De profundis (psalm)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De psalm De profundis, letterlijk: vanuit de diepten, psalm 130 (129 volgens de nummering van de Septuaginta), is een smeekbede van de mens tot God.

Deze psalm is een van de psalmen die worden gebeden voor een overledene en de aanhef ervan wordt vaak gebruikt als epitaaf.

De psalm is vaak door componisten op muziek gezet, bijvoorbeeld door Josquin Desprez, Orlandus Lassus, Jan Pieterszoon Sweelinck, Johann Sebastian Bach, Felix Mendelssohn-Bartholdy, Franz Liszt (als 'instrumentale psalm'), Edward Elgar, Charles Hubert Parry, Mikalojus Konstantinas Čiurlionis, Marcel Dupré, Arnold Schönberg en Arvo Pärt. Ook de dramatische, postuum gepubliceerde brief van Oscar Wilde draagt deze titel.

Latijnse tekst (Vulgaat)[bewerken]

De profundis clamavi ad te Domine
Domine exaudi vocem meam fiant aures tuae intendentes in vocem deprecationis meae
si iniquitates observabis Domine Domine quis sustinebit
quia apud te propitiatio est propter legem tuam sustinui te Domine sustinuit anima mea in verbum eius
speravit anima mea in Domino
a custodia matutina usque ad noctem speret Israhel in Domino
quia apud Dominum misericordia et copiosa apud eum redemptio
et ipse redimet Israhel ex omnibus iniquitatibus eius.

Nederlandse vertalingen[bewerken]

Er zijn verschillende vertalingen van de psalm in het Nederlands, waaronder:

Vertaling van Guido Gezelle[bewerken]

Uit de diepte roep ik, Heere,
Hoort, ik bidde U, naer myn stem!
Wilt Uw oor te mywaerd keeren
Die om bystand roepend ben!
Sloegt gy al myn zonden gade,
Heer! wie zou niet ondergaen?
Neen! by U, dáer is genade
Heere, uw spreken houdt my staen!
Staende blyve ik op uw spreken
En ik hope in U, o Heer!
Van het eerste morgendbreken,
Tot des avonds wederkeer.
Want by U is medelyden,
Is verzachting des gekwels,
Grooter als het wederstryden
En de boosheid Israëls.
Heere, op dat hun ruste en vrede,
Zy gegeven, bidden wy:
End' hun, in alle eeuwigheden,
't Hemelsch licht geschonken zy!

Nieuwe Bijbelvertaling[bewerken]

Een pelgrimslied.
Uit de diepte roep ik tot u, HEER,
2 Heer, hoor mijn stem,
wees aandachtig, luister
naar mijn roep om genade.
3 Als u de zonden blijft gedenken, HEER,
Heer, wie houdt dan stand?
4 Maar bij u is vergeving,
daarom eert men u met ontzag.
5 Ik zie uit naar de HEER,
mijn ziel ziet uit naar hem
en verlangt naar zijn woord,
6 mijn ziel verlangt naar de Heer,
meer dan wachters naar de morgen,
meer dan wachters uitzien naar de morgen.
7 Israël, hoop op de HEER!
Bij de HEER is genade, bij hem
is bevrijding, altijd weer.
8 Hij zal Israël bevrijden
uit al zijn zonden.

Externe link[bewerken]