David Baltimore

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  David Baltimore
7 maart 1938 - heden
David Baltimore in 2008
David Baltimore in 2008
Geboorteland    Verenigde Staten
Geboorteplaats    New York City
Nobelprijs voor de    Fysiologie of Geneeskunde
In    1975
Reden    Voor het beschrijven hoe tumorvirussen inwerken op het genetische materiaal van de cel
Samen met    Renato Dulbecco
Howard Temin
Voorganger(s)    George Emil Palade
Albert Claude
Christian de Duve
Opvolger(s)    Baruch Blumberg
Daniel Carleton Gajdusek

David Baltimore (New York City, 7 maart 1938) is een Amerikaans bioloog en Nobelprijswinnaar. In 1975 won hij samen met Renato Dulbecco en Howard Temin de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde voor het beschrijven hoe tumorvirussen inwerken op het genetische materiaal van de cel.

Biografie[bewerken]

Baltimore studeerde in 1956 af aan de Great Neck High School[1] In 1960 haalde hij zijn Bachelor of Arts aan het Swarthmore College, en in 1964 zijn Ph.D. aan de Rockefeller-universiteit. Na postdoc te hebben gewerkt aan Massachusetts Institute of Technology (MIT) en Albert Einstein College of Medicine, kwam hij in 1968 werken bij het MIT.

In 1975, het jaar waarin hij zijn Nobelprijs won, was Baltimores grootste bijdrage aan de virology de ontdekking van reverse-transcriptase (RTase of RT). Reverse-transcriptase is essentieel voor de reproductie van retrovirussen zoals hiv.[2] Baltimore was in 1975 eveneens een organisator van de Asilomarconferentie over recombinant DNA.

In 1981 gebruikten Baltimore en Vincent Racaniello recombinant DNA-technologie voor het genereren van een plasmide die het genoom van poliovirus kon coderen. Het plasmide-DNA werd in een cel van een zoogdier aangebracht, waarna het poliovirus werd geproduceerd.[3] Deze methode voor het maken van DNA dat het genoom van een virus codeert wordt vandaag de dag veel gebruikt in de virologie. Andere belangrijke ontdekkingen van Baltimores lab zijn de ontdekking van de transcriptiefactor NF-kB en de recombination activating genes RAG-1 en RAG-2.

In 1982 werd Baltimore de oprichter-directeur van MIT's Whitehead Institute, waar hij tot juni 1990 bleef.

Eind jaren 80 en begin jaren 90 speelde Baltimore een prominente rol in een reeks nieuwsverhalen over een schandaal rondom MIT-medewerker Thereza Imanishi-Kari.

Op 1 juli 1990 werd Baltimore president van de Rockfeller-universiteit in New York City. Op 3 december 1991 trad hij weer af. Wel bleef hij tot 1994 onderzoek doen aan deze universiteit.

Op 13 mei 1997 werd Baltimore president van Caltech. [4] Op 17 oktober dat jaar betrad hij het kantoor, en op 9 maart 1998 werd hij officieel beëdigt. [5] In 1999 kreeg Baltimore van president Bill Clinton de National Medal of Science. In 2004 gaf de Rockfeller-universiteit Baltimore hun hoogste onderscheiding: Doctor of Science (honoris causa).[6] In oktober 2005 kondigde Baltimore zijn ontslag als president aan.[7]

Baltimore heeft invloed gehad op het nationale beleid over onderzoek naar recombinant DNA en de aidsepidemie. Hij heeft veel doctorale studenten opgeleid. Baltimore is lid van de Bulletin of the Atomic Scientists' Raad van Sponsors, de National Academy of Sciences USA (NAS), de NAS Institute of Medicine (IOM), Amgen, Inc. Board of Directors, the BB Biotech AG Board of Directors, the National Institutes of Health (NIH) AIDS Vaccine Research Committee (AVRC), en vele andere organisaties. Hij is getrouwd met Alice S. Huang.

Externe links[bewerken]

  • Caltech Biology Division Faculty member page
  • Baltimore Laboratory op de Caltech site
  • Autobiography at Nobelprize.org


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Kerr, Kathleen. "They Began Here", Newsday. Accessed 23 Oct 2007. "David Baltimore, 1975 Nobel laureate and one of the nation's best-known scientists, is a good case in point. The 60-year-old Baltimore, who graduated from Great Neck High School in 1956..."
  2. Judson, Horace F. "No Nobel Prize for Whining", 'New York Times', 2003-10-20. Geraadpleegd op 2007-08-03.
  3. Racaniello V, Baltimore D (1981). Cloned poliovirus complemenatry DNA is infectious in mammalian cells. Science 214 (453): 916–919 . PMID:6272391. DOI:10.1126/science.6272391.
  4. Caltech Media Relations, "Nobel Prize-winning Biologist David Baltimore Named President of the California Institute of Technology," 13 May 1997 [1] or w/ photos & links; Richard Saltus, "MIT Laureate to Lead Caltech: Baltimore Weathered Data Dispute" (Boston Globe, 14 May 1997, P. A3); Robert Lee Hotz, "Prominent Biology Nobelist Chosen to Head Caltech; Controversial and outspoken scientist David Baltimore says his appointment reflects school's desire for bigger role in nation's scientific debates." (Los Angeles Times, 14 May 1997, Pp. A1, 22, 23); unsigned editorial, "A Luminary of Science for Caltech's Presidency; Nobelist Baltimore has the needed background and clout." (LA Times, 15 May 1997, P. B8); R.L. Hotz, "Biomedicine's Bionic Man; Among the Nation's Most Distinguished - and Controversial - Scientists, Caltech's David Baltimore Now Faces the Dual Challenge of Leading a Premier Research University and Vanquishing AIDS." (LA Times Magazine, 28 Sept. 1997, Pp. 10-13, 34-5)
  5. Caltech Media Relations, "New Caltech President To Be Honored with Formal Inauguration, Birthday Festschrift," 23 February 1998 [2]
  6. Bhattacharjee, Y., ed. (2004) The Balance of Justice. Science 304(5679): 1901 (25 June) [3]
  7. LATimes.com, "Caltech President Baltimore Announces Retirement," 3 October 2005 & R.L. Hotz, "Caltech President Who Raised School's Profile to Step Down" (LA Times, 4 October 2005, P. A1)