De kabouters

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kabouters
De kabouters

De kabouters is een sprookje dat werd opgetekend door de gebroeders Grimm in Kinder- und Hausmärchen met het nummer KHM39. De oorspronkelijke naam is Die Wichtelmänner, het sprookje is in Engeland bekend als The Elves and the Shoemaker.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het sprookje bestaat uit drie verschillende korte sprookjes.

Eerste sprookje[bewerken]

Een arme schoenmaker heeft nog maar leer voor één paar schoenen en snijdt dit 's avonds op maat. Hij bidt tot Onze Lieve Heer en de volgende ochtend ziet hij dat er al twee schoenen klaar op tafel staan. De schoenen zijn erg mooi en al snel komt een klant die meer betaalt dan de gebruikelijke prijs. Hierdoor kan de schoenmaker leer kopen voor twee paar schoenen. Hij snijdt opnieuw het leer op maat en de volgende ochtend zijn er opnieuw schoenen van gemaakt terwijl hij sliep. Opnieuw komen de klanten al snel en de schoenmaker kan leer voor vier paar schoenen kopen. Dit herhaalt zich keer op keer en de schoenmaker wordt een welvarend man.

Niet lang voor kerstmis stelt de man aan zijn vrouw voor om op te blijven en te kijken wie de schoenen maakt. Ze verstoppen zich in hoeken van de kamer en zien om middernacht twee grappige blote mannetjes die al snel beginnen aan de schoenen. De vrouw wil de mannetjes hun dankbaarheid betonen door ze kleding te geven en ze gaat snel aan de slag. De schoenmaker maakt twee paar kleine schoentjes en ze leggen het op tafel klaar. Als de mannetjes komen zien ze verbaasd de kleding liggen en trekken dit snel aan. Ze dansen de deur uit en komen nooit weer terug, maar de schoenmaker en zijn vrouw hebben succes gehad bij alles wat ze ondernamen zolang als ze leefden.

Tweede sprookje[bewerken]

Een arm dienstmeisje werkt altijd ijverig en vindt op een dag een brief. Ze kan niet lezen en brengt de brief naar haar baas, het is een uitnodiging van kabouters om een kind voor hen ten doop te houden. Het meisje wordt opgehaald door drie kabouters en gaat naar een holle berg. De kraamvrouw ligt in een bed van zwart ebbenhout met knoppen van parels, dekens zijn met goud bestikt en de wieg is van ivoor met een badje van goud. Na de doop smeken de kabouters het meisje nog drie dagen te blijven en ze heeft een vrolijke tijd. Ze stopt haar zakken vol goud als ze naar huis gaat en ze begint thuis te vegen. Maar dan komen er vreemde mensen het huis uit en vragen wat ze aan het doen is. De drie dagen bij de kleine mannetjes in de holle berg zijn zeven jaren geweest. Haar vroegere baas en bazin zijn inmiddels gestorven.

Derde sprookje[bewerken]

Kabouters hebben een wisselkind in een wiegje gelegd en de moeder gaat naar haar buurvrouw om raad te vragen. De buurvrouw zegt dat ze het wisselkind naar de keuken moet brengen en vuur moet maken in de haard. Ze moet water koken in twee eierschalen en daarvan zou het wisselkind moeten lachen, waarna het afgelopen zal zijn. Terwijl de vrouw bezig is zegt de dikkop:

Nu ben ik al zo oud als het Westerwoud, maar koken in een eierschaal heb ik nog nooit aangeschouwd.

Hij begint te lachen en dan komen er een heleboel kaboutertjes die het goede kind bij zich hebben. Ze nemen het wisselkind weer met zich mee.

Achtergronden[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui