Cultureel kapitaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cultureel kapitaal is het geheel van kennis, cognitieve vaardigheden en opleiding van een persoon waarmee sociale privileges verworven, of behouden kunnen worden. Daarmee is het van invloed op de sociale mobiliteit.

Het concept is afkomstig van Pierre Bourdieu, die onderscheid maakte tussen verschillende soorten kapitaal die mensen nodig hebben om macht en invloed te verwerven. Naast cultureel kapitaal waren dit aanvankelijk economisch kapitaal als geld en onroerend goed, en sociaal kapitaal als relaties en netwerken. Deze driedeling is geïnspireerd door de theorie van Weber. Later heeft Bourdieu hier nog andere vormen van kapitaal aan toegevoegd, zoals symbolisch en linguïstisch kapitaal.

Bourdieu onderscheidt drie vormen van cultureel kapitaal, de belichaamde staat, de geobjectiveerde staat en de geïnstitutionaliseerde staat. De belichaamde staat wordt daarbij gevormd door de ‘duurzame disposities van het organisme’, de geletterdheid en culturele kennis en competenties die onlosmakelijk verbonden zijn met de persoon en waarvan de opbouw lange tijd in beslag neemt. De geobjectiveerde staat bestaat uit tastbare zaken als documenten, schilderijen en instrumenten en is daarmee overdraagbaar. De geïnstitutionaliseerde staat bestaat onder meer uit diploma's en titels.