D0-experiment

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De controlekamer van het D0-experiment

Het D0-experiment is een natuurkundig experiment dat wordt gedaan met de D0-deeltjesdetector op het Fermilab. Het onderzoek wordt gedaan door een internationale collaboratie van ongeveer 600 wetenschappers, die metingen doen aan botsingen van protonen en antiprotonen om uitspraken te kunnen doen over sub-atomaire materie.

De D0-detector[bewerken]

De D0-detector bevindt zich aan de Tevatron-ring, waarin protonen op antiprotonen botsen bij een zwaartepuntsenergie van 1.96 TeV. Op een aantal plaatsen in de ring botsen deze deeltjes op elkaar en om het interactiepunt dat D0 heet, staat de D0-detector. De D0-detector is een zogenaamde multi-purpose detector, wat betekent dat hij niet is gebouwd om één speciale meting mee te doen, maar om allerlei soorten botsingen te registreren om daaruit zo veel mogelijk informatie te halen.

Nadat de bouw van de D0-detector acht jaar geduurd had, werd op 12 mei 1992 de eerste botsing geregistreerd. Van 1992 tot begin 1996 botsten in de Tevatron-ring protonen en antiprotonen bij een zwaartepuntsenergie van 1.8 TeV. Deze periode wordt RunI genoemd. Na 1999 werd zowel de Tevatron-ring als de D0-detector verbeterd. Sinds 2001 vinden er weer botsingen plaats, nu bij een zwaartepuntsenergie van 1.96 TeV. Deze periode wordt RunII genoemd.

De D0-collaboratie[bewerken]

Wetenschappers van 96 instituten uit Azië, Europa en Noord- en Zuid-Amerika werken samen aan het D0-experiment. Deze instituten zijn voornamelijk universiteiten en nationale onderzoekscentra. Uit Nederland doen de Radboud Universiteit Nijmegen, de Universiteit van Amsterdam en het Nikhef mee.

Onderzoek[bewerken]

In 1995 vond het hoogtepunt van RunI plaats. Toen werd door D0 en CDF samen de reeds voorspelde top quark ontdekt.

Externe links[bewerken]