverzekeraars. De zes beroepsverenigingen die lid zijn van de FVB zijn:

  • Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische Kindertherapie (NVPMKT)
  • Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische Therapie (NVPMT)
  • Nederlandse Vereniging voor Beeldende Therapie (NVBT)
  • Nederlandse Vereniging voor Danstherapie (NVDAT)
  • Nederlandse Vereniging voor Dramatherapie (NVDT)
  • Nederlandse Vereniging voor Muziektherapie (NVvMT)

De zes beroepsverenigingen werken samen in de Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB).

Zie ook[bewerken]