Cruciale test

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een cruciale test of cruciaal experiment (Latijn: experimentum crucis) is een test die beslissend is voor een hypothese of theorie. Als de theorie wordt gefalsificeerd dan is deze weerlegd en kan deze verworpen worden. Indien de test succesvol verlopen is, dan is er volgens Popper geen sprake van verificatie, aangezien het niet uitgesloten kan worden dat er in de toekomst een test wordt uitgevoerd die de theorie weerlegt. Er is wel sprake van corroboratie, de theorie wordt versterkt. In het ideale geval worden alle overige theorieën wel weerlegd door de test, wat de betreffende theorie verder versterkt. Popper pleitte daarmee tegen de inductieve methode van verificatie en voor de deductieve methode van falsificatie.

Kuhn stelde dat de cruciale test niet mogelijk was en dat paradigma's pas verworpen worden als er andere beschikbaar zijn. Ook in tijden van paradigmaverschuivingen zijn cruciale testen niet mogelijk, omdat elk paradigma een eigen conceptueel kader heeft, waarin de test een verschillende waarde heeft, wat Kuhn incommensurabiliteit noemde. Een gemeenschappelijke neutrale taal van waaruit objectieve feiten de doorslag moet geven, is uitgesloten door de Duhem-Quinestelling die stelt dat het niet mogelijk is om een afzonderlijke hypothese te testen, omdat het niet duidelijk is welk deel van de hypothese precies op de proef wordt gesteld.

Literatuur[bewerken]