Dachau (concentratiekamp)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De ingang van het Concentratiekamp KZ Dachau (dit is het originele gebouw, gefotografeerd in 2005)
De ingang van het Concentratiekamp KZ Dachau (dit is het originele gebouw, gefotografeerd in 2005)

Concentratiekamp Dachau was het eerste grootschalig opgezette concentratiekamp in Nazi-Duitsland. Het werd al in 1933 in gebruik genomen, en was gebouwd in de nabijheid van de zuid-Duitse stad Dachau (bij München). In eerste instantie werden er communisten en sociaal-democraten in opgesloten. Al in het eerste jaar kwamen er tientallen politieke tegenstanders van Hitler om het leven. Hierbij moet bedacht worden dat dit gebeurde onder medeverantwoording van de coalitie-genoot van Hitler, de katholieke Zentrum-partij.

Kamp Dachau werd gebouwd in een overtollige kruitfabriek, en was op 21 maart 1933 klaar. Het was het eerste kamp, en was daarmee prototype voor latere kampen. De basisopzet en organisatie werden hier uitgedacht door Lagerkommandant Theodor Eicke, die later inspecteur zou worden voor alle concentratiekampen. Dachau werd spreekwoordelijk voor de nazi-terreur: "Ssst, mond houden, anders kom je nog in Dachau!"

In totaal zijn 200.000 mensen uit 30 landen in Dachau gedetineerd geweest. Volgens de kamparchieven werden 30.000 gevangenen vermoord, en kwamen duizenden om als gevolg van de erbarmelijke omstandigheden.

Er hebben vele honderden Nederlanders in Dachau gevangen gezeten, een belangrijke component werd gevormd door communistische verzetsmensen. Enkele Nederlanders zijn onderworpen geweest aan medische experimenten, waarbij ze in een ijsbad ernstig onderkoeld raakten tot bewusteloosheid volgde. Vervolgens werd op verschillende manieren getracht ze weer bij kennis te brengen. In de meeste gevallen volgde echter de dood.

Alhoewel het kamp over een gaskamer beschikte voor het ontluizen van kledingstukken werd deze, voor zover bekend, nooit gebruikt voor het systematisch ombrengen van mensen. De ten dode opgeschreven gevangenen werden op transport gesteld naar andere vernietigingskampen. Het kamp beschikte wel over een (later twee) crematorium.

Gevangenen in Dachau bij de bevrijding
Gevangenen in Dachau bij de bevrijding

Dachau was onder meer een kamp waar christelijke religieuzen werden gedetineerd. Volgens archieven van de rooms-katholieke kerk werden er minstens 3000 diakens, priesters en bisschoppen in het kamp gevangen gehouden, onder wie Karl Leisner (een katholiek priester, zaligverklaard in 1966) en Martin Niemöller, een protestants theoloog en verzetsleider. Ook Jehova's getuigen werden vaak naar dit kamp gedeporteerd.

In 1944 werd een vrouwenkamp aan het complex toegevoegd, en werden vrouwen uit Auschwitz naar Dachau overgebracht. Van de vrouwelijke bewakers werd vooral Eleonore Fanny Baur genoemd als uitzonderlijk wreed.

De laatste Lagerälteste was Oskar Müller, een latere minister in Hessen. Müller vreesde een massamoord op de overgebleven gevangenen, daarom stuurde hij twee gevangenen om de Amerikanen te halen, om het kamp te bevrijden. Het kamp werd op 29 april 1945 bevrijd door het Amerikaanse leger. De soldaten waren dermate onder de indruk dat ze de achtergebleven kampwachten executeerden.

Na de oorlog werden onder anderen Johannes Blaskowitz en Alexander von Falkenhausen hier opgesloten.

Toegangshek van het voormalig concentratiekamp tegenwoordig
Toegangshek van het voormalig concentratiekamp tegenwoordig

[bewerk] Bekende gevangenen uit Dachau

[bewerk] Literatuurlijst

[bewerk] Externe link

Wikimedia Commons

48° 16' 13" NB, 11° 28' 5" OL

 
Persoonlijke instellingen