De proef met het bittere water

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De proef met het bittere water of de wet der ijveringen (Num. 5:30) is een godsoordeel dat werd ondergaan door de vrouw wier man vermoedde dat zij zich schuldig had gemaakt aan overspel, maar die geen getuigen had. De proef wordt genoemd in het Bijbelboek Numeri en verder uitgelegd in de Talmoed, in het gelijknamige zevende traktaat van Nasjiem.

Hebreeuwse Bijbel[bewerken]

De proef met het bittere water wordt in het boek Numeri als volgt beschreven:

Aanhalingsteken openen 19 En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt! 20 Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man: 21 (Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make; 22 Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen! 23 Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen. 24 En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.
— -Numeri 5:19-23 (Statenvertaling).
Aanhalingsteken sluiten

Het ritueel is vrij ongebruikelijk in de Hebreeuwse Bijbel, en hoewel sommige geleerden menen dat het in Psalm 109:18 genoemd wordt, is er geen ander Bijbels bewijs dat het ritueel ooit zou zijn uitgevoerd, noch is het bestaan ervan elders in de Bijbel erkend.

Joodse tradities[bewerken]

Misjna en Talmoed[bewerken]

Volgens de Misjna was het gebruikelijk om de vrouw eerst naar de sanhedrin te brengen, voor haar aan de proef te onderwerpen. Herhaaldelijk zou gepoogd worden de vrouw te laten bekennen. Als ze bekende was de proef niet nodig.

Volgens de regels vindt de proef plaats, nadat de vrouw voor een Israëlitische priester gebracht is (Num. 5:15), of wanneer zij voor het aangezicht des HEEREN verschijnt (Num. 5:30). De Misjna vermeldt dat de vrouw ten tijde van de tweede tempel naar de Oostpoort van de tempel gebracht werd, voor de Nikanorpoort.

De vrouw werd geacht haar haar los te maken tijdens het ritueel. Dit wordt vaak gezien als een symbool van haar veronderstelde schaamte, maar volgens Flavius Josephus was het de standaardpraktijk voor iedereen die van enig misdrijf beschuldigd was om zijn haar los te maken, wanneer hij voor de sanhedrin verscheen. De Misjna, echter, stelt dat de vrouw ook van de kleding op het bovenlichaam ontdaan werd.

Ongeacht de oorspronkelijke betekenis werd de beproeving ten tijde van de compilatie van de Talmoed gewoon gezien als een methode om druk uit te oefenen op de vrouw, zodat zij zou bekennen.

Proces[bewerken]

De proef[bewerken]

Het proces vereiste dat de vrouw een door de priester aangereikt drankje moest drinken. De tekst zegt niet hoeveel tijd er verstrijkt, voordat het drankje effect heeft; 19e eeuwse geleerden vermoedden dat het de bedoeling was dat het onmiddellijk effect zou sorteren. Maimonides vertelt van de traditionele Rabbijnse opvatting: "Haar buik zwelt eerst op en dan scheurt haar dij en ze sterft." Aangezien het woord 'dij' in de Bijbel vaak als eufemisme gebruikt wordt voor verschillende voortplantingsorganen, zeggen anderen dat het in dit geval mogelijk de baarmoeder, placenta of een embryo betreft, zodat de vrouw overleeft.

Nachmanides wijst erop dat van alle 613 mitswot, de proef met het bittere water de enige sotahwet is die Gods directe medewerking vereist. Het bittere water werkt alleen door middel van een wonder.

Volgens de tekst moet het drankje gemaakt worden uit water en stof (Num. 5:17); de Masoretische Tekst schrijft wijwater voor, de Targoem interpreteert het als water van de gegoten zee, maar de Septuagint spreekt van stromend water. De passage stelt dat de vloek in het water gewassen werd; dit idee komt mogelijk voort uit het geloof dat de woorden van een vloek een eigen bestaan leiden. Anderen stellen dat de vloek een eufemisme is voor een miskraam of onvruchtbaarheid.

Het drankje moest in een aarden vat gemengd worden (Num. 5:17); dit kan voortkomen uit het idee dat het drankje een taboe was en zich via aanraking kon verspreiden, en dat daarmee ook het vat taboe was en na de proef vernietigd moest worden. De Talmoed en Rasji stellen echter dat dit voorwerp gekozen werd als contrast tussen de hachelijke situatie waarin de vrouw zich bevond en haar gedrag. Ze gaf de overspelige te kiezen wijn te drinken in waardevolle bekers, laat haar daarom bitter water drinken uit een waardeloos aarden vat.

Maimonides schrijft verder: "Als zij sterft, sterft ook de overspelige man tot wie zij zich aangetrokken voelde om mee te drinken, waar hij zich ook bevindt. Deze verschijnselen, het zwellen van de buik en het scheuren van de dij, zullen ook hem treffen. Al het bovenstaande geldt op voorwaarde dat haar man zich nooit heeft ingelaten met verboden seksuele relaties in zijn leven. Als de man echter ooit betrokken was bij verboden relaties, controleert het [bittere] water de [trouw van] zijn vrouw niet."

Het offer[bewerken]

Van de man werd verwacht dat hij een offer bracht aan God, waarschijnlijk vanuit het algemene principe dat niemand iets van God zou moeten verzoeken zonder iets terug te geven. Dit offer moest in de handen van de vrouw geplaatst worden, en wordt letterlijk haar offerande voor haar genoemd; geleerden menen dat het een offer van de man is, ter gelegenheid van het ondergaan van de proef door zijn vrouw, en dat het feit dat de vrouw het vasthoudt dit slechts symboliseert.

Het offer houdt in: een tiende deel van een efa gerstemeel, onvergezeld van olie of wierook. Dit is een goedkopere meelvariant, anders dan in andere offers die in de Bijbel worden voorgeschreven. Van deze specificatie wordt gedacht, dat het een zeldzaam overblijfsel van een eerdere periode is, waarin geen beperking was met betrekking tot het soort meel dat in offers gebruikt kon worden, hoewel de Misjna stelt dat het een verwijzing naar de beestachtige aard van overspel is.

Valse beschuldigingen[bewerken]

Stopzetting van de proef[bewerken]

Volgens Misjna, Sotah 9:9, werd de proef ergens in de eerste eeuw CE afgeschaft onder de heerschappij van Jochanan ben Zakkai. Maar zelfs als het niet zou zijn afgeschaft, zou de rite in onbruik zijn geraakt met de val van de tempel (rond 70 CE), omdat, volgens de Wet, de ceremonie niet elders kon worden uitgevoerd. Verklaringen in rabbijnse literatuur verschillen wat betreft de stopzetting van de proef. Jochanan ben Zakkai schreef:

Aanhalingsteken openen

Toen overspeligen in getal groeiden werd de proef van het bittere water stopgezet, daar de proef van bitter water slechts bij twijfel wordt uitgevoerd. Maar nu zijn er velen die hun minnaars in het openbaar zien.
(When adulterers became many, the ordeal of the bitter water stopped, for the ordeal of bitter water is performed only in a case of doubt. But now there are many who see their lovers in public.)

Aanhalingsteken sluiten

Verwijzingen in het Christendom[bewerken]

Hoewel, net als in het latere Jodendom, het ritueel nooit door christenen werd uitgevoerd werd er door de eeuwen heen wel naar verwezen door christelijke schrijvers in combinatie met overspel en met godsoordelen in het algemeen. Ook wordt in sommige vroegchristelijke legendes het leven van Maria, moeder van Jezus, aangevuld met verhalen waarin Maria de proef ondergaat.

Abortus[bewerken]

Hoewel niets impliceert dat de vrouw zwanger zou kunnen zijn, wordt in verschillende commentaren op de Bijbel de stelling naar voren gebracht dat de beproeving bedoeld was om te worden toegepast op vrouwen die zwanger waren geworden, naar verluidt door hun minnaars. Een mogelijke lezing is dat de proef resulteert in een verzakte baarmoeder als de vrouw schuldig is. Sommige interpretaties beschrijven het als een abortus provocatus of miskraam van het kind als zij inderdaad zwanger is, of een bevestiging van haar onschuld als er geen miskraam wordt waargenomen.

Sommige geleerden interpreteren het bittere drankje als een abortus-inducerend middel dat een miskraam opwekt als de vrouw zwanger is van een andere man. Arnold Ehrlich interpreteert de beproeving zo dat het de vrouw geen schade brengt als zij trouw is, of een abortus opwekt: "het embyro valt."

Seculiere analyse[bewerken]

De tekst lijkt eerst te suggereren dat het offer gebracht moet worden voor de proef wordt ondergaan (Numeri 5:24-25), en vervolgens dat het offer na het ondergaan van de proef moet worden gebracht (Numeri 5:26).

Vanwege het vreemde idee dat de vrouw het drankje twee keer zou moeten drinken, betogen seculiere tekstcritici dat ofwel het eerste voorkomen een latere toevoeging aan de tekst is, ofwel dat het hele verhaal een samenvoeging is van twee eerdere beschrijvingen.

Gelet op het feit dat er twee beschrijvingen van de locatie zijn (tot den priester (Numeri 5:15), en voor het aangezicht des HEEREN (Numeri 5:30)) en de straf tweemaal genoemd wordt (Numeri 5:21 en 5:27) is de verdeling in twee eerdere documenten, eerst voorgesteld door Bernhard Stade, typisch als volgt:

  • de ene versie is die van de proef en het offer voor het aangezicht des HEEREN, waarin de miskraam/abortus resulteert uit het drinken van het drankje.
  • de andere versie is slechts een veroordeling door een priester, waarin de vrouw met haar haar los staat, haar schuld wordt aangenomen en goddelijke interventie (door de betrokkenheid van de priester) veroorzaakt een miskraam/abortus als straf.

Andere seculiere bijbelgeleerden denken dat de proef zelf een samenvoeging is van twee eerdere rituelen, een waarin water gebruikt werd, en een ander waarin stof gebruikt werd. Het gebruik van stof kan verbonden zijn met necromantie. In andere historisch semitische culturen bestaan veel voorbeelden waarin heilig water als taboe gezien werd, en daarom dat aanraking daarvan, of consumptie, gevaarlijk was.

Bronnen, noten en/of referenties