De Cock en het masker van de dood

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Cock en het masker van de dood
Land Nederland
Taal Nederlands
Genre detective
Uitgever De Fontein
Uitgegeven 1987
Pagina's 137
ISBN 90-261-0215-1
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De Cock en het masker van de dood is het zevenentwintigste deel van de De Cock-serie.

Verhaal [bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Rechercheur De Cock van het politiebureau Warmoesstraat verheugt zich op de komende editie van Sail Amsterdam. Volgens Dick Vledder kan hij geen vrije dagen opnemen, omdat in de wandelgangen wordt gefluisterd dat hij aan een anti-zakkenrollers-team leiding zal moeten geven. Maar De Cock meent recht te hebben op die vrije dagen omdat 5 jaar geleden een duistere zaak hem toen bij het evenement weghield. Bij de rechercheurs meldt zich ene Richard Nederwoud. Het bureau aan de Lodewijk van Deysselstraat weigert zijn aangifte op te nemen inzake de vermissing van Rosalinde van Evertsoord. Zij is zijn vriendin Roosje, met wie hij een Latrelatie onderhoudt. Door haar huisarts Jan van Aken uit Purmerend was ze naar de afdeling neurologie van het Zuiderkruis-ziekenhuis [1] te Amsterdam gestuurd. Eergisteren waren ze samen aan de ziekenhuisbalie. Roosje werd direct meegenomen door een verpleegster en later werd bij Richard ongevraagd bloed afgenomen. Roosje kwam niet terug en de verpleegster die haar had meegenomen wilde van geen Roosje weten. Ook aan de balie was ze nooit ingeschreven. En als klap op de vuurpijl was haar auto op de grote parkeerplaats verdwenen.

Na zijn vertrek ruziën de twee rechercheurs over het verhaal. Dick bestempelt het als fantasie maar De Cock gaat op onderzoek. Zowel Rosalinde als haar auto gaan op de telex en De Cock rijdt naar Purmerend om aan huisarts Jan van Aken nadere informatie te vragen. Maar deze medicus zegt geen Rosalinde van Evertsoord te kennen en nooit patiënten naar het Zuiderkruis ziekenhuis te hebben gestuurd. Terug in Amsterdam meldt Dick Vledder dat zowel de geneesheer-directeur Van Bemmelen als de collega’s aan de Lodewijk van Deysselstraat het verhaal van Richard niet serieus nemen. Dokter Van Bemmelen heeft nog wel een lijst beloofd van dienstdoend personeel op die bewuste dag. Vlak daarna komt er een melding binnen dat de auto van Rosalinde bij Purmerend leeg uit het Noordhollandsch Kanaal is getakeld. Dick Vledder verdenkt Richard nu opeens van moord op zijn Roosje. Smalle Lowietje weet te vertellen dat Utrechtse Bertus ook een van zijn meisjes in het Zuiderkruis ziekenhuis is kwijtgeraakt. De Cock besluit een babbeltje met hem te maken. Bertus vertelt het verhaal van Annetje Scheepstra die een tijdje voor hem op de Wallen zat, maar overliep naar een knap gozertje uit Purmerend. Maar een paar dagen geleden heeft hij haar begeleid naar het Zuiderkruis-ziekenhuis, omdat ze zich lusteloos voelde. Toen ze na 1,5 uur nog niet terug was heeft Bertus gewoon de tram gepakt. Ook haar verwijsbrief kwam van dokter Van Aken uit Purmerend.

Dick Vledder rijdt De Cock naar Purmerend om huisarts Van Aken over Annetje Scheepstra te ondervragen. Maar de huisarts is voor 3 weken op vakantie gegaan naar Sri Lanka. Terug in Amsterdam zit Paul van Vlodrop te wachten. Hij vraagt nadrukkelijk aandacht voor de opsporing van zijn vriendin Annetje Scheepstra, met wie hij in Purmerend op een flat woont. Hij bevestigt de verwijzing naar neuroloog Lesterhuis(of iets dergelijks) in het Zuiderkruis-ziekenhuis. Maar omdat niemand in dat ziekenhuis iets weet van zijn Annetje, vreest hij dat Utrechtse Bertus haar heeft omgebracht. Annetje had onlangs van haar oom een klein erfenisje ontvangen met als toetje een oud boekje. Het stamt uit 1550 met een houtsnede van Jacob Cornelisz. van Oostsanen en het behandelt het Mirakel van Amsterdam. Annetje ging met het erfstuk naar kunsthandelaar Utrechtse Bertus, die haar een paar honderd euro bood.

De volgende ochtend verneemt De Cock dat Vledder reeds een confrontatie had geregeld tussen Richard Nederwoud en het personeel van het Zuiderkruis-ziekenhuis. Hoewel collega’s van het district 6 volop assistentie gaven, ging Richard uit zijn dak toen de dienstdoende verpleegster volgens hem niet kwam opdraven. Hij vloog neuroloog Lemsterhuis aan en slechts met veel moeite en collegiale hulp heeft Vledder hem in de Warmoesstraat in een verhoorkamer kunnen krijgen. Commissaris Buitendam gooit het onhandige optreden van Vledder voor de voeten van De Cock, die zegt inderdaad verantwoordelijk te zijn. Geneesheer directeur Van Bemmelen heeft intussen rugdekking van het ministerie van WVC en Officier van justitie Mr.Schaaps. Hij mag medewerking weigeren in het onderzoek naar het verdwijnen van beide vrouwen. Iemand anders wordt hoofd van het zakkenrollersteam. Chef Buitendam kan nu de verlofaanvrage van De Cock tijdens Sail Amsterdam rustig ondertekenen, maar de grijze rechercheur is sneller. Hij grist de aanvraag weg en verscheurt het formulier. Hij wil geen verlof en wordt de kamer uitgestuurd. Na een snelle ondervraging van Dick Vledder trekt De Cock de conclusie dat niemand van het ziekenhuis kon weten dat hij ook de verdwijning van Annetje Scheepstra onderzoekt. Geneesheer-directeur Van Bemmelen heeft wel heel diep in zijn kaarten laten kijken.

Richard vertelt De Cock dat zijn Roosje net terug was uit Centraal-Afrika met haar basketball ploeg. Sport ging voor haar boven haar relatie. De vindplaats van haar auto lag op een afwijkende route, die zijn vriendin nooit reed. Hij geeft als laatste boodschap aan De Cock mee dat Roosje rondliep met het masker van de dood na de Afrika tournee. Met de huissleutels van Rosalinde op zak zoeken de twee rechercheurs haar flat in Purmerend op. Deze blijkt totaal leeggehaald en lijkt volgens De Cock wel ontsmet. Volgens de conciërge heeft op de dag van haar verdwijning een vrachtauto de inboedel opgehaald. Terug in Amsterdam vertelt Utrechtse Bertus dat hij met de dood is bedreigd. Het gozertje uit Purmerend wil een miljoen gulden voor het Mirakelboekje. Maar op de dag dat Annetje naar het ziekenhuis ging heeft hij haar het boekje al teruggegeven. Als hij weer weg is meldt het politiebureau aan de Lodewijk van Deysselstraat via de telefoon dat er opnieuw twee vrouwen zijn verdwenen in het Zuiderkruis-ziekenhuis. De Cock stuurt meteen Dick Vledder om de 2 nieuwe zaken met hun dossiers over te nemen. Zelf gaat De Cock zijn licht opsteken bij Peter Karstens aan de Noordermarkt, de schilderkunstenaar. Binnen stelt laatstgenoemde hem voor aan zijn beeldschone vriendin Maria. In een slim gesprek bekent Peter dat hij drie mirakelboekjes heeft nagemaakt voor de vriendin van Utrechtse Bertus, Annetje Scheepstra.

De volgende ochtend brengt De Cock Dick Vledder op de hoogte. Omdat het originele Mirakelboek volgens kunstkenner Peter Karstens maar circa 50.000 gulden waard is, wil De Cock in Purmerend aan Paul van Vlodrop vragen hoe die miljoen gulden in de wereld kwam? Onderweg vertelt Dick meer over de twee nieuwe verdwenen vrouwen, Maria Antoinette van het Woud en Charlotte Akersloot. Het ziekenhuis ontkent hun bestaan en ene Karel Bensdorf had opgemerkt dat het gezicht van zijn Maria een vreemde onwezenlijke expressie had gekregen, die De Cock spontaan benoemt als het masker van de dood. Paul blijkt recht boven de flat van Rosalinde te wonen en De Cock moet zich toegang verschaffen met het apparaat van Handige Henkie. Ze vinden Paul gewurgd met een rode stropdas. De Cock gaat een babbeltje met de huisbewaarder maken en zegt te staan voor een dichte deur bij Paul van Vlodrop, hoewel er harde muziek uit de flat klinkt. De gealarmeerde collega’s uit Purmerend beloven desgevraagd de rode stropdas aan De Cock na te sturen.

In Amsterdam staat commissaris Buitendam naar buiten te kijken. De twee rechercheurs besluiten om even te vluchten naar Smalle Lowietje. Laatstgenoemde wordt ingeschakeld om Blonde Mientje langs te sturen aan de Warmoesstraat. De Cock wil eens rustig zonder Utrechtse Bertus met haar babbelen. Blonde Mientje heeft meer op met “Mode Paultje” dan met Utrechtse Bertus. Ze zegt dat haar vriendin Annetje veel van Bertus zijn zaakjes wist en daarom gevaar liep. Het gesprek wordt onderbroken door een telefonische melding van een gijzeling. Richard Nederwoud heeft een vrouw gegijzeld. Laatstgenoemde heeft bij het Nationaal Monument het mes op de keel van een jonge vrouw gezet en is met haar gevlucht in de toren van de Oude Kerk. Gewapend met een megafoon gaat De Cock naar de plaats delict. Hij klimt naar boven en komt uitgeput aan op de eerste torentrans, zonder te weten hoe verder te handelen. Richard redt hem uit zijn dilemma, door domweg te verklaren dat hij haar heeft gevonden

Terug in de recherchekamer blijkt de verpleegster, die Roosje meenam, José Harkema te heten. De ziekenhuisleiding had haar verboden over Rosalinde van Evertsoord te praten en haar met verlof gestuurd. De Cock laat Richard naar huis gaan met het bevel zich de volgende morgen om 8.30uur weer te melden. José Harkema wordt tot verbijstering van Dick Vledder in een politiecel gestopt met als beschuldiging medeplichtigheid aan moord. De volgende ochtend gaan de twee rechercheurs met Richard en José verhaal halen in het Zuiderkruis-ziekenhuis. Nadat José hen bij de kamer van haar opdrachtgever, de geneesheer-directeur, heeft gebracht, laat De Cock haar gaan. Dokter Van Bemmelen zegt te beseffen dat zijn spel uit is. Na een korte confrontatie geeft de geneesheer-directeur toe dat de vier verdwenen vrouwen zijn begraven in Ermelo-Veldwijk. Ze leden aan een verschrikkelijke ziekte die hij paids noemt, een kruising tussen de pest en aids. Huisarts Van Aken uit Purmerend kende toevallig een artikel van neuroloog Lemsterhuis over paids, en wees zijn eerste patiënte direct naar hem door. Om paniek in Amsterdam te voorkomen werd de epidemie in stilte bestreden onder absolute geheimhoudingsplicht. Want de paniek had nog dodelijker kunnen zijn. De besmetting is hoogstwaarschijnlijk door het basketbalteam in Centraal-Afrika opgelopen.

Terug in de recherchekamer is Dick Vledder in zijn nopjes. Alles klopt nu, maar De Cock wijst hem op losse eindjes. Annetje Scheepstra was in tegenstelling tot de andere drie jonge vrouwen geen lid van het basketbalteam. Hoe raakte zij besmet? Na een briefje van Smalle Lowietje dat Utrechtse Bertus het land uit wil vliegen naar New York, onderneemt De Cock actie. Hij draagt Dick Vledder op samen met Fred Prins en Appie Keizer neuroloog Lemsterhuis te arresteren voor moord. Thuis legt De Cock het daarna uit voor Dick Vledder en Fred Prins, want Appie Keizer zit in het zakkenrollersteam. Utrechtse Bertus was als souteneur al van alle markten thuis, maar de laatste jaren ook actief als cocaïnehandelaar. Zijn distributiecentrum was de villa van neuroloog Lemsterhuis te Laren. Annetje en Paul kwamen achter de cocaïnehandel en eisten een miljoen gulden als zwijggeld. Annetje liet zich door de nietsvermoedende huisarts Van Aken met paids-symptomen naar de neuroloog sturen en werd omgebracht. Exhumatie zal de doodsoorzaak moeten uitwijzen. Neuroloog Lemsterhuis vermoordde op advies van Bertus persoonlijk Paul van Vlodrop in zijn flat. Utrechtse Bertus is op Schiphol gearresteerd.

Op een mooie zomeravond geniet De Cock met zijn vrouw van een havenvaart die hem is aangeboden door Smalle Lowietje tijdens Sail Amsterdam. Dick Vledder staat aan de kant en schreeuwt dat er weer een jonge vrouw is verdwenen. Maar deze keer houdt De Cock zich Oost-Indisch doof.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Fictieve naam. Meestal kloppen de ziekenhuizen bij de auteur.