DB320

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
DB320

DB320 is een in de rotsen op de westoever van de Nijl bij Luxor uitgehouwen verzamelgraf uit de tijd van de 21e dynastie.

De letters DB staan voor Deir al Bahari een dorpje in de buurt. Men spreekt ook wel van TT320. TT staat voor Theban Tomb.

Ontdekking van het graf[bewerken]

In het graf troffen Émile Brugsch en Gaston Maspero in het jaar 1881 een vrij groot aantal mummies uit het oude Egypte aan. De meesten waren van koninklijken bloede. Het graf bevatte ook een 6000-tal grafgiften, beeldjes en andere objecten en was al enige tijd als bron van inkomsten gebruikt door de gebroeders Rassoel. Op 25 juni 1881 verraadde één van hen onder marteling de locatie aan Dienst van Oudheden van de Egyptische autoriteiten. Omdat de Europese oudheidkundigen vreesden voor hun eigen veiligheid en die van de mummies lieten zij in grote haast het hele graf leeg halen. De lokale bevolking was allesbehalve blij met het verlies van een belangrijke bron van inkomsten. Al op 11 juli waren de meeste kisten en mummies naar Caïro vervoerd. Bij deze verhuizing ging een grote hoeveelheid informatie verloren. Er werd nergens aantekening van gemaakt en later zou Maspero uit zijn geheugen een verslag publiceren.

In de jaren 1998, 2001 en 2004 voerde de Duitse Egyptoloog Erhart Gräfe een nieuwe en nu minutieuze expeditie uit naar de locatie uit om zo veel mogelijk de gang van zaken te reconstrueren en zodoende een aantal van de vele onduidelijkheden uit de weg te ruimen.

Oorspronkelijk doel[bewerken]

Het graf was oorspronkelijk bedoeld als laatste rustplaats van hogepriester-koning Pinudjem II van de 21e dynastie, zijn vrouw Nesikhons en enkele andere familieleden. Pinudjem II stierf rond 980/970 v.Chr. in een tijd van verval van het Egyptisch koninkrijk. In deze tijd waren de mummies uit vroegere dynastieën hun rust niet meer zeker. Grafroverij was aan de orde van de dag, vooral omdat dieven op de kostbaarheden uit waren, maar men vreesde ook voor het voortbestaan van de mummies zelf.

In toenmalig Egypte was het vernietigen van een mummie de ergst denkbare schending van de grote koningen van weleer omdat zonder de mummie de overledene in het hiernamaals niet verder kon leven. Veel oudere koninklijke mummies werden daarom in veiligheid gebracht door ze te verslepen naar een andere rustplaats. Met sommigen gebeurde dat zelfs meer dan eens. DB320 is een uiteindelijke rustplaats van vele groten uit het Nieuwe Rijk geworden.

Inhoud van het graf[bewerken]

Koningen waarvan de mummie in DB320 aangetroffen is:

Dynastie Naam
17e Seqenenre Tao II
18e Nepehitre Ahmose I
18e Djoserkare Amenhotep I
18e Akheperenre Thoetmosis I
18e Menkheperre Thoetmosis III
19e Menmaatre Seti I
19e Usermaatre Ramses II
20e Usermaatre-Meriamen Ramses III
20e Neferkare Setepenre Ramses IX