De gebroeders Karamazov

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De gebroeders Karamazov
Dostoevsky-Brothers Karamazov.jpg
Oorspronkelijke titel Братья Карамазовы (Brat'ja Karamazovy)
Auteur(s) Fjodor Dostojevski
Vertaler Arthur Langeveld
Marko Fondse
Jan van der Eng
Land Rusland
Taal Russisch
Uitgever The Russian Messenger
Uitgegeven november 1880
Voorloper De zachtmoedige
Vervolg Dagboek van een schrijver
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De gebroeders Karamazov (Russisch: Братья Карамазовы, Brat'ja Karamazovy) is een roman van de Russische schrijver Fjodor Dostojevski uit 1879-1880.

Het disharmonisch gezin Karamazov kwam rond augustus 1866 voor het eerst voltallig samen bij hun vader Fjodor. Hij had niet omgekeken naar zijn drie zonen Dmitri, Ivan en Aleksei, toen hun moeders gestorven waren. Aleksei wilde het graf van zijn moeder zien en in het klooster treden, Dmitri had onenigheid met zijn vader over een erfeniskwestie en Ivan had een oogje op de verloofde van Dmitri. De echte dynamiek van het verhaal werd pas in gang gezet, toen vader Fjodor en zoon Dmitri een bittere strijd uitvochten voor de femme fatale Groesjenka. In dit artikel zal de plot van de roman niet verklapt worden. Dostojevski zette de zaak verder op scherp met briljante maatschappelijke, theologische en psychologische beschouwingen.

De grootinquisiteur van Sevilla (deel II, boek 5, hoofdstuk 5; II-5.5) is het beroemdste hoofdstuk van De gebroeders Karamazov en wordt algemeen beschouwd als een hoogtepunt in de wereldliteratuur. Er is een apart artikel aan gewijd.

De biograaf[bewerken]

Het verhaal van de gebroeders Karamazov wordt verteld vanuit het standpunt van een biograaf die de gebeurtenissen in het fictieve stadje Skotoprigonjevsk rond het jaar 1866 van dichtbij meegemaakt heeft en laat blijken tot de plaatselijke kloostergemeenschap te behoren. In het voorwoord geeft de verteller aan dat Aljosja (Aleksei Karamazov) zijn hoofdpersonage is, omdat juist hij de kern van het geheel in zich draagt. Na de gebeurtenissen zal Aljosja als het ware de wereld van de lezer binnenstappen, want naast deze roman is er nog een tweede roman, de belangrijkste, waarin mijn held optreedt binnen ons eigen tijdsbestek. Op de eerste pagina weet de lezer al dat Fjodor Karamazov een tragisch en duister einde zal kennen. Het proces Karamazov trok de aandacht van heel Rusland; alle kranten en tijdschriften hadden het erover. Er kwamen bezoekers uit andere Russische steden, tot uit Moskou en Sint-Petersburg. Het zou een rijk schouwspel worden. Maar ik doe u evengoed het gerechtvaardigde voorstel aan de hand de roman al bij de eerste episode in de hoek te gooien.

Fjodor Karamazov, de vader[bewerken]

Fjodor Karamazov was een 50-jarige landheer. Met bijna niets begonnen was hij bij zijn dood goed voor tweehonderd duizend roebels in baar geld. Deze tafelschuimer die op andermans zak teerde, had een neus voor winstgevende zaakjes die hij met gunstig resultaat wist af te wikkelen, ook al zat er altijd wel een luchtje aan. Hij sloeg overal geld uit. Burgers staken zich bij hem in de schulden tegen de meest solide borgtocht en hij was eigenaar van drankhuizen. Deze parvenu probeerde zich op te schroeven tot oude en voorname adel.

Hij had de fysionomie van een antieke Romeinse patriciër uit het tijdperk van de decadentie. Hij blonk uit door zijn liederlijkheid en stompzinnigheid. Het was een extreme wellusteling die zijn leven lang achter de eerste de beste rok aanjoeg. Een geilaard, een boosaardig zot, altijd tegendraads. Hij dreef zijn vuiligheden door, maar geen overtredingen die hem voor de strafrechter zouden kunnen brengen. Dan wist hij zich altijd in de hand te houden. Als je eens wist wat voor een schandvlek ik ben. Gelogen heb ik, mijn hele leven zonder meer gelogen, dag aan dag en uur aan uur. Voorwaar, ik ben de leugen en de vader van de leugen.

Adelaïda Mioesova, zijn eerste vrouw[bewerken]

Adelaïda Mioesova stamde uit een rijk en adellijk geslacht van landheren. De klaploper Fjodor Karamazov wilde carrière maken met gebruikmaking van alle middelen en wist zich in te wurmen bij een familie van aanzien. Hij maakte haar meteen haar geld afhandig en zij gaf toe aan zijn afpersingspraktijken. Het was een wanordelijk leven met onophoudelijke scènes. De echtelieden raakten voortdurend slaags, maar de klappen vielen uitsluitend van haar kant, want ze was een heetgebakerde tante. Ze liet hem in de steek en stierf kort daarop in Sint-Petersburg. Fjodor legde dadelijk een hele harem in zijn huis aan met complete drankorgieën. Hij maakte van zijn huis een hol van ontucht. Haar neef Pjotr Mioesov nam de opvoeding van de drie jaar oude Dmitri op zich.

Sofja Ivanovna, zijn tweede vrouw[bewerken]

Fjodor hertrouwde al vrij spoedig met de onbemiddelde Sofja Ivanovna. Hij werd aangetrokken door haar opvallende schoonheid en onschuldig voorkomen. Ze getuigde van een onwaarschijnlijke onderworpenheid en bescheidenheid. In het bijzijn van zijn vrouw haalde hij allerlei wijventuig over de vloer en zette hij orgieën op touw. Sofja leed aan een nerveuze vrouwenziekte van epileptische aard. De ontzettende hysterische aanvallen beroofden haar soms van het verstand. Ze bad heel veel tot God en vereerde iconen. Bij haar dood was Ivan zeven jaar en Aleksei nog geen vier jaar oud. Fjodor liet hen aan hun lot over en ze belandden bij zijn knecht. Na drie maanden kwamen de kinderen terecht bij een generaalsweduwe en later bij haar erfgenaam. Bij hun vader was geen cent los te krijgen voor hun opvoeding.

Lizaveta Smerdjasjtsjaja, bijgenaamd stinkend Liesje[bewerken]

Lizaveta Smerdjasjtsjaja was een 20-jarige gekkin die door de straten van de stad zwierf. Eén van die heilige dwazen die in Rusland onaantastbaar zijn als kinderen Gods. Haar hele leven liep zij rond op blote voeten en in een linnen hemd. Ze sliep op de grond, in kerkportalen of in een moestuin en voedde zich met niets anders dan zwart brood en water. Ze kon geen woord spreken en bulkte dan iets uit dat op loeien leek. Ten tijde van het overlijden van zijn eerste vrouw had een boemelende Fjodor Karamazov de vrouwelijkheid van Lizaveta verdedigd tegenover andere drinkebroers. Voor hem had er nog nooit een lelijke vrouw bestaan. Zou Fjodor haar zwanger gemaakt hebben? Ze heeft zich toegang weten te verschaffen tot zijn badhuisje, een kind ter wereld gebracht en stierf tegen de morgen. Het jongetje werd Smerdjakov genoemd naar de bijnaam van zijn moeder en opgevoed door de knecht.

Dmitri Karamazov, bijgenaamd Mitja[bewerken]

Dmitri Karamazov (28 jaar) was de oudste zoon van Fjodor Karamazov. In zijn jeugd was hij vier keer van nest verwisseld. Het was een onontwikkelde jongen zonder veel opleiding. In het leger had hij de rang van adjudant bereikt, na onbesuisd gedrag was hij overgeplaatst naar een van de ver afgelegen grensstadjes van Rusland en zeer onlangs uit de dienst ontslagen. Hij wilde met zijn verloofde Katerina Ivanovna naar zijn geboortestad terugkeren, maar raakte er in onmin met zijn vader en werd verliefd op Groesjenka.

Mitja was dom en wellustig. In zijn leven heeft hij heel wat vuiligheid uitgehaald en smerigheid bedreven; toch bleef hij altijd hunkeren naar edelmoedigheid. Hij vond van zichzelf dat hij een fatsoenlijk wezen gebleven was. Iedere dag beloofde hij zijn leven te beteren, maar iedere dag haalde hij dezelfde schoftenstreken uit. Deze wildeman hield van cognac, hing de beest uit en zocht graag moeilijkheden met iedereen. Hij verkwistte zijn centen, had geen roebel meer en zat steeds verlegen om nog meer geld. Geld was echter een bijkomstigheid voor hem, waar het op aan kwam was de gloed van de ziel. Hij liet zich al te gemakkelijk meeslepen door zijn onstuimige hartstochten.

Ivan Karamazov[bewerken]

Ivan Karamazov (24 jaar) was de tweede zoon van Fjodor Karamazov. Op zijn dertiende verliet hij zijn pleeggezin om naar het gymnasium en de universiteit te trekken. Zijn eerste studiejaren was hij in ellende doorgekomen en moest zich met arbeid in leven houden. Zijn verstand en studiebegaafdheid waren superieur. Deze geleerde atheïst was een sombere, gesloten en raadselachtige jongeman. Hij draaide altijd rond de pot en had geen vrienden. Een kleine man die geen luis te knappen had en naar Europa wilde. Ivan Karamazov was de auteur van De grootinquisiteur van Sevilla en andere theologische beschouwingen.

Aleksei Karamazov, bijgenaamd Aljosja[bewerken]

Aleksei Karamazov (20 jaar) was de jongste zoon van Fjodor Karamazov. Het waren alleen maar vrouwen waarmee hij zijn hele leven was samen geweest. Hij was een van de besten van de klas. Aljosja was een nogal stil kind, dikwijls in gedachten verzonken, steeds vriendelijk, maar zelden uitgelaten of opgewekt. Bezonnen, kalm en eerlijk. Hij plaatste zich nooit op de voorgrond en zag de waarde van geld niet. Een rijzige gestalte, een heel knappe verschijning.

Aljosja was een mensenvriend; hij hield van iedereen en iedereen hield van hem. Hij had een volstrekt vertrouwen in de mens, speelde geen rechter over een ander, sprak geen veroordeling of verachting uit, nooit haatdragend. Hij liet alles toe, al leed hij er vaak bitter onder en keerde zich gewoon zwijgend af, als hij het niet meer kon aanzien. Nergens zag hij een krenking in; beledigingen verduurde hij. Met zijn kuis schaamtegevoel kon hij geen vuile praat aanhoren.

Aljosja zocht waarheid en gerechtigheid. Hij geloofde in God, onsterfelijkheid en wonderen en wilde de hemel op aarde brengen. Hij wilde in het klooster gaan, zijn innerlijke krachten vertienvoudigen en dan zijn grootse zaak beter kunnen dienen. Een grootse daad stellen, alles opofferen, desnoods zijn leven. Als hij al vroeg de weg naar het klooster vond, is dat alleen maar omdat zulks hem voor ogen stond als de ideale uitweg voor zijn ziel, die dorstte om uit het duister van de wereldse boosheid op te stijgen naar het licht van de liefde.

Het personage van Aljosja was geïnspireerd op de filosoof Vladimir Solovjov, een vriend van Dostojevski.

Pavel Smerdjakov, de onwettige zoon[bewerken]

Pavel Smerdjakov (24 jaar) was een buitenechtelijk kind van Fjodor Karamazov. Als kind was hij een onhandelbaar jochie wiens meest geliefde spel het ophangen van katten was. Hij was verschrikkelijk eenzelvig en zwijgzaam, had het op niemand begrepen en voelde geen behoefte om zich bij een groep aan te sluiten. Hij deed niets anders dan vragen en uithoren, maar gaf zelf nooit antwoord. Geloven deed hij niet. Hautain en kieskeurig, maar zijn grenzeloze eigenliefde was van gekwetste aard. Zijn voorkomen was onberispelijk, gekleed als een echte dandy. Hij leed aan epilepsie, van heel licht tot werkelijk ontzettend. Als hij het geld had, wilde hij nog eens een café-restaurant in Moskou openen. Voor mijn part hadden ze me in de moederschoot mogen mollen. De dag voor het proces hangt hij zich op, na een tweetal ruzieachtige bezoeken door Ivan.

Katerina Ivanovna, de verloofde van Dmitri[bewerken]

Katerina Ivanovna was een schoonheid van een rijke adellijke familie. Haar vader was kolonel en superieur van Dmitri. Toen haar vader financieel in de knoei zat, wilde Mitja 4.500 roebel geven als Katerina er persoonlijk om zou komen. Ze vertelde dat ze toen een heel diepe buiging voor hem maakte tot op de grond. Niemand wist wat er juist gebeurd was. Had ze als maagd de heren cavaliers afgelopen voor centen? Is ze haar schoonheid komen verkopen? Die allereerste ontmoeting van hen is in haar hart blijven steken als een grievende belediging. Niettemin kwam er drie maanden later een verloving tot stand. Mitja was naar zijn geboortestad teruggekomen en er verliefd geworden op Groesjenka. Wees geworden kwam zijn verloofde Katerina daar ook wonen op een ander adres. Katerina gaf hem drieduizend roebel om ze via de post over te maken aan haar zus. Deze roebels zullen later cruciaal zijn voor het verhaal.[1]

Agrafena Svetlova, bijgenaamd Groesjenka[bewerken]

Agrafena Svetlova was een gewone knappe vrouw van 22 jaar, in geen enkel opzicht uitzonderlijk, maar haar vormen leken wel op een Venus van Milo. Haar opvoeding was gering en ze had platvloerse begrippen van fatsoen. Ze leidde een oerzuinig leven en had een eigen kapitaaltje bij elkaar geschraapt. De gehaaide zakenvrouw kocht schuldbekentenissen op die haar soms het tienvoudige opleverden. Naar aanleiding van zo'n zaakje kwam ze in contact met Fjodor Karamazov.

Op haar zeventiende had de Poolse officier Moessjalovitsj haar verleid en dan laten zitten. Ze was tot over haar oren verliefd geweest, had hem alles gegeven en hield nog steeds van hem, enkel en alleen van hem, zoals ze dat altijd gedaan had. Misschien hield ze wel het meest van de belediging die haar aangedaan was. Die tranen van vijf jaar lang zijn mijn dierbaarste bezit. Momenteel was hij geen officier meer, maar een douanebeambte in Siberië ergens aan de Chinese grens. Of was de 40-jarige Pool zelfs zijn betrekking kwijt? De oude koopman Koezjma Samsonov heeft haar uit de miserie en de armoede gehaald. Al vier jaar protegeerde hij haar openlijk. Hij zond haar geld en geschenken en was de enige die zich op haar gunsten kon beroemen. Samsonov was zwaar ziek en stond op het punt naar de andere wereld te verhuizen. Hij had nog een soort vaderlijke verhouding met Groesjenka, niet meer de verhouding zoals vroeger. Voor de rest was ze allesbehalve toegankelijk.

Toen Mitja zich eveneens als minnaar presenteerde, was het uit met Samsonovs plezier. Mitja werd wild van de 'welving van dat lijf' en heeft duizenden roebels aan haar weggesmeten. Met de drieduizend roebel van Katerina Ivanovna zijn ze samen naar Mokroje gegaan, zo'n 25 km hier vandaan, om twee dagen aan één stuk te fuiven. Mitja kocht de winkel leeg, liep met geld te zwaaien. Hij scharrelde zigeuners en zigeunerinnen op, goot de hele boerenkluit vol met champagne en liet de duizendjes rollen. Toch heeft hij alleen maar gedaan weten te krijgen dat hij haar voetje mocht kussen; meer had ze niet willen toestaan.

Starets Zosima, de priestermonnik[bewerken]

Starets Zosima was een 65-jarige priestermonnik die over bijzondere spirituele en wonderdadige krachten zou beschikken. De behoeder van Gods gerechtigheid op aarde, een soort Christus-figuur. Hij woonde in zijn kluizenaarsverblijf, een paar honderd meter van het klooster vandaan. Zosima stamde uit een geslacht van grootgrondbezitters en had bijna acht jaar gediend in het kadettencorps van Sint-Petersburg. Hij veranderde er in een verwilderd en ruw wezen dat prat ging op zijn zuippartijen, uitspattingen en avonturen. Hij daagde een liefdesrivaal uit tot een duel. Zijn tegenstander loste een schot, het schampte zijn wang lichtelijk en Zosima slingerde zijn pistool het bos in. Gisteren was ik nog zo idioot, maar vandaag is mijn verstand gaan werken. Hij diende zijn ontslag uit het leger in en zou in het klooster treden. De starets was vrijwel altijd opgewekt in de omgang. Ik ben altijd een vrolijke Frans geweest.

De pelgrims stroomden uit heel Rusland naar het klooster van Skotoprigonjevsk. Staretsen kwamen maar in zeer weinig kloosters voor. Schreiend van ontroering vielen ze voor hem op de knieën, kusten zijn voeten en jammerden. Ze kwamen om hun twijfels, zonden en leed te biechten en om raad en geestelijke bijstand vragen. De starets onderhield zich met hen, gaf zijn zegen en sprak een kort gebed over hen uit. Het betekende een zedelijke wedergeboorte naar morele vervolmaking. Een heilig man was een vertroosting voor een gekwelde ziel. Een leerling van de starets deed afstand van zijn eigen wil en gaf deze in volledige gehoorzaamheid aan hem over in de hoop dat hij na langdurige beproevingen de volmaakte vrijheid zou bereiken. De leerling had een onverbrekelijke band met zijn starets. Hij moest voortdurend biechten en niemand kon hem van zijn gehoorzaamheid ontslaan. De zwijgende meerderheid van de tweehonderd monniken was gekant tegen starets Zosima en het staretsendom in het algemeen. Ze hielden het voor een gevaarlijke nieuwlichterij. Omdat hij een hele schare genegen volgelingen rond zich had verzameld, had hij zich de jaloezie van vele anderen op de hals gehaald.

Aljosja was zo'n leerling, met heel zijn ziel aan de starets verknocht. Hij is de beste mens ter wereld! Ze waren zeer op mekaar gesteld en woonden samen in het kluizenaarsverblijf. De starets had een overweldigende invloed op Aljosja. Zijn geestdrift nam steeds toe. Het hart van de starets bevat de macht die ten slotte de gerechtigheid op aarde zal verwezenlijken. En dan zal iedereen heilig zijn en zal men elkander lief hebben en er zal geen rijk zijn en geen arm, noch hooggeplaatsten noch vernederden, maar allen zullen kinderen Gods zijn en het waarachtige Rijk van Christus zal aanbreken.

De heilige startsi Ambrosius en Makarius van Optina Poestin stond centraal voor de figuur van de starets Zosima, alhoewel Dostojewski zei dat hij voornamelijk geïnspireerd was door het leven van de heilige Tichon van Zadonsk.

De Karamazovs waren voor het eerst voltallig bijeen[bewerken]

Dit fraaie gezin was destijds voor de eerste maal voltallig bijeen. De jongste zoon Aljosja zag men het eerst in de stad. Hij had zijn gymnasium onderbroken om naar zijn vader te gaan. Hij had veel weg van zijn moeder en voelde zich emotioneel sterk met haar verbonden. Niet lang nadat hij het graf van zijn moeder ontdekt had, wilde hij in het klooster treden. Starets Zosima had een bijzondere indruk op hem gemaakt. Aljosja woonde al een jaar in het klooster toen de andere broers aankwamen. Er was een hoogoplopende ruzie ontstaan tussen vader Fjodor en Mitja over een erfeniskwestie. Mitja correspondeerde daarover reeds in Moskou met Ivan die zo Katerina Ivanovna leerde kennen. Ivan wilde geen enkele poging doen om met zijn vader in contact te komen, maar kwam plotseling opduiken. Ze leefden een paar maandjes samen en konden zo goed met elkaar overweg dat het niet beter meer kon. Fjodor was enthousiast over Ivan: Dit is mijn zoon, vlees van mijn vlees, mijn meest beminde vlees! Mitja kwam het laatst naar zijn geboortestad en woonde niet bij zijn vader in. Hij had zich in de stad overgegeven aan een buitengewoon losbandig leven. Zuippartijen en rokkenjagen. Aljosja kon beter overweg met Mitja dan met Ivan. Ivan stelde zich op als een verzoener tussen vader en broer, maar eigenlijk had hij hier zijn eigen affaires af te werken. Ik had mijn eigen zaken met Katerina. Ik was werkelijk verliefd op die dame. Dat is nu gebeurd en ik ga er vandoor.

Vader en zoon vochten om een erfenis[bewerken]

Vader Fjodor had zoon Mitja zijn erfenis van moederszijde ontstolen. Het dorpje Tsjermasjnja behoorde hem ongetwijfeld toe als moederlijk erfdeel. Jaren achteréén had Fjodor hem geld gezonden. Bij de laatste zesduizend roebel had Mitja een formele afstandsverklaring getekend. Ze waren quitte en hij zou geen verdere eisen meer stellen. Juridisch gezien was zijn vader hem niets meer schuldig. Maar Mitja wilde er nog drieduizend uit peuren, dan zou het echt afgelopen zijn. Hij had nog maar zeventienduizend roebel losgekregen en het dorpje was er misschien wel vijfentwintig duizend waard. Hij kon de oude daarvoor een proces aandoen, maar het was zijn vader die een proces tegen hem aanhangig gemaakt had en zijn zoon in het gevang wilde steken. Tegen het eind van augustus vond in de cel van de starets een familiesamenkomst plaats van alle leden van dit disharmonisch gezin. De onenigheid tussen Mitja en zijn vader had een hoogtepunt bereikt en deze reünie was bedoeld om op een fatsoenlijke manier tot een overeenkomst te komen. Het ontaardde in schaamteloze bekvechterij tussen vader en zoon.

Vader en zoon vochten om een vrouw[bewerken]

Vader Fjodor en zoon Mitja waren tevens aan dezelfde vrouw verslingerd. De liefdesrivalen vochten een verbeten strijd uit voor Groesjenka, hoewel ze haar een verleidster, straatmeid en helledier noemden. De vader: Waar is ze, waarom is ze er niet? Wanneer komt ze nou? De zoon: Waarom is ze niet gekomen, komt ze nu gauw? Die twee waren stapelgek, kinderen zijn er niets bij. Fjodor had een envelop met drieduizend roebel klaar liggen voor haar, voor het geval zij komen wil. In de tuin van de buren lag Mitja 's avonds op de loer. Hij hield alles nauwlettend in de gaten. Als Groesjenka kwam, zou hij erop af stormen. De zenuwen stonden gespannen. Opeens kwam Mitja het huis van zijn vader binnen stormen: Ze is hier! Zeg op, waar is zij?, maar Groesjenka was daar niet. Hij sloeg zijn vader met een krachtige dreun tegen de vloer en schopte hem twee of drie keer met de hak in het gezicht. De oude meneer was momenteel zo bang geworden dat hij zich voortdurend opsloot. Hij moest eerst de stem van de bezoeker gehoord hebben voor hij open deed. Groesjenka liet ze allebei in de kou staan, jutte ze nog wat op en keek toe waar het meeste te halen was. Ze bracht hen het hoofd op hol voor de grap en liet ze dansen naar haar pijpen.

Vader en zoon hadden de knecht Smerdjakov tot hun spion gemaakt. Enerzijds had hij het vertrouwen van Fjodor. Hij was de enige die mijnheer op dit ogenblik bediende. 's Nachts moest hij het huis verlaten en de wacht houden tot middernacht en nog langer. Het klopsignaal van twee lange tikken en drie korte betekende dat Groesjenka kwam. Anderzijds hield hij Mitja op de hoogte van alles wat er thuis voorviel. Mitja wist van de klopsignalen, omdat Smerdjakov ze hem had verklapt. Enkel uit angst. Ik ben als de dood voor meneer. Mitja had de knecht eens bedreigd: Als je haar voorbij laat glippen en me niet vertelt dat ze er is, maak ik je van kant.

Ivan Karamazov was ook betrokken partij. Hij vreesde dat zijn vader met Groesjenka zou trouwen. Dat mens zou met al zijn geld kunnen weglopen zodat er na de dood van zijn vader geen rode roebel meer overbleef. Nu viel elk van de gebroeders veertigduizend roebel toe, want er was nog geen testament opgemaakt. Ivan probeerde tevens Mitja zijn verloofde afhandig te maken, maar Mitja vond dat niet erg, want hij had enkel oog voor Groesjenka. Zijn verloofde Katerina Ivanovna wilde Mitja redden, voor altijd. Ze wilde hem voor niets ter wereld opgeven en haar hele leven aan hem opofferen. Ongeacht zijn ontrouw zou ze hem altijd trouw blijven. Hoe meer hij haar vernederde, hoe meer ze van hem hield. Ivan besefte dat Katerina nooit van hem gehouden had.

De ontmoeting van Smerdjakov en Ivan Karamazov[bewerken]

Smerdjakov sprak Ivan aan op een toon alsof er tussen hen iets van geheime aard bedisseld was. Er was een heel speciaal soort weerzinwekkende familiariteit. Ik ben er zeker van dat ik morgen een langdurige toeval krijg, mijnheer. Ik word misschien nog eens medeplichtig gehouden, als Mitja zich aan uw vader mocht vergrijpen. Omdat ik hem die geheime tekens in het grootste geheim heb medegedeeld. Als ik zelf met een aanval buiten westen lig, hoe zou ik hem dan tegen kunnen houden? Mitja komt, al was het alleen maar uit razernij of omdat hij de zaak niet vertrouwt voor het geval ik ziek mocht zijn. Als ik in uw plaats geweest was, had ik er allang de brui aan gegeven … liever dan ooggetuige van deze hele affaire te moeten wezen. Uiteindelijk diende Ivan hem van antwoord: Morgen reis ik naar Moskou als je het weten wilt, morgen vroeg! Smerdjakov moest voor iets in de kelder zijn, viel van het bovenste traptreetje naar beneden en slaakte de schreeuw van een epilepticus die een toeval krijgt. 's Morgens had hij Fjodor nog verzekerd dat Groesjenka beslist zou komen en de kloptekens kende.

Het overlijden van starets Zosima[bewerken]

Starets Zosima zou niet lang meer leven. Voor zijn dood stuurde hij Aljosja de wereld in: Ga uit het klooster vandaan. Voorlopig is jouw plaats niet hier. Ik geef je mijn zegen mee voor een groot leven van dienstbaarheid in de wereld. Je zult ook moeten trouwen. Je zult nog alles moeten doormaken voordat je opnieuw kunt terugkeren. Christus is met je. Je zult veel leed aanschouwen en in dat leed gelukkig zijn. Zoek je geluk in het leed. Werk, werk zonder ophouden. Wees met je broers. En niet met een, maar met beide.

Uit zijn lijkkist begon een sterker wordende reuk van bederf op te stijgen. Het was een schandaalverwekkend nieuwtje. Eerst waren de geruchten schuchter geweest, maar ze werden sterker en brutaler. Al spoedig begon men echter de plechtigheid te verstoren. Waar komt die lucht vandaan? God heeft vast een teken willen geven. Het is zo onnatuurlijk vroeg. Meteen regende het veroordelingen en beschuldigingen tegen de pas overleden starets. Hij verkondigde valse leerstellingen, volgde de mode in zijn geloof. Hij was te verlekkerd op eten en deed geen boete. Hij hield zichzelf voor een heilige, misbruikte het biechtgeheim. Vader Ferapont ging het verst: Satan, verdwijn, Satan, verdwijn! Ik ban de duivel uit. Nu hebben de duivels zich bij jullie vermenigvuldigd als spinnen in de hoeken. En nu is hij zelf gaan stinken. Daarin zie ik een duidelijk teken van de Heer.

Aljosja liep met snelle passen het kluizenaarsverblijf uit. Zijn verwarring was een niet te loochenen feit. Het was een van de zwaarste en fataalste dagen van zijn leven. Hij had de verwachting gekoesterd dat er zich wonderen zouden voordoen naar aanleiding van het overlijden van zijn starets. Maar nu werd zijn hoger ideaal door het slijk gesleurd en te schande gemaakt. Het was overgeleverd aan de boosaardige hoon van een lichtzinnige menigte. Waarom liet God juist verstek gaan op het kritieke moment? De zachtmoedigheid was uit zijn gezicht verdwenen. Ik kom niet tegen mijn God in opstand, ik aanvaard alleen zijn wereld niet. Op bezoek bij Groesjenka: Ik kwam hierheen om mezelf in het verderf te storten, met graagte zelfs.

Terug in het klooster kreeg Aljosja een religieus visioen. De kamerwanden weken en hij was uitgenodigd op de bruiloft in Kana. Starets Zosima kwam naar hem toe: Laten we de nieuwe wijn drinken, de wijn van de nieuwe, grote vreugde. Nu moet jij je taak beginnen! En zie je daar onze Zon, zie je Hem? Hij is bij ons aan komen zitten om Zich met ons te verheugen. Hij roept er voortdurend nieuwe gasten bij en dat tot in aller eeuwigheid. Aljosja strekte zijn armen uit en ontwaakte met een kreet. Hij voelde een vastheid en onverstoorbaarheid in zijn ziel neerdalen en stond op als een voor het ganse leven gestaalde strijder. Nooit, nooit meer zou Aljosja dit ogenblik kunnen vergeten.

De helse tocht van Dmitri Karamazov[bewerken]

Groesjenka had een speciale betekenis voor Mitja. Met haar zou er terstond een ander leven aanbreken, een nieuw en deugdzaam leven. Het was een gevecht op leven en dood met het noodlot om het behoud van zijn ziel. Maar Mitja zat op zwart zaad nu de geldzendingen van zijn vader opgehouden waren. Tien kopeken was alles wat er resteerde van zoveel jaren van vroegere welstand. Als Groesjenka voor hem zou kiezen, waar moest hij de geldelijke middelen vandaan halen? Zonder centen was alles verloren. Tegelijk wilde hij Katerina haar drieduizend roebel ten koste van alles en eerst van al teruggeven. Als ze dat geld maar terugkreeg! Die schande drukte zwaar op zijn geweten.

Mitja vatte het plan op om zijn erfenisrechten van minstens zesduizend roebel te versjacheren voor drieduizend. Hij stapte eerst naar de koopman Samsonov. Wij houden ons met dergelijke affaires niet op. Die stuurde hem door naar de houthandelaar Ljagavyj. Deze kerel was zo zat als een kanon; er viel niet mee te praten. Samsonov had hem flink beet genomen. Zonder talmen haastte hij zich regelrecht naar Groesjenka. Hij begeleidde haar naar Samsonov waar ze zo nodig geld moest gaan tellen. Mitja ging naar Smerdjakov, maar door zijn ziekte zou er niemand op de uitkijk staan. Hij zou zelf beurtelings bij Fjodor en Samsonov waken. Ondertussen wilde hij ook aan mevrouw Chochlakov zijn erfenisrechten verkopen. Ze raadde hem echter aan miljoenen te gaan verdienen in de Siberische goudmijnen. Op de terugweg liep hij een bediende van Samsonov tegen het lijf die hem vertelde dat Groesjenka maar eventjes gebleven was. Thuis was ze ook niet; Mitja nam achteloos een koperen stamper mee van de tafel.

Waar kon ze anders uithangen dan bij zijn vader? Hij tikte op het vensterglas het signaal dat Groesjenka er was. Fjodor opende het raam: Groesjenka, ben jij dat? Ze was daar dus niet. Op dat moment kwam de knecht Grigori iets controleren in de tuin, zag het raam open staan en hoorde iemand wegrennen. Hij zette de achtervolging in naar de omheining en klemde zich aan een been van de vluchteling vast. Vadermoordenaar! Mitja klopte hem neer met de stamper, veegde het bloed van zijn voorhoofd met een zakdoek en wist niet of hij nog leefde. Ten huize van Groesjenka vernam hij voor het eerst dat ze naar een of andere officier toe was in Mokroje. Alles was zo klaar als een klontje. De Poolse verleider van Groesjenka was gearriveerd. Een maand geleden had ze een brief gekregen dat hij zou komen. Hij was weduwnaar geworden en kwam uit Siberië terug om met haar te trouwen. Groesjenka kon hem niet weerstaan: Ben ik dan zo'n dweil dat ik meteen weer naar hem toe ren? Ik ga! Groesjenka is een nieuw leven binnengestormd.

Mitja haalde bij een ambtenaar zijn twee pistolen terug die hij drie uur daarvoor nog beleend had voor tien roebel. Nu had hij een heleboel geld in zijn hand. In de winkel deed hij grote aankopen, champagne en lekkere hapjes, net als de vorige keer. Hij wilde naar Mokroje, naar dezelfde herberg waar hij nog geen maand tevoren met Groesjenka aan het fuiven geweest was. Hij wilde haar voor de laatste maal zien. Hij wilde zijn laatste dag en zijn laatste uur doorbrengen in dit vertrek waar hij de koningin van zijn hart aanbeden had. Hij wilde haar niet aan haar minnaar betwisten. Laat mij mijn liefde hier tot het einde toe beleven, alleen maar die vijf uren tot de morgen. Ik ga wel opzij, ik wil je geen last aandoen, leef jij maar verder mijn schat. Op zijn afscheidsbriefje: Ik straf mijzelf voor heel mijn leven, ik voltrek een straf aan mijn hele leven! Mitja wilde een blauwe boon door zijn raap jagen. Morgen zou hij zich van kant maken, maar eerst nog een keer de bloemetjes buiten zetten. Ik wil muziek hebben, lawaai en feestgedruis. Laat de joden komen met cimbalen en violen, trommel de meisjes op.

In Mokroje voelde Mitja snel aan dat het niet klikte tussen Groesjenka en haar Pool. Hij was er alleen maar op uit om geld te plukken van Groesjenka en leek niet meer op de man die ze vroeger gekend had. Daar heb ik me nu vijf jaar het leven om zuur gemaakt, idioot die ik ben. Daar heb ik nu vijf jaar lang tranen voor vergoten. Ik hield immers van hem. Mitja probeerde hem uit te kopen om meteen en voor altijd op te hoepelen. De Pool sloot zich op in zijn slaapkamer. Het daverende feest dat vervolgens op gang kwam, had veel weg van een orgie. Een zaal vol zingende en dansende meisjes. Groesjenka zocht toenadering tot Mitja: Ik houd van dat onbezonnen slag mensen zoals jij. Hij had weer een bestaansreden op deze aarde. Ze greep hem met beide handen bij de schouders; hij begon haar onstuimig te kussen. Voortaan zal ik je slavin zijn voor heel het leven. Trouw zal ik je blijven, je slavin zijn en voor je werken. Nadat hij haar had neergevlijd op het bed, kwamen de gerechtelijke instanties hem arresteren om vijf uur in de morgen. U wordt beschuldigd van de moord op uw vader, Fjodor Pavlovitsj Karamazov.

De rechtszaak tegen Dmitri Karamazov[bewerken]

Fjodor Karamazov was inderdaad die avond in zijn eigen huis vermoord en beroofd. Zijn schedel was ingeslagen en er lag een lege envelop zonder drieduizend roebel op de grond. Alle verdenkingen wezen in de richting van Dmitri Karamazov. Het aantal bezwarende verklaringen nam enorm toe. Hij had hardop zitten opscheppen dat hij zijn vader zou vermoorden. Een maand lang had hij het van de daken geschreeuwd. Zijn grote mond bracht hem telkens in de problemen. Maar hij bleef hardnekkig volhouden: Ik ben onschuldig aan het bloed van mijn vader. Ik heb het niet gedaan! Hij kan wel geen enkel controleerbaar feit aanbrengen. Heeft Mitja zijn vader vermoord? Hoe kwam hij opeens aan al dat geld? Had knecht Grigori de klap overleefd? Wie was de echte opdrachtgever van de moord?

Twee maanden later begon de rechtszaak tegen Dmitri Karamazov. De kardinale vraag luidde: Is hij schuldig aan moord met voorbedachten rade met als motief roof? De vrouwen wilden zien hoe de adellijke Katerina en de helleveeg Groesjenka elkaar in de haren vlogen voor de ogen van hun geliefde; de mannen keken uit naar het duel tussen procureur Kirillovitsj en de befaamde advocaat Fetjoekovitsj. Het publiek kreeg waar voor zijn geld. De schuldigen ontliepen hun verdiende straf niet, al was het maar omdat ze overrompeld werden door verpletterende schuldgevoelens. Het voorgevoel van Aljosja bleek juist te zijn: God zal overwinnen!

Het requisitoir van procureur Kirillovitsj[bewerken]

Procureur Kirillovitsj wilde oprecht de maatschappij redden. Tegenover deze schokkende verschijnselen van losbandigheid en zedelijk verval toonde de maatschappij een routineuze onverschilligheid. We wenden voor diep geschokt te zijn, terwijl we juist verlekkerd zijn op dit schouwspel, als liefhebbers van straffe en buitenissige emoties. Het wil me voorkomen dat het beeld van deze familie bepaalde algemene grondtrekken vertoont van onze hedendaagse ontwikkelde bevolkingslaag. Onze beklagenswaardige samenleving waarvan velen het cynisme en het moreel bederf vrezen.

  • Over Fjodor Karamazov: Ik wil u er wel aan herinneren dat hij een vader was en wel een vader van onze tijd. Beledig ik misschien onze samenleving door erop te wijzen dat er tegenwoordig maar al te veel van zulke vaders rondlopen? In wezen houden vele vaders van onze tijd er bijna net zo'n filosofie op na als deze oude Karamazov.
  • Over Ivan Karamazov: Hij gelooft nergens in en heeft in dit leven reeds veel, ja al te veel verworpen en van het voetstuk gehaald, precies als zijn vader. Volgens hem was alles geoorloofd en voortaan mocht er niets meer verboden worden.
  • Over Aleksei Karamazov: Ik hoop vurig dat zijn ziel en zijn volkse beginselen later niet zullen verkeren in een obscurantistisch mysticisme en in een bot chauvinisme, twee hoedanigheden die voor de natie een nog groter kwaad dreigen te worden als dat waaraan zijn broer lijdt.
  • Over Dmitri Karamazov: Hij vertegenwoordigt als het ware Rusland in de meest directe vorm. Hier is ons moedertje Rusland dan. O, wij zijn impulsieve mensen, wij zijn een verbijsterend mengsel van goed en kwaad. O, ook wij zijn goed, prachtmensen zijn we, maar alleen als het ons allemaal goed en prachtig gaat. Wij zijn gefascineerd door de meest verheven idealen, maar die moeten zich dan wel op eigen kracht verwezenlijken. Het beeld van een jonge, lichtzinnige en moreel verwerpelijke man die niettemin het hoofd buigt als hij zich geplaatst ziet tegenover ware zielsgrootheid, tegenover een hogere idee, is ons buitengewoon innemend voorgekomen. In het ene geval gaat hij oprecht nobel te werk, in het andere geval gedraagt hij zich even oprecht als een laaghartig mens. Waarom? Wel, juist omdat wij van die veelomvattende brede naturen zijn, Karamazov-karakters die in staat zijn alle mogelijke tegenstellingen te omvatten en tegelijkertijd beide afgronden te overschouwen. Het afgrondelijke hemelblauw boven ons vol van de hoogste idealen en de afgrond onder ons vol van het laaghartigste en stinkendste verderf. De gewaarwording van verzinken in de diepste poelen van bederf is voor deze ongebreidelde en bandeloze naturen even onmisbaar als de behoefte aan de hoogste vormen van adeldom. Twee afgronden, twee afgronden, dames en heren, op een en hetzelfde ogenblik – zo niet, dan zijn wij ongelukkig en onvoldaan en is ons bestaan niet volledig. Wij zijn alomvattend, breed als ons moedertje Rusland zelve.

Het pleidooi van advocaat Fetjoekovitsj[bewerken]

Advocaat Fetjoekovitsj wist de getuigen à charge te strikken en ze uit het lood te slaan. Hoe die man iemands reputatie, en daarmee zijn verklaringen, in een ongunstig daglicht wist te stellen! Moreel ontluisteren en met de zotskap doen afdruipen. Hij speelde zijn advocatentrucs uit.

De psychologie mag dan een diepzinnige aangelegenheid zijn, niettemin heeft zij toch iets weg van een stok met twee uiteinden. Met die subtiele psychologie kun je alle kanten uit. In de ene situatie ben ik zo bloeddorstig en scherp van blik als een Kaukasische adelaar en een minuut later zo blind en schuw als een miserabele mol. Men kan tot elke gewenste gevolgtrekking geraken. Het ligt er maar aan wie haar hanteert. Ik heb het nu over een zeker misbruik van de psychologie.

Een vader als de oude, vermoorde Karamazov heeft het recht en de waardigheid niet zich vader te noemen. 'Vaders, verbittert uw kinderen niet!' Ik roep deze heilige woorden in herinnering ten bate van alle vaders. Ja, laten wij allereerst zelf het gebod van Christus vervullen en eerst daarna hetzelfde van onze kinderen vergen. Anders zijn wij onze kinderen niet tot vader, maar tot vijand. En zij zijn dan niet onze kinderen, maar onze vijanden, want wij hebben hen zelf tot onze vijanden gemaakt. 'Want met de maat waarmede gij meet, zal u wedergemeten worden', dat is een voorschrift uit het evangelie. Een verwekker is nog geen vader. Vader is een verwekker die de naam vader metterdaad verworven heeft. Laat de zoon naar zijn vader gaan en hem ernstig de vraag stellen: 'Vader, zeg mij eens: waarom moet ik van je houden? Vader, bewijs mij eens dat ik je moet liefhebben.' Nee, het doodslaan van zo'n vader mag men niet kwalificeren als vadermoord.

Uiteindelijk achtte de advocaat uit Sint-Petersburg noch de roof van de 3000 roebel noch de moord overtuigend bewezen. Saillant detail is dat de beroemde advocaat voor een laag vast honorarium van 3000 roebel de verdediging op zich had genomen. Het bedrag werd evenredig betaald door Ivan, Aleksei en Katerina.

De jury[bewerken]

Vier lagere ambtenaren, twee kooplieden en acht boeren. Twaalf mannen. In de rechtszaal hoopten de vrouwen op vrijspraak en de mannen op strenge straffen. De juryleden oordeelden alle aanklachten bewezen. Uiteindelijk werd de oudste zoon veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid in Siberie.

Aljosja kreeg het laatste woord[bewerken]

Spoedig zou Aljosja deze stad verlaten, misschien wel voor zeer lange tijd. Hij stemt desgevraagd door Katerina in met een vluchtpogong van zijn oudste broer naar Amerika. Bovendien weet hij haar te bewegen im de gevangenis Dmitri te bezoeken. Vervolgens houdt hij zich bezig met de begrafenis van een jongetje dat hij verzoend had met zijn kameraden alvorens het kind overleed aan zijn ziekte. De begrafenis werd een ontroerend moment van saamhorigheid. Aljosja sprak tenslotte: De best denkbare opvoeding is misschien wel zo'n heerlijke, geheiligde herinnering die je aan je kindertijd bewaart. Als een mens op zijn levensweg vele van zulke herinneringen mee kan krijgen, dan is die mens voor zijn hele leven gered. Misschien zal deze ene herinnering hem zelfs afhouden van een verschrikkelijk kwaad. Vanaf nu, vrienden, zijn jullie me allemaal even dierbaar, ik sluit jullie allemaal in mijn hart. Wees niet bang voor het leven. Het leven is zo mooi, als je iets doet wat mooi en rechtvaardig is! En we zullen ons dode vriendje altijd gedenken! Lang leve Karamazov! Hoera voor Karamazov!

Theologische beschouwingen van starets Zosima[bewerken]

De ideeën van starets Zosima zijn een getrouwe weergave van het evangelie. Ze sluiten naadloos aan bij de woorden van Jezus Christus. De mens moet schuld en berouw voelen voor zijn zonden en zondaars niet beoordelen of straffen, maar beminnen. Als je iedereen bemint in een universele liefde, zal de broederschap aller mensen aanbreken. Het moment komt dat God Rusland zal redden, daar gelooft Zosima rotsvast in.

De mens is zondig[bewerken]

De mens verziekt de aarde alleen al door zijn aanwezigheid en hij laat een spoor van verrotting achter. Dat geldt jammer genoeg voor vrijwel ieder van ons! De mens geniet nu eenmaal van de val en de schande van een rechtvaardige. Monniken zijn niet heiliger dan de wereldlingen. Door monnik te worden erkend hij dat hij erger is dan alle wereldlingen, erger dan alles en iedereen op aarde. Zelf is hij slechter dan wie ook.

Schuld en berouw[bewerken]

Als er iets de zondaar in een ander mens verandert, is het de wet van Christus, het schuldbewustzijn van het eigen geweten. Iedereen is schuldig jegens alles en iedereen, ook buiten de eigen zonden om. Maak je verantwoordelijk voor alle zonden der mensen. Je zult inzien dat je inderdaad schuldig staat tegenover alles en iedereen. De monnik draagt schuld tegenover alle mensen, schuld aan alle menselijke zonden. Deze erkenning is de kroon op de weg van de monnik en van elk ander mensenkind. Zorg jij nu maar voor voortdurend berouw. Heb oprecht berouw. Laat ieder zijn hart bewaken en onophoudelijk zijn zonden aan zichzelf bekennen. De zondaar kan alleen zijn schuld erkennen tegenover de kerk en niet tegenover de staat.

Er bestaat geen zonde op de hele wereld die God niet zou vergeven aan hem die werkelijk berouw voelt. En er is geen mens die zo'n grote zonde kan bedrijven, dat hij daarmee Gods eindeloze liefde zou kunnen uitputten. God heeft je lief met al je zonden erbij en zelfs in je zonde.

Niet oordelen, niet straffen[bewerken]

Bedenk vooral dat je niemands rechter kunt zijn. Je moet inzien dat je net zo'n misdadiger bent als degene die voor je staat. Lijd in plaats van hem en laat hem zonder verwijt gaan. Dan zal de misdadiger zichzelf nog onverbiddelijker veroordelen dan je zelf gekund had. Als hij je goedheid met spot beloont, betekent dat dat zijn tijd nog niet gekomen is, maar komen zal die tijd. Dien hem stilzwijgend en nederig zonder ooit de hoop te verliezen. Al die verbanningen en dwangarbeid verbeteren geen mens, ze schrikken ook nagenoeg geen enkele misdadiger af. Bij zijn terugkeer in de maatschappij is hij met haat vervuld. De kerk, als een tedere en liefhebbende moeder, onthoudt zich van het opleggen van straffen.

Bemin de zondaars[bewerken]

Het hart van starets Zosima hecht zich bij voorkeur aan de grootste zondaar en wie het meest heeft gezondigd, is hem het allerliefst. De kerk probeert de volledige christelijke gemeenschap met de misdadiger in stand te houden. Ze neemt de uitgestotenen terug en lijft ze weer bij zich in. De kerk verbreekt de gemeenschap met de misdadiger nooit. Voor haar is hij nog steeds een dierbare zoon. Ze stoot niemand uit, maar omringt hem met vaderlijke zorgen. Er moet toch iemand zijn bij wie hij terecht kan met zijn leed. De burgerlijke wet verwerpt hem, stoot hem uit en is onverschillig en ongeïnteresseerd voor wat er met haar broeder gebeurt. Wees niet bang voor de zonden van de mensen. Heb de mensen ook in hun zonden lief; op aarde is het de hoogste vorm van liefde. Er zijn van die ontzettende wezens die zich volslagen hebben overgeleverd aan de Satan. Deze onverzoenlijke zondaars zullen eeuwig branden in het vuur van hun toorn en smachten naar de dood en het niet-zijn. Maar de dood zal hun niet geworden.

Universele liefde[bewerken]

Gij zult de hele wereld beminnen in één grote alomvattende liefde. De liefde is een opvoedende kracht van de hoogste orde. Terloops kan iedereen wel eens wat liefde opbrengen, maar onze liefde moet duurzaam zijn. Heb alles en iedereen lief. Het is een grote gave van God die niet aan de velen, maar aan de uitverkorenen is geschonken. Beproef alles om uw naasten metterdaad en zonder aflaten lief te hebben. Kom tot volkomen zelfverloochening in de liefde van uw naasten. Als je berouw voelt, dan heb je lief. Als je lief hebt, dan ben je al een kind van God. Door de liefde wordt alles vrijgekocht, alles gered. De liefde is zo'n kostbare schat, dat je er de hele wereld mee kunt vrijkopen. Besluit altijd tot liefde en niet tot geweld. Liefde in nederigheid is een geduchte kracht waartegen niets bestand is. Op het ogenblik dat u met ontzetting zult zien dat u ondanks al uw inspanning uw doel niets naderbij gekomen bent, maar er integendeel zelfs verder vandaan bent, zult u uw doel ineens bereikt hebben. Dan zal ons hart worden geroerd door eindeloze, universele en onverzadigbare liefde. Het leven is één grote vreugde. Wie van de mensen houdt, houdt ook van hun vreugde; dat was één van zijn kerngedachten. De hel is een lijden dat voortkomt uit het onvermogen om nog lief te kunnen hebben. Dit geestelijke lijden kan men van de mens niet wegnemen.

De broederschap aller mensen[bewerken]

De grote eenwording is komende, de broederschap aller mensen. Iedereen moet werkelijk ieders broeder worden, er moet een werkelijke broederschap aanbreken. Als de hele gemeenschap tot kerk geworden zou zijn, zou de kerk een corrigerende invloed op de zondaar hebben. De misdrijven zouden in onwaarschijnlijk grote mate teruglopen. Het is wachten tot ze van een heidense samenleving verandert in één ondeelbare en alom heersende kerk. De menselijke verbondenheid tussen alle Russen zal te zijner tijd tot stand komen, als de mens er geen behoefte meer aan heeft om zijn gelijken ondergeschikt aan zich te maken en zijn medemens wil dienen.

God zal Rusland redden[bewerken]

Vooral in de laatste tijd verheerlijkt deze wereld het begrip vrijheid: 'Heb je behoeften, bevredig ze dan.' De mens is verslaafd aan zijn zelfgeschapen behoeften. De huidige genoegens zijn vraatzucht, overspel, ijdel vertoon en nijd. Het zedelijk bederf woekert zelfs zichtbaar voort van dag tot dag. Onder de rijken leidt het tot vereenzaming en geestelijke zelfmoord en bij de armen tot afgunst en moord. Men leeft dan slechts om elkaar de ogen uit te kunnen steken, voor wellust en opschepperij. Het komt uit de hogere standen voort, maar ook het volk is verloederd door drankmisbruik, het kan gewoon niet meer zonder. Het volk is verdoold en onmachtig zich aan de vuile zonde te onttrekken. De mens gelooft niet meer in menselijke solidariteit en zal door een periode van vereenzaming heen moeten. Iedereen streeft er tegenwoordig naar zich van de anderen los te maken. Het is onnatuurlijk dat de een zich van de ander losmaakt. Geloof niet in een dergelijke eenwording van de mensheid.

Hoe anders is het pad van de monniken. Zij kappen alle onnodige behoeften af en hebben een grootse taak te verrichten. De redding van Rusland zal misschien nog eens komen van de kant van de monniken. Zij bewaren in hun afzondering het beeld van Christus in de zuiverheid van Gods waarheid. Zij zullen dit beeld tonen aan de wankele waarheid van deze wereld. Waak over het hart en het geloof van het volk. De redding zal uit het volk voortkomen. De starets is altijd getroffen geweest door de eigenwaarde van zijn grote volk. Hoe armer en onaanzienlijker de Rus is, des te meer valt die prachtige waarachtigheid in hem op. Wees een lichtbaken op andermans pad.

Dan zal het teken van de Mensenzoon aan de hemel verschijnen. Het beeld van Christus zal eenmaal als een kostbaar juweel schitteren voor de hele wereld. De rijkaard zal zich schamen voor zijn rijkdom en de arme zal het met genegenheid vergelden. De starets gelooft dat dat te gebeuren staat en dat het niet lang meer zal duren. Er zullen spoedig andere tijden aanbreken. God zal Rusland redden.

Anders staat het met de hogere standen. Ze denken een rechtvaardige samenleving, gebaseerd op het zuivere verstand, te kunnen opbouwen waarin geen plaats in voor Christus. Het zijn alleen de simpelste zielen die daarin geloven. De ongelovige activist kan bij ons in Rusland niets bereiken, zelfs al is hij oprecht van hart en geniaal van verstand. Door Christus overboord te gooien zullen zij de wereld in een bloedbad storten. Als de belofte van Christus er niet was, zouden wij elkaar tot de laatste man toe uitroeien.

Een onwankelbaar geloof[bewerken]

Ons mysterieus besef stelt ons in staat in contact te treden met een andere, hogere en verhevener wereld en ons gedachteleven wortelt niet in de aarde maar in die andere werelden. Geloof tot het einde al zou je als enige gelovige overblijven. Het mensengeslacht aanvaardt zijn profeten niet en mishandelt hen. Twijfel niet aan de kracht van het hemelse licht; blijf geloven dat zij later gered zullen worden. Zoek nooit een beloning, want je bezit reeds de grootste beloning die je op aarde kunt krijgen: de geestelijke vreugde die alleen de rechtvaardige weet te verwerven.

Sociale betrokkenheid[bewerken]

De sociale betrokkenheid van Dostojevski komt aan bod wanneer hij kindermishandeling, drankmisbruik, lijfeigenschap, wetteloosheid, ordeloosheid en gebrek aan adequate instellingen in Rusland aanklaagt. Advocaten, dokters en psychologen worden over de hekel gehaald.

Ivan Karamazov: Ik wil je nogmaals met nadruk verzekeren dat deze zucht tot het mishandelen van kinderen, maar dan ook alleen van kinderen, een speciale eigenschap van heel wat mensen is. Tegen alle andere vertegenwoordigers van de menselijke soort gedragen deze zelfde beulen zich juist voorkomend en zachtmoedig zoals dat ontwikkelde en humane Europeanen betaamt, maar ze doen niets liever dan kinderen kwellen en in die zin houden ze zelfs van die kinderen. Het is juist de weerloosheid van die wezentjes die deze kwellinggeesten aantrekt, het engelachtige vertrouwen van een kind dat geen enkele kant uit kan en bij niemand anders zijn toevlucht kan zoeken. Dat is nu precies wat het bloed van zo'n weerzinwekkende onmens in vuur en vlam zet.

Kolja Krasotkin, een jonge ondeugende socialist: U zult het toch wel met me eens wezen dat bijvoorbeeld het christendom altijd twee handen op een buik gespeeld heeft met de rijken en aanzienlijken om de lagere klassen in slavernij te houden, nietwaar?

De duivel in een visioen aan Ivan Karamazov: En dan hebben dokters nog de loffelijke gewoonte om je naar allerlei specialisten door te sturen. Als je neus zeer doet, dan sturen ze je naar Parijs: daar zit namelijk een specialist van Europese reputatie, die neuzen geneest. Je komt in Parijs, hij kijkt je neus na en hij zegt: ik kan alleen maar uw rechter neusgat genezen, want linker neusgaten zijn mijn specialiteit niet. Gaat u maar naar Wenen, daar zit een specialist, die zich helemaal op de therapie van het linker neusgat heeft toegelegd.

Karakterschetsen[bewerken]

De karakterschetsen van Dostojevski zijn van een meesterlijk niveau. Dat is de voornaamste reden waarom De gebroeders Karamazov schittert in de galerij van de wereldliteratuur. De roman was voltooid in 1880, terwijl Sigmund Freud zijn eerste wetenschappelijke werk pas publiceerde in 1896. Dostojevski beschreef wat de wetenschap nog moest ontdekken.

De personages leven op en over de rand van de zenuwinzinking en krankzinnigheid. Het zijn rusteloze en chaotische naturen, het ene moment hysterisch en woest, het andere moment aanhankelijk en poeslief. Hun wisselende stemmingen zijn onberekenbaar, geen zelfbeheersing of standvastigheid. Steeds jaloers, bezitterig en heerszuchtig. Vanbinnen laaghartig en kwaadaardig, vanbuiten hoogmoedig. Eerst grote besluiten nemen en dan stilletjes op hun stappen terugkeren. Of een grote beslissing in iemand anders handen leggen; die moet dan maar beslissen. Het tegenovergestelde zeggen van hoe het echt gebeurd is, van wat ze echt willen. Gemeenheden uithalen en zich later verschrikkelijk schuldig voelen. Ze haten alles en iedereen, heel Rusland, inclusief zichzelf, maar hun passies zijn hartstochtelijk wild. Het zijn op elkaar verliefde vijanden. Het stadje was één groot roddelkot waar ze dol waren op geruchten. Het gonsde er van de geruchten. Een doolhof om volkomen in te verdwalen.

Liza Chochlakov, de 14-jarige vriendin van Aljosja, voegde er nog aan toe: Iedereen voelt zich aangetrokken tot de misdaad en niet alleen maar bij momenten, maar altijd. Weet u, de mensen hebben eens onderling afgesproken om daar niet voor uit te komen en sindsdien liegen ze allemaal of het gedrukt staat. Iedereen zegt dat hij het kwade haat, maar innerlijk zijn ze er allemaal gek op.

Vertalingen[bewerken]

De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1913. In 1958 kwam Jan van der Eng met De gebroeders Karamazov. Marko Fondse publiceerde in 1970 zijn vertaling onder dezelfde titel. De meest recente vertaling, van Arthur Langeveld verscheen in 2006 bij uitgeverij Van Oorschot te Amsterdam als De broers Karamazov. Zij droeg in aanzienlijke mate bij tot de toekenning, aan Langeveld, van de Martinus Nijhoffprijs voor vertalingen in het jaar daarop.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het is moeilijk een exacte voorstelling van de waarde van 3000 roebel te krijgen in de beschreven tijd. Wellicht kan helpen dat later in het boek de aangezochte advocaat de strafzaak eveneens aanneemt voor een vast bedrag van 3000 roebel. In de huidige tijd zou een befaamd advocaat als Gerard Spong wellicht genoegen nemen met 30.000 euro voor een in die tijd in Rusland belangrijke strafzaak. Voorlopige tegenwaarde van deze historische roebel circa 10 euro