Kasteel Nijenbeek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf De Nijenbeek)
Ga naar: navigatie, zoeken
De Nijenbeek getekend door Craandijk (1874)
De Nijenbeek vanaf het noorden

Kasteel De Nijenbeek, in de omgeving ook wel bekend als het Hooge Huis, is een ruïne aan de oever van de Voorsterbeek, een oude bedding van de IJssel ten noordoosten van de Nederlandse plaats Voorst (provincie Gelderland). Tegenwoordig ligt het op zo'n 200 meter van de IJssel. Het is een grote vierkante donjon, nu nog zo'n twintig meter hoog en met een grondvlak van 12 bij 13 meter[1]. Het kasteel werd waarschijnlijk gesticht in het begin van de 13e eeuw door graaf Gerard III van Gelre. Het oudst bekende document waarin een naam van een kasteelheer wordt genoemd, Dirk van Nijenbeek, dateert uit 1266.

Reinoud van Gelre[bewerken]

In de veertiende eeuw werd de donjon uitgebreid met een ommuurd kasteelplein en een (vanwege de regelmatige overstromingen van de IJssel verhoogd gebouwde) voorburcht. Na de strijd tussen Reinoud III van Gelre en zijn broer Eduard werd de onfortuinlijke Reinoud door zijn broer in de eenzame donjon opgesloten (1361). Tijdens zijn verblijf in de cel werd Reinoud naar verluidt zo dik, dat hij de deur niet meer uit kon en de celdeur dus niet meer gesloten hoefde te worden. Na de dood van Eduard in augustus 1371 werd Reinoud bevrijd en in zijn positie als hertog van Gelre hersteld, maar vier maanden later overleed hij al, op 38-jarige leeftijd.

Willem van Gelre, de opvolger van Reinoud, gaf in 1383 het kasteel in leen aan Willem van Steenbergen, een familielid van de graven van Gelre. Tijdens de Gelderse Oorlogen verwierf Karel van Gelre het kasteel, dat hij gedeeltelijk liet slopen. Alleen de donjon zelf liet hij staan. Een halve eeuw later was De Nijenbeek toneel van gevechtshandelingen tussen Spaanse troepen die hun basis in Zutphen hadden en Staatse eenheden die hun stad Deventer wilden beschermen. In 1586 werd het definitief voor de Staatsen veroverd door de graaf van Leicester.

Verval[bewerken]

Afstammelingen van Willem van Steenbergen bewoonden het kasteel nog tot 1778. Daarna kwam het aan de familie Schimmelpenninck van der Oye en in 1991 aan een lid van de familie Van Lynden. Aanvankelijk werd het gebouw enkele malen verbouwd tot een bruikbare woontoren[2].

In het laatst van de bezettingstijd was er een Duitse eenheid gelegerd, die door de Canadezen met een beschieting verdreven werden, hetgeen aanzienlijke schade toebracht. Sindsdien vervalt de toren steeds verder, omdat sinds de jaren vijftig de eigenaars het noodzakelijke onderhoud steeds hebben nagelaten[3]. Plannen om althans het hoognodige herstel uit te voeren zijn tot dusverre op niets uitgelopen.

In 2012 werden de resten van de Nijenbeker Molen opgegraven[4]

Galerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties