David Gates

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
David Gates
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Portaal  Portaalicoon   Muziek

David Gates (Tulsa, 11 december 1940) is een Amerikaans singer-songwriter, het meest bekend als leider van de softrockgroep Bread

Biografie[bewerken]

Voor Bread[bewerken]

David Gates is de zoon van een bandleider en pianoleraar en was vanaf zijn geboorte omringd met muziek. Ten tijde van zijn studie aan Will Rogers High School in Tulsa was hij al een bedreven pianist en (bas-)gitarist. Hij was toen ook al betrokken bij diverse bandjes uit de omgeving. In 1957 begeleidde zijn highschoolband Chuck Berry gedurende een concert. Gates’ eerste (plaatselijke hit) kwam vlak daarna: Jo-Baby; opgedragen aan zijn toenmalige vriendin en latere vrouw (getrouwd tijdens zijn studie aan de Universiteit van Oklahoma). In 1961 verhuist de familie Gates naar Los Angeles, waar Gates’ carrière een wending neemt naar het schrijven van liedjes, produceren, werk als muziekkopiist, studiomuzikant voor onder meer Pat Boone. Zijn liedje Popsicles and Icicles wordt opgenomen door The Murmaids in 1963 en The Monkees nemen Saturday’s Child op. Eind jaren zestig van de 20e eeuw komt het er op neer dat hij met vele beroemdheden heeft gewerkt, waaronder Elvis Presley, Bobby Darin, Merle Haggard, Phil Spector en Brian Wilson. Gates produceert in 1965 Baby the Rain Must Fall van Glenn Yarbrough. In 1967 is het dan zover; hij produceert een album van The Pleasure Fair met Robb Royer in de gelederen. Nog geen jaar later vormen Gates en Royer samen met Jimmy Griffin Bread; de groep krijgt een contract bij Elektra Records, waar ze tot 1976 albums voor zullen opnemen. Er breken succesvolle tijden aan.

Bread-tijd[bewerken]

Zie daarvoor Bread.
Tijdens de rustpauze van Bread vanaf 1973 tot 1976, neemt Gates zijn eerste soloalbum op: First in 1973. De single "Clouds" komt tot plaats 47 in Billboard's Hot 100 lijst; een tweede single, "Sail Around The World", komt tot plaats 50; het album haalt plaats 107. Ook zijn tweede soloalbum uit 1975 (Never let her go) scoort redelijk in Amerika: plaats 102; de gelijknamige single plaats 29.

Na Bread[bewerken]

In 1977 wordt Bread ontbonden. Gates heeft vlak daarna een behoorlijke hitsingle met Goodbye Girl uit een film met dezelfde naam. In de Verenigde Staten komt de single tot nummer 15 in de Billboard Hot 100. Naar aanleiding van dit succes wordt er een album uitgegeven met materiaal van zijn eerste twee soloalbums en nieuw werk. Daarvan volgt weer een nieuwe single Took the Last Train ; niet meer zo succesvol. Gates gaat dan met Botts en Knechtel (zijn Bread-makkers) op tournee onder de naam David Gates and Bread; Griffin blijkt echter ook rechthebbende te zijn van de naam Bread en een langslepende rechtszaak is het gevolg. In 1979 komt Gates met Falling in love again en in 1981 Take me now en neemt in 1982 nog een lied op met Melissa Manchester (Wish we were heroes) . Daarna wordt het stil rond Gates; hij leeft teruggetrokken op een veeteeltboerderij in Noord Californië. In 1994 komt weer een album van hem uit : Love is Always Seventeen.

Weer Bread[bewerken]

Ondanks alle meningsverschillen komt er zowaar een reünietournee van Bread in 1996/1997. Er verschijnt daarna nog één album van Gates: The David Gates Songbook, met singles en nieuw materiaal in 2002.

Discografie[bewerken]

Albums[bewerken]

Album(s) met eventuele hitnoteringen in
de Nederlandse Album Top 100
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
First 1973 -
Never let her go 1975 22-02-1975 12 5
Falling in love again 1979 -
Take me now 1981 -
The music of 1981 20-06-1981 15 13 met Bread / Verzamelalbum
Love is always seventeen 1994 -
David Gates Songbook 2002 - Verzamelalbum
Collected 2012 27-10-2012 31 1* met Bread / Verzamelalbum

Bron[bewerken]

  • "David Gates" by Kim Summers, AllMusic, accessed January 26, 2007 .