De raaf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De raaf is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM93. De oorspronkelijke naam is Die Rabe.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het dochtertje van de koning verandert in een raaf, wanneer haar moeder dit wenst als ze vervelend is. Ze vliegt naar het donkere bos en vraagt een man of hij haar kan verlossen. Hij moet naar het huis van een oude vrouw gaan, maar hij mag niks aannemen van wat ze hen aanbiedt. Hij zal in slaap vallen als hij dit wel doet. Hij moet op een berg looi-schors gaan staan en wachten tot ze langskomt. Elke middag om twee uur zal ze in een koets arriveren, bespannen met vier witte hengsten op de eerste dag. De tweede dag zullen rode, en de derde dag zwarte hengsten de koets trekken. Als hij zal slapen, zal ze niet verlost worden.

De man komt bij de oude vrouw en eet niks, maar na een tijdje laat hij zich verleiden een slok drinken te nemen. Hij gaat naar de tuin en klimt op de looischors, maar valt in slaap. De volgende dag drinkt de man opnieuw een slok en valt weer in slaap op de berg looischors. Hij merkt niks als de raaf met vier bruine hengsten arriveert. De volgende dag vraagt de oude vrouw of hij soms wil sterven en hij antwoordt dat hij niks mag eten en drinken. Maar als hij een bord eten en een glas wijn krijgt, eet en drinkt hij toch en hij valt als een blok in slaap op de berg looischors.

Alles is zwart als de koets arriveert en de raaf legt een brood, een stuk vlees en een fles wijn naast de man. Dit zal nooit minder worden en ze legt de gouden ring van haar vinger aan zijn vinger, haar naam is erin gegraveerd. Ze laat een brief achter waarin ze schrijft dat hij haar alsnog kan verlossen. Hij moet naar het gouden kasteel van de Stroomberg en ze gaat weg. De man wordt wakker en vindt de spullen, hij gaat naar het donkere bos en doolt daar veertien dagen rond. Hij valt in slaap bij een struik en de volgende dag hoort hij gehuil en ziet lampen branden.

Hij komt bij een huis van een reus en vertelt de reus dat hij hem niet hoeft op te eten, omdat hij voor genoeg voedsel kan zorgen. De reus eet naar hartenlust van het voedsel en drinkt van de wijn, de spullen raken nooit op. Op de landkaarten van de reus staat het kasteel van de Stroomberg niet aangegeven. Als de broer van de reus thuiskomt, blijkt hij wel een kaart te hebben waarop het gouden kasteel staat aangegeven. Het is echter duizenden mijlen ver en de reus brengt de man erheen, maar de laatste honderd uur moet de man zelf afleggen. De man loopt dag en nacht door en komt bij het gouden kasteel, maar dit staat op een glazen berg.

De betoverde jonkvrouw rijdt in een koets rond het kasteel en gaat naar binnen. Als de man merkt dat hij de glazen berg niet kan bedwingen, bouwt hij een huisje en zit daar een jaar. Elke dag ziet hij de koningsdochter en op een dag ziet hij drie rovers vechten. Hij roept: "God zij met u" en herhaalt dit drie keer, maar de rovers blijven vechten. De eerste rover blijkt een stok te hebben, die elke deur opent als ermee geslagen wordt. De tweede heeft een onzichtbaarheidsmantel en de derde heeft een paard waarmee je overal kan komen. De man wil met de rovers ruilen en zegt iets waardevollers te bezitten. Hij wil echter eerst testen of ze de waarheid spreken.

Hij klimt op het paard en trekt de mantel aan, met de stok geeft hij de mannen een flink pak slaag. Ze kunnen hem niet zien en de man zegt dat de luilakken hun verdiende loon krijgen. De man gaat op het paard de glazen berg op en slaat de poort open met de stok. De jonkvrouw heeft een gouden kelk met wijn en de man haalt de ring van zijn vinger en gooit deze in de kelk zodat hij rinkelt. De jonkvrouw herkent haar ring en weet dat haar verlosser is gekomen. Ze zoeken de man, die weer naar buiten is gegaan. Hij neemt de mantel af en de mensen schreeuwen van vreugde. De koningsdochter valt in zijn armen en de volgende dag zal de bruiloft worden gevierd.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui