De Bergen van de Waanzin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Bergen van de Waanzin
Oorspronkelijke titel At the Mountains of Madness
Auteur(s) Howard Phillips Lovecraft
Land Verenigde Staten
Taal Engels
Genre Horror, sciencefiction
Uitgegeven februari – april 1936
Medium Print (tijdschrift)
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De Bergen van de Waanzin (originele titel At the Mountains of Madness) is een kort verhaal/novelle van de Amerikaanse horrorschrijver H.P. Lovecraft.

Lovecraft schreef het verhaal in 1931 voor het tijdschrift Weird Tales, maar dat verwierp het omdat het te lang zou zijn.[1] De eerste publicatie vond plaats in het tijdschrift Astounding Stories, van februari tot april 1936.

Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het verhaal wordt verteld in de eerste persoon door geoloog William Dyer, een professor aan de Miskatonic University. Hij hoopt met zijn verhaal een geplande expeditie naar Antarctica tegen te houden daar hij bang is voor wat men daar zal ontdekken.

In zijn verhaal vertelt hij van een eerdere expeditie waar hij zelf deel van uitmaakte. Bij deze expeditie ontdekte een van de teams een nog onbekende bergketen, mogelijk hoger dan de Himalaya. In deze bergen werden de lichamen van veertien tot dusver onbekende en vermoedelijk voorhistorische levensvormen ontdekt. Bij onderzoek blijkt dat deze wezens al veel verder geëvolueerd waren dan mogelijk zou moeten zijn gezien de tijdsperiode waarin ze leefden.

Een dag na de ontdekking verliest het tweede team, waar Dyer bij zit, radiocontact met het hoofdteam bij de bergketen. Wanneer Dyer en zijn team op onderzoek uitgaan, ontdekken ze een ravage in het kamp; alle aanwezige mensen en honden zijn afgeslacht. De levensvormen zijn weg. Dyer maakt samen met een student genaamd Danforth een vliegtocht over de bergen in de hoop overlevenden te vinden. Aan de andere kant van de bergen stuiten ze echter op een kolossale stad.

De rest van het verhaal behandelt de verkenningstocht die Dyer en Danforth door deze stad maken. De stad is schijnbaar geheel verlaten, maar uit aanwijzingen blijkt dat hij al miljoenen jaren oud moet zijn. Langzaam wordt duidelijk dat de wezens waarvan het hoofdteam de lijken had gevonden de bouwers van deze stad waren. Zij waren tevens de scheppers van een ander ras genaamd de Shoggoth, die voor hen zware arbeid moesten verrichten maar zich uiteindelijk tegen hun meesters keerden. Er zijn aanwijzingen dat de wezens zelfs verantwoordelijk waren voor het ontstaan van de eerste aardse levensvormen en de evolutie in gang hebben gezet. Uiteindelijk blijkt de stad toch niet verlaten; in een ondergrondse tunnel lopen de twee mannen een Shoggoth tegen het lijf. Ze kunnen ternauwernood ontkomen en met hun vliegtuig de stad verlaten. Wanneer Danfort na het opstijgen nog een laatste blik op de stad werpt, ziet hij iets waardoor hij zijn verstand verliest. Hij weigert om iemand te vertellen wat hij gezien heeft, zelfs aan Dyler. Voor Dyler is het echter een teken dat de stad mogelijk een nog groter geheim verbergt dat men beter met rust kan laten.

Inspiratie[bewerken]

Lovecraft had van jongs af aan al interesse in verkenningstochten naar Antarctica.[2] Op zijn 9e schreef hij bijvoorbeeld al het verhaal "Several yarns" na het lezen van W. Clark Russells boek The Frozen Pirate.[3] In de jaren 20 was Antarctica een van de laatste gebieden op aarde waarvan grote delen nog nooit door mensen waren verkend.[4] De eerste verkenningstocht naar Antarctica werd ondernomen door Richard Evelyn Byrd in 1928 – 1930, kort voordat Lovecraft zijn verhaal schreef. Lovecraft refereert in zijn brieven dan ook herhaaldelijk aan deze expeditie.[5] De expeditie uit De Bergen van de Waanzin is grotendeels gemodelleerd naar die van Byrd.[6]

Een literaire inspiratiebron voor De Bergen van de Waanzin was mogelijk Edgar Allan Poe's roman The Narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket, waarvan een deel zich afspeelt in Antarctica. Lovecraft citeert tweemaal Poe’s verhaal in zijn tekst.[7] Een andere inspiratiebron was mogelijk Edgar Rice Burroughs' At the Earth's Core (1914).

Lovecrafts eigen verhaal "The Nameless City" (1921), dat ook draait om een oude stad gebouwd door een ras dat bestond voor de mens op aarde verscheen, kan gezien worden als een voorloper van De Bergen van de Waanzin.[8]

Connecties met andere Lovecraft-verhalen[bewerken]

Bewerkingen[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Joshi, S. T. (2001). A dreamer and a visionary: H.P. Lovecraft in his time. Liverpool University Press, 302. ISBN 0853239460
  2. S. T. Joshi, The Annotated Lovecraft, p. 175.
  3. Joshi and Schultz, p. 132.
  4. Joshi, p. 18.
  5. H. P. Lovecraft, Selected Letters Vol. 3, p. 144; cited in Joshi, p. 183; see also Joshi, p. 186.
  6. Manhire, Bill (2004). The wide white page: writers imagine Antarctica. Victoria University Press, p. 315. ISBN 0864734859
  7. H. P. Lovecraft, letter to August Derleth, May 16, 1931; cited in Joshi, p. 329-330.
  8. H. P. Lovecraft, "The Nameless City", Dagon and Other Macabre Tales, p. 104-105; cited in Joshi, p. 264-265.