De 7 kristallen bollen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De 7 kristallen bollen
Orig. titel Le Sept Boules de cristal
Stripreeks De avonturen van Kuifje
Volgnummer 13
Scenario Hergé
Tekeningen Hergé
Eerste druk 1948
Portaal  Portaalicoon   Strip

De 7 kristallen bollen (originele Franstalige titel: Les Sept Boules de cristal) is het dertiende album uit de reeks Kuifjestrips van de Belgische tekenaar Hergé. Het is het eerste deel van een tweeluik met De Zonnetempel.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Kuifje bezoekt kapitein Haddock in kasteel Molensloot. De kapitein, geobsedeerd door een goochelaarsact, neemt hem die avond mee naar een variétévoorstelling. Aldaar herkent Kuifje een optredende messenwerper als zijn oude kennis, generaal Alcazar, uit San Theodoros. De volgende act is die van een helderziende, die echter een vreemd visioen krijgt: volgens haar is de fotograaf van een onlangs uit de Andes teruggekeerde expeditie ernstig ziek geworden. Daar Kuifjes hond Bobbie niet tegen het optreden van Bianca Castafiore kan, verlaten Kuifje en de kapitein tijdelijk hun balkon om generaal Alcazar in zijn kleedkamer op te zoeken. Alcazar vertelt dat hij messenwerper is geworden nadat zijn rivaal, generaal Tapioca, hem weer verdreven had. Tevens stelt hij hen voor aan zijn assistent, de Indiaan Chiquito.

De volgende dag komen de detectives Jansen en Janssen langs bij Kuifje en vertellen dat er meer leden van de expeditie getroffen zijn door dezelfde vreemde ziekte: drie van hen zijn, een voor een, in een onverklaarbaar soort coma geraakt. Bij elk slachtoffer werden wat kristallen scherfjes gevonden. Een van de expeditieleden, Max Wulp, herinnert zich een verhaal van een dronken oude Indiaan en waarschuwt zijn medeleden weg te blijven bij de ramen, alvorens zelf ook slachtoffer te worden. Ook professor Kwartier (een oude kennis van Kuifje, uit De geheimzinnige ster) wordt voortijdig aangevallen.

Politiebewaking wordt nu ingezet, maar in hun onhandigheid verknoeien Jansen en Janssen de bewaking van professor Horn, die ook geveld wordt. De laatste is professor Hippolytus Bergamot, die de mummie van de Inca Rascar Capac, de grote vondst van de expeditie, in huis heeft. Bergamot is een oude vriend van professor Zonnebloem, zodat ze gemakkelijk bij hem kunnen worden geïntroduceerd. Het drietal wordt gedwongen om de nacht in Bergamots villa door te brengen als twee banden van Haddocks auto springen. Dezelfde avond valt er een bolbliksem in de schoorsteen, die inslaat op de mummie, die daarop verdampt. Dit schokt de eerst zo onbezorgde Bergamot, die zich een profetie herinnert dat Rascar Capac een zou worden met het hemelvuur en de heiligschenners zal straffen.

's Nachts worden Kuifje, Haddock en Zonnebloem geplaagd door boze dromen over de mummie. Dan blijkt Bergamot alsnog getroffen door een aanslag: de aanvaller was via de schoorsteen binnengedrongen en heeft de juwelen van Rascar Capac meegenomen. De politiemannen die het huis bewaken, schieten op de vluchtende man en raken hem, maar kunnen hem uiteindelijk niet vinden.

Na de aanslag op Bergamot is er iets veranderd in de vreemde coma. De zeven slachtoffers lijken op vaste tijdstippen, tegelijkertijd, een soort hallucinatie te krijgen, waarbij ze hevige pijn en angst lijken te lijden. De zaak wordt nog vreemder als Zonnebloem de tuin van de villa in gaat en daar de armband van Rascar Capac vindt, waarna hij spoorloos verdwijnt. Kuifje en Haddock ontdekken dat de insluiper zich gisterennacht in een boom verborgen had en dat hij waarschijnlijk degene is die Zonnebloem ontvoerd heeft. De ontvoerder vlucht echter weg in een zwarte auto. De politie zet een blokkade op, maar de criminelen wisselen van auto, zodat ze de blokkade ongemerkt passeren. De zwarte auto wordt in een bos gevonden en aan de krassen op een boom valt af te leiden dat de nieuwe auto beige is. Een agent herinnert zich een beige auto, met een Zuid-Amerikaan en een Indiaan erin.

Na een bericht dat de auto gezien is in Saint-Nazaire[1], gaan Kuifje en de kapitein erheen. Het wrak van de auto is opgevist uit het water, maar van de ontvoerders is geen spoor. In de haven loopt Kuifje generaal Alcazar tegen het lijf, die naar San Theodoros terugkeert, aangezien zijn assistent Chiquito hem in de steek gelaten heeft. Kuifje merkt op dat de gelijktijdige verdwijning van Chiquito erg vreemd is en hoort van Alcazar dat Chiquito een afstammeling van de Inca's is.

Verdere aanwijzingen zijn er niet, dus gaan Haddock en Kuifje naar een andere haven om Haddocks vriend kapitein Chester te bezoeken. Deze blijkt al vertrokken te zijn, maar Kuifje en Haddock stuiten in de haven bij toeval op Zonnebloems hoed. Ze ontdekken dat Zonnebloem waarschijnlijk op de boot Pachacamac zit, die naar Peru vaart. Kuifje en kapitein Haddock gaan meteen per vliegtuig naar Peru om de politie in te lichten.

Achtergrond[bewerken]

Het verhaal werd voor het eerst gedeeltelijk gepubliceerd in Le Soir Jeunesse, de jeugdbijlage van het toonaangevende Belgische dagblad Le Soir, van 16 december 1943 tot 2 september 1944. Bij de bevrijding van Brussel in september 1944 werd de publicatie stopgezet. Het was toen voor driekwart gepubliceerd. Veel medewerkers van de krant werden gearresteerd en in beschuldiging van collaboratie gesteld. Hergé kreeg een beroepsverbod van twee jaar. Op 26 september 1946 werd de publicatie van het verhaal in kleur voortgezet in het nieuwe weekblad Kuifje. In 1948 werd het in het Frans voor het eerst als album uitgegeven.

Musical[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Kuifje: De Zonnetempel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. In oudere vertalingen Antwerpen