De koppelaarster (Vermeer)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De koppelaarster
Johannes Vermeer - The Procuress - Google Art Project.jpg
Museum Gemäldegalerie Alte Meister
Locatie Dresden
Kunstenaar Johannes Vermeer
Jaar 1656
Type Olieverf op doek
Afmetingen 143 × 130 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De koppelaarster is een gedateerd en gesigneerd schilderij uit 1656 van de Hollandse meester Johannes Vermeer (1632-1675). Het is in het bezit van de Gemäldegalerie Alte Meister in Dresden, net als Brieflezend meisje bij het venster.

Beschrijving[bewerken]

Met De koppelaarster schilderde Vermeer zijn eerste genrestuk, een voorstelling uit het dagelijkse leven, nadat hij in het begin van zijn loopbaan enkele werken met bijbelse en mythologische onderwerpen had vervaardigd. Hij pakte de zaken ambitieus aan door het op één na grootste schilderij uit zijn oeuvre te produceren. Vermeer liet zijn nieuwe onderwerp, een bordeelscène, evenwel direct weer varen en legde zich na De koppelaarster toe op het schilderen van intieme huiselijke taferelen.

Mogelijk was Vermeer via zijn stadgenoot Carel Fabritius beïnvloed door het werk van diens leermeester Rembrandt. De koppelaarster wordt wel geïnterpreteerd als een variant op een favoriet thema van Rembrandt, de verloren zoon uit de bijbel.[1] De inspiratie voor dit werk lijkt ook te zijn ontleend aan De koppelaarster van Dirck van Baburen, een werk dat enige tijd in het bezit was van Vermeers schoonmoeder Maria Thins en dat Vermeer als achtergrond gebruikte in Het concert en Zittende virginaalspeelster.

Op de balustrade van een bordeel houdt de prostituee een roemer wijn in de ene hand, terwijl haar andere hand zich opent om een munt van haar minnaar in ontvangst te nemen. Deze heeft de andere hand alvast om haar linkerborst gelegd. Haar neergeslagen blik wordt weersproken door de zelfvoldane glimlach, alsof ze verwacht dat meer munten zullen volgen. Links van het stel bekijkt een oudere vrouw, de koppelaarster, het tafereel goedkeurend en met een zekere wellust in haar blik.

Helemaal links heft een jongeman het glas. Gezien het snaarinstrument in zijn andere hand, een luit of een citer, is hij de bordeelmuzikant. De door alcohol vertroebelde lach van de jongeman verraadt zijn medeplichtigheid aan het verdorven schouwspel aan de kijker. Met zijn sierlijke wambuis en schuin gedragen baret is deze figuur het prototype van de kunstenaar, zoals deze in het werk van Rembrandt en ook in Vermeers eigen De schilderkunst werd afgebeeld. Vele kunstkenners vermoeden daarom dat de jonge Johannes Vermeer zichzelf hier heeft geportretteerd.[2]

Eigendom[bewerken]

De koppelaarster bevond zich in 1737 in het Boheemse slot Dux (Duchcov). In 1741 werd het doek gekocht door de keurvorst van Saksen, August III. Sindsdien maakt het werk uit van de collectie van Gemäldegalerie Alte Meister, met een onderbreking tussen 1945 en 1955 toen het schilderij als oorlogsbuit was weggevoerd naar de Sovjet-Unie.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Bailey, A. (2002) Gezicht op Delft. Een biografie van Johannes Vermeer. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker
  • Wheelock, Arthur K. (1997) Vermeer: The Complete Works. New York: Harry N. Abrams
  • Essential Vermeer: The Procuress

  1. Bailey, pagina 91
  2. Bailey, pagina 92