Cubacrisis
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Cubacrisis was de toestand van een dreigende atoomoorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie in oktober 1962, als gevolg van het uit de hand lopen van hun conflict over Cuba. Het eiland was na een zevenjarige guerrilla in 1959 communistisch geworden onder Fidel Castro, en had zich na de mislukte invasie in de Varkensbaai tot de Sovjet-Unie gewend om militaire bijstand.
Inhoud |
[bewerk] Plaatsing
Door de gespannen situatie van de Koude Oorlog had de Sovjet-Unie besloten om in Cuba kernraketten op te stellen. Deze plaatsing was mede een reactie op de plaatsing van raketten in Italië en Turkije door de VS die op de Sovjet-Unie gericht waren. Daarnaast was de locatie interessant omdat het Amerikaanse waarschuwingssysteem ingericht was op het oppikken van projectielen vanuit de Sovjet-Unie; niet vanuit Zuid-Amerika. Op deze manier zou de Sovjet-Unie strategische doelen beter kunnen raken.
De aanwezigheid op Cuba van raketten met een kernlading kwam aan het licht door foto's van Amerikaanse U2-verkenningsvliegtuigen, die vanaf augustus 1962 boven het eiland waren gemaakt. Achter de schermen werden door de Amerikanen een aantal opties overwogen. Een onmiddellijke nucleaire aanval werd snel afgewezen. Er werd lang getwijfeld tussen de complete invasie van Cuba met grondtroepen en een quarantaine. Er werd uiteindelijk gekozen voor de quarantaine. Een invasie zou waarschijnlijk catastrofaal geweest zijn omdat de Verenigde Staten niet goed op de hoogte waren van de militaire kracht van het door de Sovjet-Unie gesteunde Cuba.
[bewerk] Crisis
[bewerk] Blokkade
Op 22 oktober 1962 trad de crisis in volle openbaarheid toen president John F. Kennedy van de Verenigde Staten een felle rede hield[1] waarin hij de ontmanteling eiste van alle Sovjet-raketbases op Cuba en een blokkade aankondigde op alle militaire goederen naar het eiland; de Amerikaanse blokkade besloeg een gebied van ongeveer 80 kilometer, waarmee een boog rond Cuba werd gevormd. De staat van paraatheid van het Amerikaanse leger werd verhoogd tot niveau DEFCON-2, waardoor een onmiddellijk militair ingrijpen tegen Cuba mogelijk werd.
De Cubaanse leider Fidel Castro reageerde met de boodschap dat de blokkade illegaal was en Amerika Cuba niets kon verwijten.
[bewerk] 24-28 oktober
Twee dagen later werd de blokkade van kracht; de wereld hield de adem in, vooral toen duidelijk werd dat Sovjetschepen met kernkoppen aan boord de quarantainezone al dicht waren genaderd. De crisis werd nog verscherpt doordat enkele U-2-verkenningsvliegtuigen vanaf Cuba werden geraakt. Om de indruk te vermijden dat Kennedy zich liet leiden door de publieke opinie, werd dit feit door de Amerikanen niet in de openbaarheid gebracht. Intussen vond achter de schermen druk overleg plaats. Zondag 28 oktober bleek een keerpunt in de crisis, toen Radio-Moskou bekendmaakte dat de Sovjet-Unie gevolg zou geven aan de eisen van de VS en de schepen rechtsomkeert zouden maken.
[bewerk] Oplossing
Deze concessies volgden op een intensieve briefwisseling tussen de Russische leider Chroesjtsjov en Kennedy, waarin niet alleen tot ontmanteling van de raketbases op Cuba werd besloten, maar ook tot terugtrekking van de raketten van de VS gericht op de Sovjet-Unie in Italië, Turkije en Groot-Brittannië. Tevens werd besloten dat de Verenigde Staten de territoriale integriteit van Cuba zouden respecteren, hetgeen Kennedy later van conservatieve zijde zeer kwalijk werd genomen. Om de publieke schade voor Kennedy beperkt te houden, stemde Chroesjtsjov er mee toe de terugtrekking van Amerikaanse raketten uit Turkije niet openbaar te maken.
[bewerk] Internationale reacties
Achteraf bleek deze week het gevaarlijkste ogenblik te zijn geweest in de Koude Oorlog. De dreiging van een atoomoorlog was niet langer denkbeeldig.
In het Westen bereidden velen zich op een mogelijke atoomoorlog voor door water- en voedselvoorraden in huis te halen. Ook was er op beperkte schaal sprake van emigratie.
De Cubacrisis resulteerde later in de instelling van de zogeheten Hot Line, een directe verbinding tussen de Amerikaanse en Russische leiders, om in nieuwe mogelijke crisissituaties het hoofd te bieden aan de dreiging van een atoomoorlog.
[bewerk] Latere studies
Uit documenten die later (in 1992) werden vrijgegeven alsmede een studie over de Cubacrisis bij de herdenking ervan in 2002, blijkt dat de nucleaire oorlog nog veel dichterbij lag dan tevoren was aangenomen. De Russische generaal Plijev had toestemming in geval van een invasie van Cuba, het Russische nucleaire arsenaal te gebruiken.
De Amerikanen gebruikten dieptebommen die een hels lawaai veroorzaakten in de Russische onderzeeërs, teneinde deze te dwingen naar boven te komen. De kapitein van de Russische onderzeeër B-59 werd psychologisch zodanig murw van het voortdurende gebeuk op zijn boot, dat hij aandrong op nucleaire actie. Hiervoor had hij echter de toestemming nodig van twee hogere officieren. Door de koelbloedigheid van de oudere officier Vasilij Archipov werd het verzoek van de B-59 afgewezen.
[bewerk] Verfilming
De Amerikaanse speelfilm "Thirteen Days" (2000) van Roger Donaldson, handelt over de cubacrisis vanuit het standpunt van de gebroeders Kennedy en het Witte Huis. De film wordt getoond vanuit het standpunt van Kenny O'Donnell, een helper van het Witte Huis, gespeeld door Kevin Costner. Het merendeel van het verhaal richt de aandacht eerder op wat de beste beslissingen zouden zijn tijdens deze penibele crisis dan over de Koude Oorlog en het gevecht tussen twee supermachten als dusdanig. De gebroeders Kennedy en Kenny staan zowaar alleen tegenover de militaire top die aandringt tot invasie van Cuba.
| Bronnen, noten en/of referenties: |
|
[bewerk] Zie ook

