De Vlaamse Leeuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over het lied "De Vlaamse Leeuw". Zie Vlag van Vlaanderen voor de vlag en Wapen van Vlaanderen voor het wapen die dikwijls "Vlaamse Leeuw" worden genoemd.
De Vlaamse Leeuw
Volkslied van Vlag van Vlaanderen Vlaanderen
Tekst en melodie van het volkslied
Tekst en melodie van het volkslied
Componist Karel Miry
Tekstschrijver Hippoliet van Peene
Ingevoerd 6 juli 1973, 11 juli 1985
De Vlaamse Leeuw
Instrumentale uitvoering

De eerste twee coupletten van De Vlaamse Leeuw zijn sinds 1985 het officiële volkslied van de Vlaamse Gemeenschap.

Ontstaan en geschiedenis[bewerken]

Het lied dateert van juli 1847.[1] De tekst werd gedicht door de toneelschrijver Hippoliet van Peene (1811-1864) en getoonzet door de componist Karel Miry (1823-1889). Beiden maakten deel uit van het Gentse amateurtoneelgezelschap "Broedermin en Taelyver". Van Peene dichtte "De Vlaamse Leeuw" naar aanleiding van een discussie over volks- en nationale liederen.[2] Hij was minnaar van de Nederlandse taal en wilde de Guldensporenslag in herinnering brengen. De roman van Hendrik Conscience, "De Leeuw van Vlaanderen", was toen al negen jaar een bestseller.

Van Peene liet zich duidelijk inspireren door het "Rheinlied (Sie sollen ihn nicht haben, den freien Deutschen Rhein…)", een populair strijdgedicht van de Duitser Nikolaus Becker (1809-1845).

Vooral de vrees voor een annexatie door Frankrijk schiep een klimaat waarin de bevolking psychische nood had aan een uitgesproken identiteit en dus ook aan een volkslied. Het lied was ook niet noodzakelijkerwijs anti-Belgisch bedoeld, de vijand waartegen Vlaanderen zich verzette, was Frankrijk. Rond 1900 had de Vlaamse Beweging zich het lied al toegeëigend en werd het ook als volkslied van de Vlamingen aanvaard.

De tekst raakte in de loop der jaren verspreid in nogal wat variaties, maar de oorspronkelijke versie van Van Peene bleef bewaard. Het handgeschreven origineel, dat wordt bewaard door de Universiteitsbibliotheek Gent, is erkend als topstuk door de Vlaamse Gemeenschap. Dit niet alleen vanwege de waarde voor Vlaanderen: autografen van nationale hymnen zijn elders vrijwel onbestaande, wat dit handschrift extra bijzonder maakt.

Bij het decreet van 6 juli 1973 van de voormalige Raad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap werden de eerste twee strofen van De Vlaamse Leeuw vastgelegd als het volkslied van de Vlaamse regio. De tekst en de notatie van de muziek werden ook federaal vastgesteld bij het ministerieel besluit van 11 juli 1985 (BS 11 juli 1985).

Tekst[bewerken]

De eerste twee strofen (vetgedrukt) worden bij officiële gelegenheden gezongen.


Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan:
De legerbenden sneven, een volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse Leeuw is daar
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Hij strijdt nu duizend jaren voor vrijheid, land en God;
En nog zijn zijne krachten in al haar jeugdgenot.
Als zij hem machteloos denken en tergen met een schop,
Dan richt hij zich bedreigend en vrees'lijk voor hen op.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Wee hen, de onbezonnen', die vals en vol verraad,
De Vlaamse Leeuw komt strelen en trouweloos hem slaat.
Geen enkele handbeweging die hij uit 't oog verliest:
En voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe;
Met vuur in 't oog, met woede springt hij den vijand toe.
Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk
En zegepralend grijnst hij op 's vijands trillend lijk.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Muzikale Stijl[bewerken]

De Vlaamse Leeuw is geschreven in een gepunteerd ritme en heeft daardoor het mars-karakter van de Marseillaise of de Brabançonne. Het lied draagt dus stijlmatig een Frans-Belgische erfenis mee. In sommige (extremere) middens gaan daarom stemmen op om de Blauwvoet in de plaats van De Vlaamse Leeuw tot Vlaams nationaal volkslied te benoemen. Deze hymne heeft een ongepunteerd ritme en leunt daardoor aan bij het meer statige karakter van het Wilhelmus, God Save The Queen of Das Lied der Deutschen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina De Vlaamse Leeuw op Wikisource
Bronnen, noten en/of referenties
  • A. Jacob, De datering van ‘De Vlaamsche Leeuw’, in De Nieuwe Taalgids 8 (1914), pp. 132-134
  1. A. Jacob, De datering van ‘De Vlaamsche Leeuw’, in De Nieuwe Taalgids 8 (1914), pp. 133-134.
  2. A. Jacob, De datering van ‘De Vlaamsche Leeuw’, in De Nieuwe Taalgids 8 (1914), p. 132.