Cypriano de Rore

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cypriano de Rore
Portret van Cypriano de Rore door Hans Müelich, ca. 1558
Portret van Cypriano de Rore door Hans Müelich, ca. 1558
Algemene informatie
Geboren Ronse, 1515 of 1516
Overleden Parma, 1565
Land Flag of the Low Countries.svg Habsburgse Nederlanden
Werk
Beroep(en) Componist
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Cypriano de Rore, of Cipriano, Cypriaan en Cyprien de Rore (Ronse, 1515 of 1516 - Parma, tussen 11 september en 20 september 1565) was een componist afkomstig uit de Nederlanden. Hij was een representatieve vertegenwoordiger van de generatie Nederlandse polyfonisten van na Josquin, wier componistenloopbaan zich eveneens in Italië afspeelde, en die bepalend was voor de ontwikkelingen van de muziekstijlen van de late Renaissance. De Rore was ook een van de meest vooraanstaande componisten van madrigalen.

Leven[bewerken]

Uit recent onderzoek is gebleken dat hij waarschijnlijk in een welgestelde familie is geboren in Ronse, een stad in Vlaanderen. Over zijn muzikale opleiding staat niets bekend. Sommige onderzoekers vermoeden een band met Margaretha van Parma, die in de jaren 1530 naar Napels trok om er te trouwen met een lid van de Medici-familie. Rore kan haar hebben vergezeld, waarbij hij wellicht in Italië ook wat opstak van de musici daar. Het is ook mogelijk dat hij zijn opleiding veeleer in Antwerpen heeft genoten. Er is lang gedacht dat hij in Venetië bij Adriaan Willaert zou hebben gestudeerd en dat hij in de San Marcobasiliek zong, maar er is weinig wat deze bewering kan staven. In 1542 was hij in Brescia, waar hij waarschijnlijk bleef tot 1546. In die periode begon hij naam te maken als componist. Hij gaf succesrijk madrigalen uit en twee boeken met motetten.

In 1546-1547 kwam hij als zangmeester in dienst bij hertog Ercole II d'Este in Ferrara. Giaches de Wert was daar een van zijn leerlingen, zo ook Luzzasco Luzzaschi, het belangrijkste lid van wat op een dag de meest avant-gardistische muzikale instellingen van het Italië van de late Renaissance zou worden. In 1558-59 keerde De Rore naar de Nederlanden terug om zijn ouders te bezoeken. Toen Ercole in 1559 stierf, bood De Rore diens opvolger Alfonso zijn diensten aan, maar de nieuwe hertog weigerde en wees Francesco dalla Viola in de plaats aan. Van 1560 tot 1563 werkte De Rore voor Margaretha van Parma, landvoogdes der Nederlanden, in Brussel en voor haar echtgenoot hertog Ottavio Farnese in Parma. Toen Willaert in 1563 stierf, werd Cypriano de Rore diens opvolger als kapelmeester van de San Marco], maar hij bood al in 1564 zijn ontslag aan en ging naar Parma terug, waar hij stierf.

Werken en invloed[bewerken]

De Rore is het bekendst omwille van zijn Italiaanse madrigalen, maar hij was ook een productief componist van geestelijke muziek, zowel van missen als van motetten. Josquin was zijn uitgangspunt en hij ontwikkelde vele technieken vertrekkend van de stijl van de oudere componist. Van de Rore kennen we vijf missen, ongeveer 80 motetten, verschillende psalmen, wereldlijke motetten, en een zetting van de Johannespassie.

Als componist van madrigalen verwierf De Rore echter blijvende roem. Hij was verreweg de meest invloedrijke madrigalist van het midden van de zestiende eeuw. Hij schreef er meer dan 120 verdeeld over tien afzonderlijke boeken, uitgegeven tussen 1542 en 1565; andere madrigalen werden apart gepubliceerd. Meestal zijn ze vier- of vijfstemmig, met één voor zes stemmen en één voor acht; de geest van zijn composities neigt naar het ernst, in het bijzonder in contrast met het lichtzinnige karakter van het werk van de oudere generatie madrigalisten zoals de Nederlanders, Jakob Arcadelt en Philippe Verdelot. De Rore behoorde tot de tweede generatie madrigalisten.

De Rore was een gesofisticeerd contrapuntist en wendde canonische technieken toe, imitatie, en alle mogelijkheden van de polyfonie zoals ze zich sinds de vroege zestiende eeuw hadden ontwikkeld met het doel wereldlijke teksten op muziek te zetten. De vorming van de chromatiek, later door Gioseffo Zarlino (1517–1590), de leraar van Girolamo Frescobaldi, nog intensiever toegepast, is tegelijk een neerslag van de humanistisch-antiquiserende tendens, en een nabootsing van de chromatiek en enharmoniek van de antieke Griekse muziek. In het midden van de zestiende eeuw was chromatiek het compositorische neusje van de zalm geworden. De invloed van de Rores stijl is goed aanwijsbaar in het werk van Lassus, Palestrina, Philippus de Monte en zelfs bij een veel latere componist als Claudio Monteverdi.

Volgens Alfred Einstein, in "The Italian Madrigal" (1949):

  • "De Rores werkelijke, geestelijke opvolger was Monteverdi. Rore bezit de sleutels tot de hele ontwikkeling van het Italiaanse madrigaal na 1550."

De Rore componeerde wereldlijke Latijns motetten en dat is een vrij ongewone "cross-over"-vorm in het midden van de 16de eeuw, parallel met het geestelijke madrigaal, de "madrigale spirituale". Stilistisch zijn deze motetten verwant aan zijn madrigalen.

Bibliografie[bewerken]

  • Alvin H. Johnson, "Cipriano de Rore," in The New Grove Dictionary of Music and Musicians, ed. Stanley Sadie. 20 vol. London, Macmillan Publishers Ltd., 1980. ISBN 1-56159-174-2
  • Gustave Reese, Music in the Renaissance. New York, W.W. Norton & Co., 1954. ISBN 0-393-09530-4
  • Alfred Einstein, The Italian Madrigal. Princeton, N.J., 1949.
  • Patrick Macey, Bonfire Songs: Savonarola's Musical Legacy. Oxford, Clarendon Press. 1998. ISBN 0-19-816669-9
  • Allan W. Atlas, Renaissance Music. New York, Norton, 1998. ISBN 0-393-97169-4

Hoofdwerken[bewerken]

  • 5 boeken met vijfstemmige Madrigali cromatici (1542-1566),
  • Vier- tot vijfstemmige madrigalen Le vive fiamme (1565).
Bronnen, noten en/of referenties