Cumulatieve-frequentieanalyse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vraagteken
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Onduidelijk allegaartje, vertaald uit het Engels. vermoedelijk verband met extreme waarde
Dit sjabloon is geplaatst op 22 juni 2010.
Vraagteken

Cumulatieve–frequentieanalyse, in het Engels gewoon frequency analysis (frequentie-analyse) geheten, is een statistische methode voor het onderzoeken van de (relatieve) frequentie (de mate van voorkomen) van een verschijnsel en de betrouwbaarheid van voorspellingen daarvan.

De analysetechnieken betreffen het schatten als puntschatting en het bepalen van betrouwbaarheidsintervallen van de theoretische kans p van optreden van het betrokken verschijnsel.

Puntschatting[bewerken]

Als mogelijke schatters van p komen in aanmerking:

  • de steekproeffractie K/n, waarin K het aantal keren is dat het verschijnsel zich voordeed in n observaties,

en variaties daarvan, zoals:

  • K/(n+1)
  • \scriptstyle (K+\tfrac12)/(n+1)
  • (K+1)/(n+2)

Betrouwbaarheidsinterval[bewerken]

Een intervalschatting van p wordt, voor grote waarden van n, gegeven door het benaderende betrouwbaarheidsinterval:

p =\hat{p} - z\sqrt{\frac {\hat{p}(1-\hat{p})}{n}}.

Daarin is \scriptstyle \hat{p} = K/n de puntschatting van p, en z het in verband met de gewenste betrouwbaarheid betrokken percentiel van de standaardnormale verdeling.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties