Darjalkloof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Darjalkloof begin 20e eeuw. Luigi Villari, (1906) Fire and Sword in the Caucasus.

De Darjalkloof (Georgisch: დარიალის ხეობა; Darialis cheoba) of Darjalpas is een Georgische bergpas op 1204 meter hoogte in de Kaukasus in de buurt van de grens met Rusland.

De pas ligt aan de oostvoet van de Kazbek, die over een lengte van 8 meter wordt doorsneden door de Terek, die hier aan weerszijden wordt begrensd door verticale rotswanden met een hoogte van 594 meter. De pas wordt vermeld in de Georgische annalen onder de namen Ralani, Dargani en Darialani; de Perzen en Arabieren kennen het onder de Nieuw-Perzische naam dar-i Alan (Poort der Alanen); Strabo noemde het Porta Caucasica en Porta Cumana, Gaius Plinius Secundus maior Portae Caucasiae of Portae Hiberiae en Ptolemeus Sarmatikai Pulai (van het Griekse: Σαρματικαι Πυλαι); soms wordt het ook Portae Caspiae genoemd (een naam die ook werd gebruikt voor "poort" of pas aan de Kaspische Zee bij Derbent); en de Tataren noemen het Darioli. Het is ook wel eens vermeld als de Iberische Poorten.

De Darjalkloof was millennialang de enige doorgang door de Kaukasus en is daardoor al sinds vroege tijd een versterkte positie geweest; in de tweede helft van de 2e eeuw v.Chr. stichtte de Georgische koning Mirian I er de eerste vesting, die door zijn nakomelingen menigmaal werd gerenoveerd. De ruïnes hiervan zijn nog te bezichtigen op een berg aan de linkeroever van de Terek. In de 5e eeuw werd er het kasteel Biriparach gebouwd, waar 1000 soldaten werden gestationeerd. De kloof speelde een belangrijke rol in de buitenlandse politiek van de Georgische vorsten, het Romeinse Rijk, Perzië, de Arabische kalifaten, het Byzantijnse Rijk en later van het Russische Rijk. Tot de 13e eeuw waren de versterkingen erop gericht om de vechtlustige nomadenstammen uit de Noordelijke Kaukasus, waaronder de naamgevende Alanen, uit de Zuidelijke Kaukasus te weren.

Vooral de Alanen vielen namelijk regelmatig de gebieden van de huidige landen Georgië, Armenië en Azerbeidzjan binnen. Nadat de bergpas in de 18e eeuw belangrijk werd voor de handel tussen het Russische Rijk en het Georgische koninkrijk Kartli-Kachetië, werd in 1799 de Georgische militaire weg door de kloof heengelegd, die een grote economische impuls betekende voor Georgië. In 1801 werd het Russische fort Darial gebouwd, dat nog is gelegen aan de noordkant van de kloof op een hoogte van 1447 meter.

In de Russische literatuur werd de Darjalkloof vereeuwigd door Lermontov in zijn gedicht De Demon.