De drie slangenbladeren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De drie slangenbladeren is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM16. De oorspronkelijke naam is Die drei Schlangenblätter.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een zoon neemt afscheid van zijn vader, omdat die niet meer voor voedsel kan zorgen. Hij treedt in dienst van het leger van de koning. Als de aanvoerder sneuvelt, zorgt hij ervoor dat de manschappen niet op de vlucht slaan. De jongen wordt door de koning boven de anderen verheven als dank en zo wordt hij een belangrijk man. De koningsdochter heeft de gelofte afgelegd alleen te trouwen met iemand die bereid is zich levend met haar te laten begraven, als zij als eerste zou sterven. Zij is bereid hetzelfde te doen voor haar man, maar niemand durft dit aan. De jongen is door haar schoonheid betoverd en vraagt haar vader om haar hand.

De bruiloft wordt gevierd en ze leven een tijd erg gelukkig samen, maar dan wordt de jonge koningin ernstig ziek. De jongeman wordt naar de koninklijke grafkelder gebracht met het lichaam van zijn vrouw en de deur wordt afgesloten. Naast de doodskist staat een tafel met daarop vier kaarsen, broden en flessen wijn. Hij neemt elke dag slechts één hapje brood en een slokje wijn. Op een dag ziet hij een slang uit de hoek komen en deze kruipt naar het lijk. Hij hakt het beest in drie stukken met zijn zwaard. Er komt een andere slang tevoorschijn en deze ziet de dode slang. Kort daarna keert deze slang terug met drie groene bladeren in zijn bek.

Op de wonden van de eerste slang legt hij een blad, waarna ze genezen, en de slang komt weer tot leven. De jongeman vraagt zich af of de bladeren hetzelfde effect zouden hebben op een mens en hij legt er één op de mond van zijn vrouw en de andere twee op haar ogen. De jongeman geeft zijn vrouw wat wijn en brood en legt uit wat er is gebeurd. De wachters horen geluid en roepen de koning, waarna het paar bevrijd wordt. De jonge koning neemt de drie groene bladeren mee en laat zijn dienaar ze goed bewaren.

De koningin is echter veranderd sinds ze weer tot leven is gewekt, ze heeft geen liefde meer voor haar man. Samen gaan ze op reis naar de vader van de jongeman en de koningin wordt verliefd op de schipper. Samen met de schipper gooit ze haar slapende man overboord en ze gaan samen terug naar haar huis. De trouwe dienaar heeft echter alles gezien en hij gaat met een klein bootje op weg naar zijn meester. De bladeren legt hij op de mond en ogen van zijn meester en zo komt hij weer tot leven. Ze roeien snel en komen eerder aan bij de oude koning dan het grotere schip. Als de koning het verhaal heeft gehoord, laat hij de mannen zich verstoppen in een geheime kamer. De valse vrouw vertelt haar vader dat haar man is gestorven en dat de schipper goed voor haar heeft gezorgd. De koning vertelt dan dat hij doden weer tot leven kan wekken en laat de mannen naar buiten komen. De vrouw zakt op haar knieën als ze haar man ziet en smeekt om genade. Samen met de schipper wordt de jonge koningin op een lek schip gezet en dit vergaat al snel in de golven.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui