De Kreutzersonate

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tolstoj, gefotografeerd door Karl Boella

De Kreutzersonate (Russisch: Крейцерова соната, Krejtserova sonata) is een novelle van de Rus Leo Tolstoj over een ongelukkig huwelijk. Hij werkte eraan van oktober 1887 tot december 1889. Ze werd voor het eerst gepubliceerd in 1891[1]. De titel verwijst naar de Kreutzersonate van Beethoven, die in het verhaal voorkomt.

Voornaamste personages[bewerken]

  • Naamloze ik-verteller
  • Pozdnysjev
  • Vrouw van Pozdnysjev
  • Troechatsjevski: violist
  • Liza: oudste dochter van Pozdnysjev
  • George: lakei
  • Ivan Fedorovitsj: arts

Samenvatting[bewerken]

Op een trein ontspint er zich een discussie over vrouwen. Een oude koopman vindt dat een man zijn echtgenote onder de knoet moet houden, maar de enige vrouw in het gezelschap spreekt dit tegen, want zij gelooft in een liefdevol huwelijk. Dan voegt een zekere Pozdnysjev zich bij het gezelschap, die vertelt dat hij zijn echtgenote vermoord heeft. Wanneer de ik-verteller alleen achterblijft met Pozdnysjev, vertelt deze laatste zijn verhaal.

In zijn jeugdjaren leed Pozdnysjev een zeer losbandig leven en viel hij voor de charmes van vele vrouwen. Uiteindelijk werd hij echter verliefd op één bepaalde vrouw, en trad met de beste verwachtingen met haar in het huwelijk. Algauw ontstond er echter een vijandschap tussen de twee echtelieden doordat hun huwelijk slechts op lust gebaseerd was.

Toen leerde zijn vrouw, die zelf piano speelde, de violist Troechatsjevski kennen. Met hem speelde ze de Kreutzersonate van Beethoven voor viool en piano. Pozdnysjev kreeg een hekel aan deze sonate en aan muziek in het algemeen, omdat deze volgens hem ongeoorloofde gevoelens oproept bij de luisteraar. Hij raakte gekweld door jaloezie, en verdacht zijn vrouw ervan een affaire te hebben met Troechatsjevski. Zij ontkende dit echter met klem.

Een tijdje later moest Pozdnysjev enkele dagen weg naar een districtsvergadering. Toen hij in een brief van zijn vrouw las dat Troechatsjevski haar partituren was komen brengen, raakte hij er helemaal van overtuigd dat zijn vrouw hem bedroog. Daarom besloot hij vroeger dan aangekondigd terug naar huis te keren.

Thuis betrapte hij zijn vrouw terwijl ze aan het dineren was met Troechatsjevski. Hij greep naar een Damascener dolk, en stak haar neer. Troechatsjevski zelf wist te ontkomen. Pozdnysjev vroeg zijn stervende vrouw nog om vergiffenis, maar zij antwoordde dat ze hem haatte en dat haar zuster het hoederecht over de kinderen moest krijgen. Op de derde dag van zijn elf maanden lange voorarrest werd Pozdnysjev overmand door berouw bij het zien van zijn vrouw in haar doodskist. Op het einde neemt de ik-verteller afscheid van een zeer droevige, berouwvolle Pozdnysjev.

Vorm en stijl[bewerken]

Het eigenlijke verhaal wordt door Pozdnysjev verteld als een verhaal in het verhaal. De gebeurtenissen op de trein vormen slechts een omkadering. Dit omkaderende verhaal heeft de lengte van één treinrit, terwijl Pozdnysjevs relaas over een periode van meerdere jaren gaat.

Terwijl de naamloze ik-verteller zeer neutraal is, is Pozdnysjev zelf een uiterst subjectieve verteller, die er radicale meningen op nahoudt over vrouwen en het huwelijk. Hij gelooft niet dat een liefdevol huwelijk mogelijk is. Hij is tegen voorbehoedsmiddelen, tegen dokters die syfilis genezen en tegen muziek, omdat al deze zaken volgens hem aanzetten tot losbandigheid. Hij pleit voor een celibatair leven.

Vreemd genoeg zegt Tolstoj nergens expliciet dat Pozdnysjevs vrouw echt overspel gepleegd heeft. Pozdnysjev betrapt hen er slechts op dat ze samen zitten te eten. Toch is het aannemelijk dat ze hem inderdaad bedrogen heeft, want ze ontkent het niet meer op het einde en in die tijd werd seksueel gedrag nooit expliciet beschreven. Eerder vermeldt Tolstoj al wel dat Pozdnysjevs wordt vrijgesproken aangezien het bewezen wordt geacht dat zijn vrouw overspel heeft gepleegd.

Verfilmingen[bewerken]

  • 1911: Krejtzerova sonata door Pjotr Tsjardynin
  • 1914: Krejtserova sonata door Vladimir Gardin
  • 1915: Kreutzer Sonata door Herbert Brenon
  • 1920: La sonata a Kreutzer door Umberto Fracchia
  • 1922: Die Kreutzersonate door Rolf Petersen
  • 1927: Kreutzerova sonata door Gustav Machaty
  • 1937: Die Kreutzersonatesonate door Veit Harlan
  • 1956: La sonate à Kreutzer door Eric Rohmer
  • 1969: Kreitzerova sonata door Jovan Konjovic (tv)
  • 1985: La sonate à Kreutzer door Gabriella Rosaleva (tv)
  • 1987: Krejtserova sonata door Sofia Milkina en Michail Sjvejtser
  • 2008: The Kreutzer Sonata door Bernard Rose

Referenties[bewerken]

  1. Aantekeningen door Charles B. Timmer in L.N. Tolstoj, Verzamelde werken, deel VI