De Vliegende Hollander (volkskunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schilderij van de Vliegende Hollander door Albert Pinkham Ryder

De Vliegende Hollander is een spookschip dat volgens de overlevering voor eeuwig in de omgeving van Kaap de Goede Hoop rondvaart. Ook de kapitein wordt De Vliegende Hollander genoemd.

De sage[bewerken]

Een versie van de sage wil dat de Hollandse kapitein, Willem van der Decken erop stond om op paasmorgen, ondanks de slechte weersomstandigheden en tegen de zin van zijn vrouw, met zijn VOC-schip de haven te verlaten op weg naar Oost-Indië. Het was immers een machtsstrijd om zo snel mogelijk naar Batavia te varen en de kapitein had geen tijd te verliezen. Weer of geen weer, Pasen of geen paasfeest. Na een lange reis bereikte het schip de zuidwestelijkste punt van Afrika, Kaap de Goede Hoop. De kapitein probeerde de landpunt te passeren, waarop de bemanning protesteerde. Ze smeekten hem om terug te keren naar de Tafelbaai. De kapitein weigerde en werd zo kwaad, dat hij de stuurman overboord gooide en riep: "God of de duivel... de Kaap vaar ik om, al moet ik varen tot het laatste oordeel.' Voor straf raakte het schip in de macht van de duivel. De kapitein moest eeuwig blijven rondvaren op zee. De dode bemanning verricht zwijgend haar taken. Soms stuurt de Vliegende Hollander een sloep naar passerende ongelukkigen, met de vraag of ze een stapel brieven willen meenemen naar familieleden, die al eeuwen geleden overleden blijken te zijn. Volgens overleveringen van mensen die De Vliegende Hollander gezien zouden hebben vaart het schip met bloedrode zeilen tegen de wind in boven het water.

Hoofdpersonages[bewerken]

Eén van de zeelui die aan de sage van de Vliegende Hollander wordt gekoppeld is de Fries Barend Fockesz., die in 1678 in een recordtempo (namelijk drie maanden in plaats van zes maanden of meer) met zijn VOC-schip naar Indië voer. Het verhaal ging dat het schip zo snel was geweest doordat Fockesz een pact met de duivel had gesloten. Hij kreeg zeven jaar lang de wind in de zeilen. In ruil daarvoor moest zijn schip voor eeuwig rondvaren.

Barend Fockesz (Bernard Fokke) is slechts één van de hoofdrolspelers in de versies van het verhaal. In de schriftelijke en mondelinge overlevering wordt de kapitein onder meer Willem van der Decken, Falkenberg, Van Straten, Ramhout van Dam, Pieter van Halen of Davy Jones genoemd.

De link met Terneuzen[bewerken]

Willy de Meijer als spookkapitein Van der Decken bij het beeld van de Vliegende Hollander in Terneuzen

In zowel de mondelinge als schriftelijke literatuur wordt geregeld vermeld dat De Vliegende Hollander uit Terneuzen afkomstig zou zijn. De naam van de Zeeuwse stad duikt voor het eerst in 1837 op, beschreven door de Engelse schrijver Frederick Marryat. Hij beschrijft de sage als een Terneuzens volksverhaal. Marryat en zijn dochter woonden in de jaren dertig van de negentiende eeuw een tijd in het Zeeuwse vestingstadje. Daarnaast had Marryat deelgenomen aan de Engelse invasie op Walcheren in 1809. Wellicht had hij een aversie gekregen van de Zeeuwse stad Terneuzen en/of zijn inwoners. Verhaalelementen had hij ongetwijfeld opgepikt uit de volkstraditie.[1] De plaatsvermelding Terneuzen berust waarschijnlijk op een vergissing en gaat wellicht terug op een legendarisch groot schip, Ternuten of Schip van Sinternuit.[2] De predikant A.C.H. Römer plaatste een bewerking van Marryats roman met de titel Het Vliegend schip in de Zeeuwsche volksalmanak van 1846.

Terneuzen, dat gelegen is aan de Westerschelde, had daardoor een rechtstreekse verbinding met de Noordzee. VOC-schepen konden dus van daaruit makkelijk naar de Oost varen.

Terneuzen zette de sage van de Vliegende Hollander in als toeristische trekpleister en langzaamaan trad een proces van folklorisering en festivallisering op. In de jaren zestig van de 20e eeuw verscheen de als (spook)kapitein verklede 'Van der Decken' voor het eerst op braderieën en evenementen in Terneuzen. Frans van Glansbeek, verkleed als de Vliegende Hollander nam tijdelijk de rol van burgemeester op zich. In de 21e eeuw gaat Willy de Meijer door het leven als de Vliegende Hollander van de stad. In 1971 werd in Terneuzen de Stichting de Vliegende Hollander opgericht. Een jaar later werd een monument van het schip opgericht, ontworpen door P. Griep. In 2006 organiseerde Terneuzen voor het eerst het Vliegende Hollander Festival.

Om het verhaal nog meer waarheidsgehalte te geven zijn bepaalde huizen in Terneuzen (al dan niet met het oog op het toerisme) als woon- en/of spookhuis van de kapitein van het schip aangemerkt. Zo zou volgens de VVV in de Havenstraat de woning van Willem van der Decken staan. De kapitein zou zijn geboren in de Noordstraat, waar het thans spookt. Traditioneel gezien zit een spook meestal vast aan één bepaalde plek vast, maar in dit geval heeft de overlevering zich daar niets van aangetrokken.[3]

Terneuzen kent verder zijn eigen Vliegende Hollander-glazen, Vliegende Hollander-bier, Vliegende Hollander-gebak, een Vliegende Hollander café aan het Tuinpad, een 'Op pad met de Vliegende Hollander'-wandelroute en replica's van het standbeeld van P. Griep. In de Grote Kerk hangt het schilderij The Flying Dutchman van Walter Hagenaars uit 2005.

Verklaring, oorsprong en betekenis[bewerken]

Verhalen over spookschepen zijn al eeuwen oud. Sinds mensenheugenis worden er (met name onder zeelui) verhalen verteld over spookschepen die ongeluk brengen aan degene die ze tegenkomen. Het verhaal van de Flying Dutchman ontstond echter pas in de achttiende of negentiende eeuw, onder invloed van de literatuur. Schrijvers hebben elementen uit de volkstraditie opgepikt en er een verhaal van gemaakt. Volksoverlevering en literaire elementen zijn in het geval van de sage van de Vliegende Hollander dus met elkaar samen gekomen. In 1804 noemt Thomas Moore The Flying Dutchman al een zeer verbreid zeemansbijgeloof. Het verhaal verscheen in 1821 voor het eerst in het Blackwoods Edinburgh Magazine. Het vertelde over een spookschip, waarvan de kapitein Willem van der Decken werd genoemd. Die naam wordt nog niet genoemd in The Rime of the Ancient Mariner uit 1798 van de Engelse dichter Samuel Taylor Coleridge, maar in aanleg is het verhaal van het spookschip hier al aanwezig.

Engelsen hebben het verhaal over het goddeloze Hollandse spookschip dus verzonnen. In de zeventiende en achttiende eeuw waren de Engelsen de grootste concurrenten van de Nederlanders. Voor laatstgenoemden ging alles voor de wind in de Gouden zeventiende Eeuw. De Hollanders troefden met hun schepen de Portugezen en Engelsen af. De Nederlanders wilden, volgens de Engelsen vliegend, naar Indië varen om handel te drijven en weer terug te keren. Geld verdienen ging boven alles en zelfs op een christelijke feestdag kon worden uitgevaren. De Engelsen zagen de Hollanders als rokende jeneverdrinkers. 'Dutch' staat in het Engels dan ook voor laf, dom en minderwaardig. De in deze tijd verzonnen sage van de Vliegende Hollander is niet vele eeuwen oud en is niet uit de mondelinge, maar schriftelijke overlevering afkomstig. Toch is het verhaal in het buitenland één van de bekendste volksverhalen van Nederland, mede doordat menig zeevaarder een ontmoeting meende te hebben gehad met het spookschip.[4]

Getuigenissen[bewerken]

In de volksoverlevering zou De Vliegende Hollander nog vaak gezien zijn door schippers. De opvallendste melding is uit 1880, van prins George, die toen langs de kusten van Australië voer en het schip in de verte zou hebben gezien. Het schip had volgens de verhalen drie masten met zeilen waardoor een fel rood licht scheen; de bouw van het schip stamde uit een lang vervlogen tijd. George had dertien getuigen die er allen van overtuigd waren dat het De Vliegende Hollander moest zijn.

In het programma Mythen der Mensheid werd het scheepslogboek van de HMS Bacchante, waar de prins op verbleef, gecheckt op feiten. Op de dag van de waarneming (14 februari 1881) was er een matroos uit een van de ra's gevallen en dood op het dek terechtgekomen. Dit zou gebeurd zijn doordat de man geschrokken was van het spookschip dat hij zag opdoemen. Het logboek geeft wel het voorval weer maar niet dat het spookschip gezien is. Men vermoedt dat de prins zijn jeugdige fantasie erop los heeft gelaten.[5]

In 1941 zou een Duitse U-boot het schip ook gezien hebben. Geleerden denken echter dat het hier een luchtspiegeling betreft.[5]

Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw zijn er getuigenissen over ontmoetingen met De Vliegende Hollander bekend.[6]

Bewerkingen[bewerken]

Nationaal en internationaal is het verhaal van De Vliegende Hollander een geliefd thema in muziek, film, toneel en literatuur.

Begin 1826 werd een toneelstuk geschreven door Edward Fitzball over De Vliegende Hollander. Richard Wagner baseerde zijn opera Der fliegende Holländer op de sage.

Er zijn allerlei korte verhalen verschenen gebaseerd op De Vliegende Hollander, onder andere:

  • Washington Irving (1822) The Storm Ship.
  • Washington Irving (1824) Adventures of the Black Fisherman.
  • Walter Scott (1822) The Pirates.
  • Edgar Allan Poe (1833) Het manuscript in de fles
  • Heinrich Heine (1866) Verhalen van de Heren uit de Salon.
  • Samuel Taylor Coleridge (1798) The Rime of the Ancient Mariner.
  • Max Stibbe (1919) Vliegende Hollander.
  • Mauritz Mok (1941) De vliegende Hollander.
  • P. Verhoog (1945) De Vliegende Hollander
  • P.de Zeeuw (1952) De Vliegende Hollander; oud goud.
  • Robert Wieland (1960) Het einde van de Vliegende Hollander.
  • Tom Holt (1991) Vliegend Hollands Schip.
  • Brian Jacques (2001) Castaways of the Flying Dutchman.
  • Annejoke Smids (2003) Piratenbloed

In stripvorm maakt het legendarische schip ook vaak zijn opwachting, als hoofdrol maar ook als bijrol figurerend;

Films[bewerken]

Diversen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Terneuzen: de Vliegende Hollander, in: Verhalen van stad en streek: sagen en legenden in Nederland/ W. de Blécourt, R.A. Koman [et al.]. Bert Bakker 2010, pp. 459.
  2. De Vliegende Hollander, in: Canon met de kleine c: 50 verhalen bij de Canon van Nederland. Profiel 2008, pp. 53-55
  3. Het Vliegende Hollander Festival: een toeristische volksverhaal-claim van een Zeeuwse stad./R.A. Koman, in: Traditie jrg. 13 (2007), nr. 1, p. 34-37; Terneuzen: de Vliegende Hollander, in: Verhalen van stad en streek: sagen en legenden in Nederland/ W. de Blécourt, R.A. Koman [et al.]. Bert Bakker 2010, pp. 458-460.
  4. De Vliegende Hollander, in: Canon met de kleine c: 50 verhalen bij de Canon van Nederland. Profiel 2008, pp. 55; Terneuzen: de Vliegende Hollander, in: Verhalen van stad en streek: sagen en legenden in Nederland/ W. de Blécourt, R.A. Koman [et al.]. Bert Bakker 2010, pp. 458-461
  5. a b Teleac: Mythen der Mensheid (aflevering 10: De Vliegende Hollander) uitzending 20 mei 2009, presentatie Willem Vos.
  6. Terneuzen: de Vliegende Hollander, in: Verhalen van stad en streek: sagen en legenden in Nederland/ W. de Blécourt, R.A. Koman [et al.]. Bert Bakker 2010, pp. 460.