De groente-ezel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De groente-ezel is een sprookje dat werd genoteerd door de gebroeders Grimm voor Kinder- und Hausmärchen met volgnummer KHM122. De oorspronkelijke naam is Der Krautesel.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een jonge jager loopt in het bos als een oud moedertje hem om wat voedsel vraagt. Hij geeft wat hij kan missen en wil doorlopen, maar de oude vrouw wil hem nog iets geven voor zijn goedhartigheid. Op zijn weg zal een boom met negen vogels staan, ze vechten om een mantel. Als hij met zijn buks schiet zal er één vogel geraakt worden en zullen ze de mantel aan hem geven. Met deze wensmantel kan de jager overal komen, hij hoeft dit alleen te wensen als hij de mantel draagt. Het hart van de vogel moet opgegeten worden en dan zal de jager elke ochtend een gouden munt onder zijn kussen vinden. Na honderd stappen is de man bij de boom en hij hoort vogels krijsen. De man schiet en de vogels vluchten, één vogel valt dood neer en de jager eet zijn hart. Hij neemt de mantel mee naar huis en de volgende ochtend ligt er inderdaad een gouden munt onder zijn kussen. De jager spaart veel goud op en trekt de wijde wereld in. Hij neemt zijn weitas en geweer mee en komt bij een kasteel.

Een oude vrouw met een mooi meisje kijken naar hem en de oude vrouw vertelt het meisje dat de jongeman een schat in zijn buik heeft. De heks wil het vogelhart en het meisje moet dit voor haar pakken. De jager vindt het meisje erg mooi en komt onder haar bekoring, hij wordt hartelijk onthaald. Al snel denkt hij aan niets anders dan het heksenmeisje. De oude vrouw maakt een toverdrank en het meisje geeft dit aan de jager, waarna hij het vogelhart uitbraakt. Daarna vindt de jager geen goudstukken meer onder zijn kussen. Het meisje eet het vogelhart op en de oude vrouw haalt elke ochtend de gouden munt onder haar kussen vandaan. De oude vrouw wil dan de wensmantel, maar het meisje sputtert tegen. De vrouw wordt kwaad en vertelt wat het meisje moet doen. Op een dag staart het meisje in de verte door het raam en ze lijkt erg bedroefd. Ze vertelt de jager over de Granaatberg met kostbare edelstenen.

De jager wenst zich op de Granaatberg en het meisje is bij hem. Er zijn vele edelstenen en ze zoeken de mooiste uit. De oude vrouw betovert de jager en zijn ogen worden zwaar. Hij rust met zijn hoofd in de schoot van het meisje en valt in slaap. Zij haalt de mantel van zijn schouders en raapt granaten en edelstenen op, waarna ze zichzelf naar huis wenst. Als de jager wakker wordt, vindt hij de ontrouw in de wereld erg groot. Hij ziet drie reuzen aankomen en doet alsof hij slaapt. De reuzen zien hem, maar laten hem liggen. De jager hoort dat de wolken hem zullen grijpen en meenemen en als de reuzen verder gelopen zijn, klimt hij hoger. Een wolkje grijpt hem en hij zweeft langs de hemel en landt in een ommuurde tuin. Hij ziet geen fruit, alleen groente en eet van de sla. Hij verandert in een ezel en eet later van andere sla, waarna hij weer mens wordt. De jager valt in slaap en neemt de volgende ochtend wat van beide kroppen sla mee. De jager komt bij het kasteel van zijn geliefde en hij maakt zijn gezicht bruin, zodat ze hem niet herkennen. Hij vertelt dat hij een boodschapper van de koning is en de lekkerste sla moet zoeken.

Als de oude vrouw hoort dat hij de sla bij zich heeft, wil ze dit proeven. Hij geeft de kwaadaardige krop aan de heks en ze verandert in een ezelin. De meid ziet de sla en proeft er van en wordt ook een ezelin. Ook het heksenmeisje eet van de sla en ook zij holt als ezel naar de binnenplaats. De jager wast zijn gezicht en vertelt dat dit het loon voor trouweloosheid is. Hij bindt ze aan een touw en gaat naar een molen. De jager wil de molenaar betalen als hij voor de dieren zal zorgen, hij moet de oude ezelin elke dag drie klappen geven en één keer voer. De jongere moet één keer klappen krijgen en drie keer voer en de jongste mag geen klappen krijgen, maar wel driemaal voer. Hij gaat terug naar het kasteel en hoort na een paar dagen dat de oude ezelin is gestorven. De andere ezelinnen zijn erg treurig en de jager krijgt medelijden. De molenaar brengt de dieren terug en ze eten van de goedaardige sla. Het meisje valt op haar knieën en vraagt vergeving voor haar daden. Ze vertelt dat haar moeder haar gedwongen heeft. Ze wil een braakmiddel nemen en vertelt waar de wensmantel is. De jongeman zegt dat ze het vogelhart mag houden, hij wil met haar trouwen en de bruiloft wordt gevierd.

Achtergronden[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Grimm, Volledige uitgave (vertaald door Ria van Hengel)

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui