Daantje de wereldkampioen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Daantje de wereldkampioen is een boek van Roald Dahl, dat in 1975 in het Engels verscheen als Danny, the Champion of the World en in 1976 vertaald door Harriet Freezer in het Nederlands verscheen. Het boek won in 1977 in Nederland en Zilveren Griffel. In 1989 werd het boek verfilmd. In 2006 verscheen het boek ook als luisterboek, voorgelezen door Jan Meng.

Korte samenvatting[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Daantje woont bij zijn vader op een tankstation. Zijn vader leert hem voor hij naar school gaat hoe hij een motor van een auto uit elkaar moet halen en in elkaar moet zetten. Ook doet hij leuke dingen met Daan, zoals vliegeren en het oplaten van een zelfgemaakte vuurballon. Op een nacht komt zijn vader pas heel laat thuis, en dan komt het geheim naar boven: zijn vader is stroper van fazanten en zijn grootvader was nog een veel groter stroper. Daantje verzint zelf een stroopmethode. In het bos van meneer Hazel, met wie ze nog een appeltje te schillen hebben, voeren ze de fazanten rozijnen met slaapmiddel. Ze vangen honderdtwintig fazanten, en daarmee is Daantje wereldkampioen. Als ze thuis zijn met de fazanten, ontsnappen er weer een heleboel, doordat ze wakker worden. Meneer Hazel, die verhaal komt halen, vangt bot en zijn witte Rolls-Royce raakt beschadigd en bevuild. Ook blijven er genoeg fazanten voor Daan en zijn vader over als "loon naar werken".