Cyriel Verschaeve

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cyriel Verschaeve
Beeld van Cyriel Verschaeve te Alveringem
Beeld van Cyriel Verschaeve te Alveringem
Algemene informatie
Geboren 30 april 1874
Overleden 8 november 1949
Beroep Priester, dichter
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Cyriel Charles Marie Joseph Verschaeve (Ardooie, 30 april 1874Solbad Hall, 8 november 1949), was een Vlaams-nationalistisch priester en letterkundige. Wegens zijn collaboratie tijdens de Duitse bezetting van België in de Tweede Wereldoorlog en zijn Belgische terdoodveroordeling in 1946, blijft hij omstreden.

Levensloop[bewerken]

Jeugd- en vormingsjaren[bewerken]

Cyriel Verschaeve werd geboren in een vroom katholiek gezin in West-Vlaanderen. Zijn vader, François Verschaeve, was blauwverver. Dit hield in dat hij een kleine nijverheidsonderneming had waar linnen uit de streek gebleekt en geverfd werd. Zijn moeder Melanie Delforche was een zorgzame edelmoedige vrouw. Cyriels broer werd Procureur des Konings te Kortrijk. Als kind en opgroeiende knaap leed Cyriel aan een aangeboren zwaarmoedigheid. Op de lagere school te Ardooie was hij een in zichzelf gekeerd weetgierig kind. Hij had een drang om veel te lezen, vooral de heldenromans van Hendrik Conscience. Boetseren leerde hij bij Henri Boncquet. Dit deed hij zijn hele verdere leven, vooral afbeeldingen van Christus, Moeder Maria en Griekse mythologische figuren.

Van 1886 tot 1892 volgde hij in het Frans de lessen aan het Klein Seminarie van Roeselare. Daar is de herinnering aan Guido Gezelle, Hugo Verriest en Albrecht Rodenbach levendig. Hij kwam in contact met de Vlaamse studentenbeweging en dweepte met Albrecht Rodenbach en de blauwvoeterij. Zijn biograaf Dirk Vansina karakteriseert Verschaeve als volgt: "Hij zou blijven wat hij reeds als jongeling scheen, uiterlijk koud en gaarne een beetje ironisch, een vuurberg tot aan de krater met sneeuw bedekt".
In 1892 werd hij student wijsbegeerte te Roeselare. Van 1893 tot 1896 studeerde hij theologie aan het grootseminarie te Brugge. Op 12 juni 1897 wordt hij er tot priester gewijd. Echter de leerinhouden aldaar boeiden hem matig. In de lectuur van Augustinus, Blaise Pascal en de middeleeuwse mystici ging hij eerder in op. Via dorpsvrienden kwam hij tot de grote Duitse romantici en tot het Vlaams nationalisme.

Religieuze, pedagogische en literaire werkzaamheden[bewerken]

In de periode van 1896 tot 1911 was hij leraar in de poësis aan het St.-Jozefscollege te Tielt. Oud-leerlingen betitelden hem als een uitstekend leraar, vriendelijk maar eerder spaarzaam met woorden als hij in gezelschap kwam. In 1898 volgde hij aan de universiteit van Jena een semester de colleges van Nobelprijs-winnaar Rudolf Eucken. Hij bewonderde er de degelijkheid van de Duitse wetenschap en de rijkdom van de Duitse cultuur. Hier kwam hij tot het inzicht dat hij, door een bloedband verbonden, tot de Germaanse wereld behoorde en niet tot de Latijnse. Volgens die manicheïstische theorie zou de Latijn er naar streven de werkelijkheid te beheersen, de Germaan er zich aan over te geven. Deze vaststelling is de sleutel van Verschaeves kunst en levenshouding. Met sympathie voor de Afrikaners volgt hij op afstand de Boerenoorlog (1899-1902) tussen het Verenigd Koninkrijk en de Zuid-Afrikaanse Boerenrepublieken. Voortaan zullen de Zuid-Afrikaanse Boeren (Afrikaners) - ofschoon merendeels calvinisten - priester Verschaeve in het bijzonder dierbaar worden.

Vanaf 1907 begint hij vele werken te publiceren en bijdragen te leveren in katholieke Vlaamsgezinde tijdschriften zoals Ons Leven, Dietsche Warande en Belfort en Jong Dietschland (niet te verwarren met de voorganger van Lodewijk Dosfel). Na 15 jaar leraarschap vroeg hij aan de bisschop zijn ontslag en een aanstelling als kapelaan in een rustig Vlaams dorp om meer tijd te kunnen besteden aan zijn letterkundige activiteiten.

Op 4 november 1911 wordt hij onderpastoor in Alveringem, een plaatsje dat tijdens de Eerste Wereldoorlog vlak achter het IJzerfront ligt. De priester-dichter kwam er onder de indruk van het weidse landschap, een gestolde zee onder een eindeloze hemel en vond er vanzelf ongedwongen de weg naar het gemoed van de zwijgzame West-Vlaamse mensen uit de streek. In Alveringem kweet hij zich nauwgezet van zijn taak als priester, studeerde, schreef tot laat in de nacht en bezocht buitenlandse musea en bibliotheken. Zijn drama Ferdinand Verbiest zag het licht in 1912 en Judas (1917) werd bekroond met de Staatsprijs voor Toneelletterkunde.

Verschaeve wordt tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) de geestelijke raadsman van de Frontbeweging, in 1916 ontstaan uit onvrede met de behandeling van de Vlaamse soldaten aan het front, grotendeels onder bevel van eentalig Franssprekende officieren. Hij stelt in 1917 aan koning Albert I gerichte "Frontbrieven" op met de verzuchtingen van de Vlaamse frontsoldaten. Koning Albert I had immers bij de Duitse inval van 4 augustus 1914 de Vlamingen vermeende gelijkheid in rechte en in feite beloofd als zij gevolg gaven aan zijn oproep om zich te melden bij het Belgisch leger om zich in het avontuur van "den Grooten Oorlog" te storten. Naast de Vlaamse Frontbeweging groeide in het bezette deel van het land het activisme, dat collaboreerde met de keizerlijke Duitse bezetter. De activistische Raad van Vlaanderen riep op 22 december 1917 de onafhankelijkheid uit - met goedvinden van de Pruisische bezettingsmacht.

Verschaeve dichtte ook het bekende vers "Hier liggen hun lijken als zaden in het zand, hoop op den oogst O Vlaanderland" dat ook op de eerste IJzertoren voorkwam. De veroordeling en de onderdrukking van de Frontbeweging en het activisme door de Belgische overheid na de Wapenstilstand bracht bij Verschaeve de overtuiging bij dat er van België niets te verwachten viel.

Later zal hij de eerste steen leggen van de eerste IJzertoren te Diksmuide, die in 1930 ingehuldigd wordt. In de daaropvolgende jaren distantieert Verschaeve zich van de IJzerbedevaart omdat die in zijn ogen niet radicaal genoeg is en weinig uithaalt. Ook keert hij zich af van de Belgische politiek en de democratie omdat aan de Vlaamse grieven en verzuchtingen (taalgelijkschakeling in het leger en gerecht, vernederlandsing van het hoger onderwijs) te weinig en te traag gevolg wordt gegeven. Hij is geboeid door autoritaire bewegingen als het Verdinaso en het Duitse Nationaalsocialisme.

In 1936, drie jaar na de machtsovername door Hitler wordt hem de Rembrandtprijs van de universiteit van Hamburg toegekend. Het jaar daarop ontvangt hij naast Maria Elisa Belpaire, Stijn Streuvels en Anton van Duinkerken het eredoctoraat in de Letteren en Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven. In april 1939 gaat hij op 65-jarige leeftijd op pensioen als onderpastoor van Alveringem. Hij blijft te Alveringem wonen en draagt er nog elke ochtend de heilige Mis in de parochiekerk op.

Politieke activiteiten[bewerken]

Tijdens de zomer van 1940 schrijft Verschaeve Het Uur van Vlaanderen waarin hij zijn sympathie voor het Nazi-Duitsland uiteenzet. Op 6 november 1940 wordt hij door het Duitse Militaire Bestuur aan het hoofd van de Vlaamse Cultuurraad gezet (met Jef van de Wiele van DeVlag als secretaris). De Belgische bisschoppen en diocesane clerus bezien zijn collaboratie met argusogen, maar grijpen desondanks uit angst voor represailles niet in.

In december 1940 zegt hij in een toespraak: "Duitschland, 't allerrijkste kultuurland, reikt ons de hand tot samenwerking. Waarom zouden wij het wantrouwen? Waarom zou Duitschland verkiezen met knechten dan met vrienden samen te werken?".

In de zomer van 1941 tijdens de Duitse Operatie Barbarossa levert hij zijn volle steun aan het Vlaams Legioen en bewierookt hij de Oostfronters ("Deze oorlog is heilig, omdat hij gestreden wordt voor iets heiligs: het leven en al wat het voor schoonheid inhoudt."). Verblind door zijn eigen ideologie verantwoordt Verschaeve zijn gedrag aan vrienden, nooit ontrouw wordend aan zijn zelfgekozen levensethos, zijn verlangen naar grootsheid, zijn bewondering voor historische heldenfiguren.

Verschaeve koos in de tweestrijd tussen het VNV en het nazistische DeVlag steeds meer partij voor DeVlag. Tevens drukt hij zich steeds meer vol bewondering en verheerlijking van het Duitse Rijk uit, ofschoon Verschaeve vele politieke gebeurtenissen in de oostelijke bezette gebieden en ook de ideologische conflicten met Engeland niet weet te plaatsen. Zijn uitingen dragen het kenmerk van een wereldvreemde romanticus die nazi-Duitsland met het cultuur-Duitsland van Richard Wagner en Goethe verwisselt. Nochtans was hij goed thuis en gewaardeerd in nazi-Duitsland. In 1944 wordt de dan zeventigjarige Verschaeve door de nazi's tot doctor honoris causa gepromoveerd aan de Universiteit van Keulen.

In juli 1944 had Verschaeve een ontmoeting met Heinrich Himmler waarbij hij poogde om de eigenheid en autonomie van het Vlaamse volk tegenover de Reichsführer-SS te verdedigen. Deze ontmoeting leidde, mede door het verloop van de oorlogsgebeurtenissen, niet tot resultaten. Bovendien botste Verschaeves katholieke en Vlaamse referentiekader sterk met de nieuw-heidense en Groot-Germaanse idealen van Himmler.

Grafmonument van Verschaeve te Alveringem.

Eind augustus 1944 wordt hij door een SS-eenheid naar Duitsland geëvacueerd, waar hij adviseur wordt van de Vlaamse regering in ballingschap onder leiding van Jef van de Wiele. In april 1945 komt de vluchtende Verschaeve uiteindelijk in Oostenrijks Tirol terecht, dat tot 8 mei - het einde van de oorlog in Europa - in handen van de Wehrmacht blijft. Hij vindt als politiek vluchteling een onderkomen in de pastorie van Solbad Hall in Tirol waar hij tenslotte op 8 november 1949 na een ziekte overlijdt. Op zijn sterfbed spreekt hij tot zijn vriend Dirk Vansina: „Ik vraag gerechtigheid.” Vansina antwoordt: „Ik zal voor u de gerechtigheid der liefde vragen.” Ondertussen was hij in 1946 in Brugge wegens collaboratie bij verstek tot de doodstraf door het vuurpeloton veroordeeld. Op 12 november 1947 werd Verschaeve bij vonnis geveld door de Krijgsraad te Brugge van de Belgische nationaliteit vervallen verklaard.

Epiloog[bewerken]

Tijdens 'Operatie Brevier' in 1973 groef een VMO-commando onder leiding van Bert Eriksson zijn stoffelijk overschot in Oostenrijk op, en heeft het het daarna onder een plaat gewapend beton opnieuw begraven op het parochiekerkhof van Alveringem. De harde kern van de Vlaams-nationalisten, waaronder meerdere VB-leden, blijft de figuur van priester Verschaeve vereren. In september 2007 ontstond er commotie rond de vaststelling dat er in de gemeente Breendonk met het Fort van Breendonk, waar veel weerstanders en Joden ten dode toe onder de door Verschaeve bewonderde Duitse bezetting, een Cyriel Verschaevestraat is.

Werken[bewerken]

Cyriel Verschaeve schreef een omvangrijk filosofisch getint, zwaar op de hand en literair verouderd oeuvre vol overspannen woordenpraal en gezwollen beelden, dat vooral dramatische, poëtische en essayistische werken bevat. Hij had in het Frans en het Latijn gestudeerd en zijn Nederlands was onzuiver en hoekig. Destijds schreef de jezuïet Jozef Van Mierlo over Verschaeves werk heel beeldend: "Men verwarre toch niet de schijn met het wezen, 't gebaar met de daad, de woedende oppervlakte met zwangere diepte". Hij is meer een symbool geworden en zijn werk wordt niet of nauwelijks nog gelezen. André Demedts rekent zijn essays tot zijn beste werk. De door hem schriftelijk of mondeling verkondigde meningen en overtuigingen werden meestal niet gekenmerkt door een koele analyse van de actuele situatie, maar zijn vaak gedreven en gevoelsgeladen boutades.

Lijst van werken:

  • Jacob van Artevelde (1911)
  • Zeesymphonieën (1911)
  • Ferdinand Verbiest (1912)
  • De schoonheid van het evangelie (1913)
  • Passieverhaal (1913)
  • Philips van Artevelde (1913)
  • Nocturnen (1916-1924)
  • Judas (1917)
  • Het mysterie (1920)
  • Uren bewondering voor groote kunstwerken (1920-1922)
  • Maria Magdalena (1928)
  • De Kruisboom (1929)
  • Elijah (1936)
  • Nocturnen (1936)
  • Rubens, Vlaanderens Spectrum (1938)
  • Jezus (1939)
  • Eeuwige gestalten (1944)

Autobiografische werken:

  • Oorlogsindrukken (1914-1918), Gent 1996
  • Oorlogsgedenkschriften (1944-1946), gepubliceerd in Verschaeviana jaarboek 1988-89

Literatuur[bewerken]

Biografieën:

Bloemlezing:

  • André Demedts, Cyriel Verschaeve, priester-dichter, 1973, uitg. Zeemeeuw Brugge. De bloemlezing bevat naast een inleiding door de auteur uittreksels uit zijn gedichten Zeesymfonieën; Nocturnen I en II), de Passie van onzen Heer Jezus-Christus, Judas, Schoonheid en Christendom (het eeuwig leven van Augustinus; Vlaamse mystiek), Kunstbeschouwing (Rubens, de kosmische kunstenaar; De wending in de kunst; Shakespeares eigen tragedie) en Vlaamse Beweging (Word wat ge zijt).

Bronnen[bewerken]

  • Cyriel Verschaeve, waterdrager in dienst van het Derde Rijk Bron: Verzet.org (auteur: Hugo Van Minnebruggen)
  • Verschaeviana via de publicaties van het Jozef Lootensfonds. In 1995 werd het omvangrijke Cyriel Verschaeve-archief, vanaf 1960 en tot dan toe beheerd door het Jozef Lootensfonds te Brugge, overgedragen aan het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams Nationalisme of het ADVN. De historiografisch belangrijke overdracht omvat het eigenlijke archief omtrent Cyriel Verschaeve, zijn vrienden en tijdgenoten (voornamelijk brieven en manuscripten); het bevat bibliotheekwerken, audiovisuele voorwerpen, tijdschriften. Het fonds verzorgde ook de uitgave van Verschaeviana, het jaarboek dat het wetenschappelijk onderzoek omtrent leven en werken van Cyriel Verschaeve en zijn tijdgenoten wilde bevorderen. Het fonds was tot 1995 een deskundig bewaarder van het archief én tegelijkertijd promotor van een wetenschappelijk serene historiografie rondom de priester-dichter. De Verschaeviana Jaarboeken verschenen in principe jaarlijks van 1970 tot 1994. Zij bevatten artikels, notities, bronnencommentaren omtrent één of meerdere aspecten van het leven en het werk van de auteur. Sommige jaarboeken zijn colloquiumnummers en fungeren als verslagboek van de zeven colloquiua die het Jozef Lootensfonds omtrent een bepaald thema organiseerde.

Verschaeviana Jaarboeken

  • Eerste deel, Aflevering 1, 1970
  • Eerste deel, Aflevering 2, 1972
  • Eerste deel, Aflevering 3, 1973
  • Eerste deel, Aflevering 4, 1974
  • Eerste deel, Aflevering 5, 1975
  • Tweede deel, Aflevering 1, 1976
  • Tweede deel, Aflevering 2, 1977
  • Tweede deel, Aflevering 3, 1978
  • Jaarboek 1979 – Verschaeve en de Barok (colloquiumnummer), 1979
  • Jaarboek 1981 – Verschaeve en Rodenbach (colloquiumnummer) 1981
  • Jaarboek 1982
  • Jaarboek 1983 – Verschaeve en de Vlaamse meisjesbeweging (colloquiumnummer), 1983
  • Jaarboek 1984 – Cyriel Verschaeve te Berlijn in mei 1941 / Arthur de Bruyne; Toon van Moerbeke; Renaat de Deygere e.a., 1984
  • Jaarboek 1985 – Cyriel Verschaeve in zijn religieuze werk (colloquiumnummer), 1985
  • Jaarboek 1986
  • Jaarboek 1987 – Cyriel Verschaeve en de Tweede Wereldoorlog (colloquiumnummer), 1987
  • Jaarboek 1988-1989 – Oorlogsgedenkschriften Cyriel Verschaeve 1944–1946 / Romain Vanlandschoot; Wim Meyers; Renaat De Deygere, 1990
  • Jaarboek 1990-1991 – Literaire en esthetische receptie omtrent Verschaeve (colloquiumnummer), 1992
  • Jaarboek 1993 – Mythevorming omtrent Verschaeve (colloquiumnummer), 1994 [1]

Noot[bewerken]

  1. Over de Verschaeviana

Externe links[bewerken]