De duur van het leven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De levensduur of De duur van het leven is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen met volgnummer KHM176, opgetekend door de gebroeders Grimm. De oorspronkelijke naam is Die Lebenszeit.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Toen God de aarde schiep, liet hij de schepselen hun levensduur bepalen. De Heer wil de ezel dertig jaren geven, maar het dier vertelt dat hij een moeizaam bestaan heeft. Hij moet zware lasten dragen en wordt geslagen en geschopt. God heeft medelijden en haalt achttien jaren van de dertig jaren af. De hond wil ook niet dertig jaren leven, hij kan dan niet meer blaffen en zal zijn tanden verliezen. De hond krijgt twaalf jaren aftrek en daarna komt de aap. Ook de aap wil niet dertig jaren leven, alhoewel hij altijd opgewekt is. Hij heeft geen lepel als het gierstepap regent en hij moet altijd grappig zijn. Als hij een appel krijgt, blijkt deze zuur te zijn. Er zit verdriet achter de vrolijkheid en God haalt tien jaren van de dertig af.

Dan komt de mens en deze soort neemt geen genoegen met dertig jaren. Als het huis is gebouwd en de bomen zijn geplant en vrucht gaan dragen, is het voorbij. De Heer geeft de achttien jaren an de ezel, maar nog is de mens niet tevreden. Ook de twaalf jaren van de hond en de tien jaren van de aap worden aan de mens gegeven. De mens wordt zeventig jaar, waarvan de eerste dertig menselijk zijn. Gezond en vol plezier geniet hij van zijn leven. Daarna moet hij achttien jaren met een zware last sjouwen en krijgt klappen en schoppen. Na deze jaren ligt hij tien jaren te grommen in een hoek en heeft geen tanden meer om te bijten. De tien jaren van de aap komen als laatste, de mens is dom en dwaas en de kinderen lachen hem uit.

Achtergronden bij het sprookje[bewerken]

  • Het sprookje werd verteld door een boer uit Zwehrn in Nederhessen.
  • Het thema komt al voor in een Griekse sage van Babrios, hier zijn de dieren een paard, een stier en een hond. Ze krijgen voedsel van de mens en geven hem daarom levensjaren.
  • De gebroeders Grimm verwezen ook naar een Hebreeuwse versie.
Bronnen, noten en/of referenties
  • Grimm, volledige uitgave (vertaald door Ria van Hengel)

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui