De koning van de gouden berg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De koning van de gouden berg is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM92. De oorspronkelijke naam is Der König vom goldenen Berg.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een koopman heeft twee kinderen, een jongen en een meisje. Op een dag vergaan zijn schepen en zijn hele vermogen is weg. Hij heeft nog een akker buiten de stad en als hij daarheen loopt, komt hij een klein zwart mannetje tegen. De koopman vertelt zijn verhaal. Als hij belooft over twaalf jaar het eerste te geven waar hij zijn been tegen stoot als hij thuis is, zal het mannetje hem helpen. De man denkt aan zijn hond en thuis komt zijn kleine jongen naar hem toe en pakt zijn been vast. Een maand later gaat de man naar zolder om oud tin te pakken en ziet dat er een berg geld ligt. Hij wordt een groot koopman en de jongen groeit op. De vader wordt bang en vertelt na lang aandringen wat er aan de hand is.

De jongen vertelt dat de Zwarte Man geen macht over hem heeft. De jongen laat zich zegenen en gaat met zijn vader naar de akker als hij twaalf is. Hij trekt een cirkel rond hen en als het zwarte mannetje komt, zegt de jongen dat hij de verklaring van zijn vader terug moet geven omdat hij hem verleid heeft. De jongen behoort niet tot de Grote Vijand en ook niet meer tot zijn vader, hij moet in een bootje in een snelstromende rivier plaatsnemen. De vader moet hem met zijn voet afduwen en het bootje slaat om. De vader gaat bedroefd naar huis en denkt dat zijn zoon gestorven is.

De jongen komt echter ongedeerd aan bij een oever en ziet een mooi kasteel, alles is betoverd. In een kamer ziet hij een betoverde jonkvrouw als slang. Ze vertelt dat er twaalf zwarte mannen komen als het nacht is. Als ze iets vragen, mag hij geen antwoord geven. Ze zullen hem mishandelen, maar hij mag geen geluid maken en alles stilletjes ondergaan. De volgende nacht zullen twaalf anderen komen en de nacht daarop vierentwintig. Ze zullen zijn hoofd afhakken, maar om twaalf uur is hun macht voorbij en zal de jonkvrouw verlost zijn. Ze heeft levenswater en zal hem weer gezond maken. Het plan lukt en er wordt bruiloft gevierd.

Gevelsteen van herberg Den Gouden Berg

De koningin bevalt van een mooi jongetje en als er acht jaren voorbij zijn, moet de jongen aan zijn vader denken. De koningin geeft hem een wensring mee en deze zal hem naar elke plek brengen als hij dat wenst. Hij moet alleen beloven haar niet naar zijn vader te wensen. Hij wenst zich naar zijn stad en ruilt kleding met een herder, als blijkt dat hij met zijn vreemde kleding niet toegelaten wordt. Zijn vader herkent hem niet en zegt dat zijn zoon dood is. Hij geeft de herder wel eten en de jongen laat zijn wijnvlek zien, waarna zijn ouders het verhaal toch geloven. Hij vertelt dan koning van de gouden berg te zijn, maar dat geloven ze niet omdat hij herderskleding draagt.

De jongen wordt boos en draait aan de ring, waarna de koningin en zijn zoon verschijnen. De koningin is erg teleurgesteld en verdrietig omdat hij zijn belofte gebroken heeft. Ze gaan naar de rivier en in het bootje valt de koning in slaap, de koningin haalt de ring van zijn vinger en doet haar muiltje uit. Ze gaat weg en neemt het kind mee naar huis. De jongen kan niet terug naar huis, omdat zijn ouders zouden denken dat hij een heksenmeester is. Hij vlucht en op weg naar zijn rijk ontmoet hij drie reuzen die ruziën over een erfenis. De jongen wil de degen, mantel en laarzen proberen.

Onzichtbaar en als vlieg bewijst hij dat de mantel werkt. Hij hakt met het zwaard een boom doormidden en dan krijgt hij ook de laarzen. Dan wenst hij zich op de gouden berg en de reuzen zien hun erfenis verdwijnen. Hij hoort muziek en de mensen vertellen dat zijn vrouw bruiloft viert met een ander. Onzichtbaar gaat hij het kasteel in en gaat achter de koningin staan. Hij eet haar eten en drinkt haar drinken en de koningin gaat na een tijdje huilend naar haar kamer. De koning slaat haar in het gezicht en maakt zich zichtbaar. Hij roept de gasten toe dat de ware koning is gekomen en het feest afgelopen is. Maar iedereen lacht hem uit en als ze hem proberen te vangen, hakt hij hun hoofden af. Hij is weer koning op de gouden berg.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Grimm, volledige uitgave (vertaald door Ria van Hengel, 2005)

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui