De Haagse Etsclub

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De Haagse Etsclub is een groep van etsers die in 1984 werd opgericht door Simon Koene, Han van Hagen, Dirk van Gelder en Willem Minderman. Enkele eerdere activiteiten van verschillende kunstenaars worden ook tot de activeiten van De Haagse Etsclub gerekend, te weten de uitgave in 1972 van het kunstboekje met etsen 'Schelpen' van een eenmalig samenwerkingsverband tussen verschillende kunstenaars op initiatief van Simon Koene en in 1976 de uitgave van de doos 'Onkruid'.

In 1984 werd de naam De Haagse Etsclub geïntroduceerd in navolging van de Haagsche Etsclub uit 1848.

Inhoud

[bewerken] Inleiding

Den Haag was door de eeuwen heen bij uitstek de stad van de tekenaars. Mede door de aanwezigheid van de oudste ‘Teken’academie van Nederland (gesticht in 1682) heerste er een goed klimaat, waarin ook tekenaar-etsers konden gedijen. Tekenen vulde meer dat de helft van het lesprogramma op de Haagse Academie en werd beschouwd als de basis voor alle andere vakken, ook van het schilderen. Eén van de docenten in de loop van de twintigste eeuw was Arend Hendriks, leraar etsen aan die Haagse academie, in dezelfde tijd dat ook andere docenten zoals Paul Citroen, Rein Drayer, Meijer, Rozendaal en Schrofer het klimaat schiepen, waarin echte tekenaar-etsers konden gedijen, zoals Westerik, Berserik en Minderman. Dirk van Gelder zou Arend Hendriks in 1952 als etsleraar opvolgen en dat twintig jaar blijven. Hij was autodidact, maar in zijn etsen was er sprake van een opvallende overeenkomst met het werk van zijn voorganger. Beiden maakten schitterende grondjes met plantjes en schedeltjes, soms gesteund door een lichte aquatint. Beide etsers werkten graag naar de waarneming met belangstelling voor het detail en aandacht voor het kleine, om daardoor uit te komen bij het grote, het kosmische gevoel, dat men kan vinden bij het speuren naar het wezen van de dingen. Daarbij stonden zij dicht bij Rembrandt, Dürer en bij de Meester van het Amsterdamse Kabinet. Zij maakten prenten voor zichzelf en drukten ze in kleine oplagen af. De Haagse Etsclub heeft deze traditie van tekenaar-etsers doorgezet tot aan het einde van de twintigste eeuw.

[bewerken] Het Schelpenboekje

Het Schelpenboekje is een boekje met afbeeldingen van schelpen dat onder de naam ‘Schelpen’ in 1972 op initiatief van Simon Koene werd uitgegeven. Simon Koene was op het idee gekomen via zijn contacten met zijn etsdrukker Clement in Amsterdam waar op dat moment de etsen voor ‘Six Fairy Tales’ van David Hockney werden gedrukt. De kleine boekjes die hiernaar voor de boekhandel werden gemaakt spraken Koene zozeer aan dat die de impuls zijn geweest om samen met een aantal andere collega-etsers het boekje ‘Schelpen’ te maken, maar dan met originele etsen. Het Schelpenboekje werd later de aanzet tot de oprichting van de Haagse Etsclub. Deelnemende kunstenaars waren: Simon Koene, Dirk van Gelder, Willem Minderman, Herman Berserik, Charles Donker, Jaap Hillenius, Co Westerik, Gerrit Noordzij, Arja van den Berg en Fred Couprie.

[bewerken] Onkruid

Vier jaar later, in 1976, zou dit initiatief leiden tot de uitgave van ‘Onkruid’, een doos met 25 prenten met als thema wilde planten. Deelnemende kunstenaars waren: Simon Koene, Dirk van Gelder, Willem Minderman, Han van Hagen en Fred Couprie. Achteraf gezien viel deze eerste grote uitgave precies op zijn plaats. In dezelfde tijd stonden natuur en milieu behoorlijk onder druk. Terwijl zij hun wilde planten met aandacht en liefde aan de etsplaat toevertrouwden, werden in werkelijkheid bermplanten in het straatbeeld niet getolereerd en met chemische middelen bestreden. Het waren jaren van repressie, waarin de nieuwe verworvenheden van de jaren zestig werden teruggedraaid, ingekapseld of gecommercialiseerd. Kunst werd sneller, oppervlakkiger, groter en voor de kijkcijfers. Grafiek werd gebruiksgrafiek en overspoelde als een lawine het gehele land. Een algehele versoaping van de Nederlandse beeldcultuur was begonnen. Evenals de oprichters van de eerste Haagsche Etsclub hadden zij de behoefte zich terug te trekken in het atelier en prenten te maken, die de tijd zouden trotseren.

[bewerken] De oprichting van de Haagse Etsclub

Na het verschijnen van het ‘Schelpenboekje’ en de ‘Onkruid’-doos kon een vervolg tot samenwerking van de groep etsers niet uitblijven. Maar het zou toch nog tot 1984 duren alvorens de Haags Etsclub in navolging van de ‘oude’ Haagsche Etsclub werd opgericht. In feite was de oude ‘Haagsche Etsclub’ uit 1848 met etsers als Weiszenbruch en Hardenberg een van de eerste groepen die zich etsclub noemde. Deze club trad nauwelijks naar buiten. In 1840 doken in Engeland al enkele ‘Etching Clubs’ op. Pas na 1860 was er in het buitenland sprake van de meer officiële etsclub met etsen op een hoger artistiek niveau. In Frankrijk werd in 1862 besloten in clubverband te gaan werken en etsen uit te gaan geven. De ‘Société des Aquafortistes’ werd opgericht met namen als Paul Huet, Hervier, Daubigny, Bracquemont en Meryon. In Antwerpen werd in 1875 eveneens een ‘Société des Aquafortistes’ opgericht. Deze club werd het voorbeeld voor de in 1885 opgerichte Nederlandsche Etsclub. De etsen die in de portefeuilles van de Nederlandsche Etsclub belandden, leken niet meer op de classicistisch getinte lithografieën of de statische staalgravures, die tot op dat moment nog volop in omloop waren. De ets had zich onder invloed van romantische en realistische tendensen weer tot een zelfstandige kunstvorm ontwikkeld. De etsclubs en de in Frankrijk en Nederland uitgegeven kunstmappen, zouden als voorbeeld dienen voor de uitgaven van de ‘nieuwe’ Haagse Etsclub. Ze besloten in de komende jaren mappen uit te geven, waarin prenten én vormgeving aan de hoogste verwachtingen zouden kunnen voldoen. Op 30 november 1984 was het dan zover. De Haagse Etsclub was een feit. De leden en oprichters waren: Simon Koene, Dirk van Gelder, Willem Minderman, Han van Hagen en Fred Couprie. In de jaren daarna zouden voor de diverse projecten verschillende collega-etsers uitgenodigd worden.

[bewerken] Projecten

De oprichting van de Haagse Etsclub ging gepaard met de uitgave en presentatie van ‘Buiten’ in het Haags Gemeentemuseum. ‘Buiten' bevat 20 etsen rondom het thema ‘buiten’en de oprichtigsprent. Bij deze tentoonstelling werd tevens een overzicht gegeven van het fenomeen etsclubs en aandacht geschonken aan de eerdere projecten ‘Onkruid’ en het ‘Schelpenboekje’. In een later stadium zou dezelfde tentoonstelling gepresenteerd worden in het Drents Museum in Assen, aangevuld met een selectie van etsen van de oude Haagsche Etsclub en de Nederlandsche Etsclub. In de jaren daaropvolgend werden iedere twee jaar nieuwe uitgaven gepresenteerd op talloze locaties in het gehele land. De deelnemende groep kunstenaars zou van verschillende samenstelling zijn.

[bewerken] Uitgaven

De Haagse Etsclub heeft de volgende edities uitgegeven:

  • 1972 'Schelpen',
  • 1976 'Onkruid',
  • 1984 'Buiten',
  • 1987 'Landschappelijk',
  • 1989 'Dier',
  • 1991 'Reizen',
  • 1993 'Historische momenten',
  • 1995 'Sprookjesachtig',
  • 1996 'Ontdekking van de wereld',
  • 2004 'Tuinen'.

Deelnemende kunstenaars: Dirk van Gelder, Simon Koene, Willem Minderman, Han van Hagen, Herman Berserik, Charles Donker, Chris van Otterloo, Reinder Homan, Elmar Gille, Martin Baeyens, Ton de Laat, Adolfo Ramón, Jan van Spronsen, Marion Bloem, Jaap Hillenius, Co Westerik, Gerrit Noordzij, Arja van den Berg en Fred Couprie.

[bewerken] Musea

Alle edities van De Haagse Etsclub zijn ondergebracht in het Haags Gemeentemuseum en in het Rijksmuseum in Amsterdam.

[bewerken] Literatuur

  • Ina Versteeg, 'De Haagse Etsclub (Fascinatie voor de etskunst)' (2002).
  • Ina Versteeg, 'De Haagse Etsclub (Uitgave 'Tuinen')' (2004).
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken