De glazen doodskist

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De glazen doodskist of De glazen kist is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM163. De oorspronkelijke naam is Der gläserne Sarg.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een arme kleermaker kan het soms ver schoppen als hij het geluk maar kan grijpen. Een brave kleermaker komt in een bos en klimt in een grote eik om te slapen. Gelukkig heeft hij zijn strijkijzer mee, want anders had de wind hem weggeblazen. Na een paar uur in de duisternis ziet hij een lichtje en klimt naar beneden. Hij komt bij een klein huisje van riet en biezen en klopt aan, waarna een oud grijs mannetje open doet. Hij draagt een jas met bonte lappen en hij stuurt de kleermaker weg, maar na enkele smeekbeden laat hij de onverwachte gast toch binnen. De kleermaker krijgt eten en mag slapen in een uitstekend bed, hij wordt wakker van een gebrul door de muren van het huis. Hij ziet een zwarte stier vechten met een mooi hert en de stier wordt afgemaakt. Het hert rent op de kleermaker af en schept hem op zijn gewei.

De kleermaker heeft het gevoel dat hij vliegt en geeft zich aan zijn lot over, ze komen bij een rotswand en de kleermaker is meer dood dan levend. Het hert stoot met zijn gewei tegen een deur in de rotswand en vurige vlammen slaan naar buiten en door de rook ziet de kleermaker het hert niet meer. De kleermaker hoort een stem die hem uitnodigt binnen te komen en hij gaat door de ijzeren deur naar binnen. Muren, plafonds en de vloer zijn glanzend geslepen en er staan tekens die de kleermaker niet kent. De stem vertelt dat hij in de steen in het midden van de zaal moet gaan staan, dan zal hem veel geluk wachten. De steen zakt langzaam omlaag en de kleermaker ziet in een andere zaal nog meer moois.

Er zijn nissen met flessen van doorzichtig glas, ze zijn gevuld met spiritus of blauwe rook. Er staan twee grote glazen kisten, in de één staat een kasteel met bijgebouwen, stallen en schuren en alles is klein. In de andere kist ziet hij een mooi meisje met lang blond haar als kostbare mantel. Ze ziet de kleermaker en roept dat haar bevrijding nabij is, ze vraagt hem de grendel van de kist te halen. Ze trekt een wijde mantel aan en gaat zitten op een steen en kust de jongeman. De kleermaker is haar gemaal en ze zal hem overladen met alle aardse goederen in zijn verdere leven. Ze vertelt dat ze de dochter van een rijke graaf is en haar ouders stierven jong, haar oudere broer voedde haar op en ze hielden van elkaar.

Ze besloten nooit te trouwen, maar bij elkaar te blijven en er was nooit gebrek aan gezelschap in het huis. Een vreemdeling kwam naar het kasteel en vroeg een bed voor de nacht en hij werd gastvrij ontvangen. De broer vroeg de gast enkele dagen te blijven en 's nachts werd de vrouw wakker van muziek en ze ontdekt dat ze als in een nachtmerrie niet meer kan praten. Ze zag de vreemdeling in haar kamer komen, terwijl de deuren gesloten waren en hij vertelt dat hij met zijn toverkracht binnen is gekomen om zijn hand en hart aan te bieden. Ze zwijgt alleen en de man wil zich wreken. De volgende dag wil de vrouw haar broer waarschuwen, maar hij is al met de vreemdeling op jacht gegaan. Ze gaat met een dienaar naar het bos en het paard van de dienaar valt en breekt zijn nek.

De vrouw gaat alleen verder en ziet de vreemdeling naar haar toe komen met een mooi hert aan een teugel, het dier huilt. Ze schiet op de vreemdeling, maar de kogel ketst af op zijn borst en raakt haar paard in het hoofd. De vrouw valt neer en de vreemdeling mompelt enkele woorden, waarna ze bewusteloos raakt. Ze wordt wakker in een glazen kist in de onderaardse grot en de tovenaar vertelt haar daar dat haar broer in een hert is veranderd. Het kasteel is gekrompen en staat als miniatuur in de andere glazen kist. Haar dienaren zijn in rook veranderd en ze zijn in die staat in flessen gestopt en als ze zijn wens vervult, zal alles weer normaal worden. Opnieuw zwijgt de vrouw en de vreemdeling verdwijnt, waarna de vrouw in een diepe slaap valt.

Toen de vrouw haar ogen weer opende, zag ze de kleermaker en haar droom was vervuld. Ze tillen de glazen kist met het kasteel op een brede steen en de steen gaat omhoog. Ze gaan vanuit de andere zaal naar buiten en de jonkvrouw haalt het deksel van de kist. Het kasteel, huizen en boerderijen krijgen hun natuurlijke omvang terug en het tweetal keert terug naar de ondergrondse grot om de flessen te halen. De flessen worden geopend en de blauwe rook verandert in mensen. Dan komt haar broer uit het bos, hij heeft de tovenaar gedood in de gedaante van een stier. Diezelfde dag staan de gelukkige kleermaker en de jonkvrouw voor het altaar om in het huwelijk te treden.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui