David Hendrik Chassé

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
David Hendrik Chassé
Portretschilderij door Jan Willem Pieneman, 1832
Portretschilderij door Jan Willem Pieneman, 1832
Bijnaam Papa Chassé, Général Baïonette
Geboren 18 maart 1765
Tiel
Overleden 2 mei 1849
Breda
Begraven Ginneken
Land/partij Vlag van Frankrijk Frankrijk
Vlag van Nederland Nederland
Onderdeel Regiment van Münster
Bataafs Legioen
Rang Generaal
Leiding over Hollandse Brigade
3de Nederlandse divisie
Citadel van Antwerpen
Vesting Breda
Slagen/oorlogen Brits-Russische expeditie
Slag bij Castricum
Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog
Slag bij Ocaña
Slag om Bar-sur-Aube
Slag bij Waterloo
Belgische Revolutie
Beleg van Antwerpen
Onderscheidingen MWO, Grootkruis

David Hendrik baron Chassé (Tiel, 18 maart 1765Breda, 2 mei 1849) was een Nederlands generaal die voor en tegen Napoleon streed. Hij had het bevel over een Nederlandse divisie tijdens de Slag bij Waterloo in 1815. Tijdens de Belgische opstand commandeerde hij het Nederlandse garnizoen van de citadel van Antwerpen.

Carrière[bewerken]

Patriottentijd[bewerken]

Reeds op 10-jarige leeftijd nam hij als cadet dienst in het Regiment van Münster. Na zes jaar, op 31 mei 1781, werd hij tweede luitenant. Tijdens de onderdrukking van de Patriottenopstand in 1787 verdedigde hij Weesp en Muiden tegen het Pruisische leger. Daarom week hij uit naar Frankrijk. Een andere reden om te vluchten was dat hij in een duel een tegenstander had gedood. In Frankrijk klom hij op tot luitenant-kolonel in het Bataafs Legioen.

In dienst van Napoleon[bewerken]

Chassé speelde in 1799 een belangrijke rol bij het terugslaan van de Brits-Russische expeditie naar Noord-Holland (zie Slag bij Castricum)[bron?]. Hij kreeg de rang van generaal in het leger van het Koninkrijk Holland. In 1808 voerde hij het bevel over een Hollandse Brigade die naar Spanje werd gezonden, ter ondersteuning van het Franse leger aldaar. Hij onderscheidde zich in diverse veldslagen, o.a. de Slag bij Ocaña in 1809. Wegens zijn verdiensten werd hij op 1 juli 1810 door Lodewijk Napoleon verheven tot baron. Gedurende de jaren 1808-1812 vocht de Hollandse Brigade in de verschrikkelijke guerrillaoorlog in Spanje (de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, 1807-1812). Na de inlijving van het Koninkrijk Holland in 1810, werd de Hollandse Brigade ingelijfd in het Franse leger. Ook Chassé ging over in Franse dienst. In 1813 ontzette hij het in de Pyreneeën ingesloten korps van Erlon. Hij werd vervolgens bevorderd tot divisiegeneraal. In 1814 raakte hij zwaargewond in de Slag om Bar-sur-Aube.

Chassé was geliefd bij zijn manschappen, die hem "Papa Chassé" noemden. Vanwege zijn voorliefde voor het gebruik van de bajonet noemde Napoleon hem wel Général Baïonette.

Weer in Nederlandse dienst[bewerken]

In 1814 ging hij over naar Nederlandse krijgsdienst. In 1815 onderscheidde hij zich als commandant van de 3e divisie in de Slag bij Waterloo. Tijdens deze veldslag stond de divisie eerst geheel op de rechterflank opgesteld, rondom het dorp Eigenbrakel (Braine l'Alleud). Al snel kwam het bevel om zich in reserve op te stellen achter het centrum van de geallieerde linie. Chassé bespeurde dat de Britse troepen voor hem op de vlucht sloegen en de Artillerie niet langer vuurde. Hij zag al snel dat Napoleon de Keizerlijke Garde op het centrum afstuurde; hierop gaf hij het bevel aan zijn artillerie om positie te nemen en de vijand onder vuur te nemen, terwijl hij intussen de brigade van kolonel Detmers in colonnes liet opstellen voor de tegenaanval. Na een kort vuurgevecht opende hij de aanval op de Franse Garde, die uiteindelijk moest wijken. De brigade van Detmers zette de aanval door, verdreef de Franse garde van een laatste positie bij La Haye Sainte en achtervolgde de vluchtende Fransen tot aan het Maison du Roi bij Plancenoit, waar ze Pruisische troepen tegenkwamen.

Tot afgrijzen van Chassé en zijn officieren had de Hertog van Wellington in zijn verslag geen melding gemaakt van de aanval van de divisie van Chassé. Ondanks toezeggingen van de Britse generaal Lord Hill, die het Nederlandse aandeel in de slag bij Waterloo erkende, is deze weglating nooit gecorrigeerd.

Koning Willem I benoemde Chassé vanwege zijn verdiensten in Waterloo op 8 juli 1815 tot Commandeur in de Militaire Willems-Orde.

Verdediging van de Citadel van Antwerpen[bewerken]

Na de Belgische opstand verdedigde hij de citadel van Antwerpen tegen achtereenvolgens de Belgische opstandelingen en het Franse leger, dat hen na de Tiendaagse Veldtocht te hulp kwam. Toen de citadel in 1830 door Belgische rebellen met artillerievuur werd bestookt, waarbij veel soldaten van het garnizoen werden gedood of gewond, antwoordde Chassé op 27 oktober met een artilleriebombardement van zeven en een half uur op de stad, waarbij grote schade werd aangericht en honderden Antwerpenaars het leven verloren. Daarna kwamen het garnizoen en de opstandelingen overeen elkaar niet langer te beschieten. Vanuit tactisch oogpunt was het bombardement dus een goede zet, maar het regeringsleger verspeelde hiermee wel zijn laatste sympathie bij de Antwerpenaren.

In 1832 werd de citadel van Antwerpen belegerd door het Franse leger onder leiding van generaal Gérard, waarbij Chassé de citadel verdedigde tegen een ruim tienvoudige overmacht. Uiteindelijk moest zijn garnizoen op 23 december 1832 na een Frans beleg van 24 dagen capituleren, waarbij Chassé in krijgsgevangenschap geraakte. De Fransen behandelden de gevangen generaal daarbij opvallend goed. In 1833 werd hij overigens weer vrijgelaten en kon hij het aan hem op 25 december 1832 verleende Grootkruis in de Militaire Willems-Orde in ontvangst nemen. Als een bijzonder gebaar schonk de koning hem de ster die hij zelf placht te dragen. Chassé werd benoemd tot commandant van de vesting Breda, als opvolger van de overleden generaal J.E. Wildeman; de positie van commandant werd na Wildemans overlijden en tot de komst van Chassé tijdelijk waargenomen door generaal-majoor J. Vertholen. Chassé verliet de dienst in 1841 met pensioen. Zijn adjudant gedurende de Belgische Opstand en tijdens zijn ambsperiode als commandant van Breda was kolonel Hijbo Everdes de Boer.

Familieleven[bewerken]

Chassé was lid van de familie Chassé. Zijn vader was Carel Johan Chassé (1724-1793), majoor van het regiment te Münster en zijn moeder de regentendochter Maria Johanna Helena Schull. Hij trouwde met Johanna Adriana van Nieuwenhoven op 10 november 1786, maar scheidde van haar in 1795. Op 12 april 1796 hertrouwde hij met de protestantse Engelse weduwe Elisabeth Irish. Ze kregen een zoon, die in de jaren dertig in Indië zou omkomen. Ook dit huwelijk liep in 1816 uit op een scheiding [1].

Nagedachtenis[bewerken]

Vaandel van het Regiment Infanterie Chassé in het Museumpark te Harskamp

Op Waterloodag 1907 werden de resten van Chassé overgebracht van het kerkhof te Ginneken naar een graftombe bij het "citadelmonument". Dit was op initiatief van koning Willem III opgericht ter gedachtenis aan de verdedigers van de citadel van Antwerpen.

In 1950 werd het Nederlandse Regiment Zware Infanterie Chassé naar hem vernoemd. In 1953 werd deze eenheid hernoemd naar Regiment Infanterie Chassé. Begin jaren '90 is RI Chassé opgeheven.

In het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes zijn een straat, een buurt en een kerk naar hem vernoemd. De kerk, de Chassékerk, is niet meer in gebruik. Er zijn plannen om de kerk te verbouwen tot een gymzaal en sociale woningbouw. In Breda zijn een stadssingel, de voormalige Chassékazerne en het Chassé Theater met Chassé Cinema naar hem vernoemd. Ook in Den Haag is een straat naar hem vernoemd. In zijn geboorteplaats Tiel is een straat, een bioscoop/theater (Chassé Theater, inmiddels gesloopt) en een schietsportvereniging naar hem vernoemd.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Gabriëls, op. cit.