De reis naar het westen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De reis naar het westen
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 西遊記
Vereenvoudigd 西游记
Hanyu pinyin Xīyóujì
Wade-Giles Hsiyu-chi
Jyutping (Standaardkantonees) sai1 jau4 gei3
Weitouhua säi1 yäu4 gi1
Dapenghua Saj Yauw Kie
Hongkong-Hakka si1 yiu2 gi4
Andere benamingen Si-joe tji
De Reis naar het Westen
De oudste editie van De Reis naar het Westen, daterend uit de 16e eeuw.
De oudste editie van De Reis naar het Westen, daterend uit de 16e eeuw.
Oorspronkelijke titel 西遊記
Auteur(s) Wu Cheng'en
Land China
Taal Chinees
Uitgegeven 1590s
Medium print
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
De vier helden uit het verhaal. Van links naar rechts: Sūn Wùkōng, Xuánzàng, Zhū Bājiè, en Shā Wùjìng.

De Reis naar het Westen is een van de vier klassieke romans van de Chinese literatuur. De roman werd oorspronkelijk gepubliceerd in de jaren 90 van de 16e eeuw, tijdens de Ming-dynastie. Hoewel er geen directe bewijzen voor zijn, wordt de roman vaak toegeschreven aan Wu Cheng'en.

In de Westerse wereld staat het verhaal ook bekend als simpelweg Monkey. Deze titel werd gebruikt voor een populaire vertaling van het verhaal door Arthur Waley. De versie van Waley is ook uitgebracht onder titels als Adventures of the Monkey God, Monkey: [A] Folk Novel of China, en The Adventures of Monkey.

Achtergrond[bewerken]

De roman bevat een fictieve vertelling van de legende over de boeddhistische monnik Xuánzàng's, die tijdens de Tang-dynastie een pelgrimstocht naar India zou hebben gemaakt om religieuze boeddhistische teksten genaamd soetra’s te bemachtigen. In de roman wordt deze taak door Gautama Boeddha gegeven aan de monnik. Xuánzàng krijgt drie helpers mee, die hem gedurende de reis tegen meerdere gevaren moeten beschermen als boetedoening voor zonden die ze elk in het verleden hebben begaan. Deze handlangers zijn Sūn Wùkōng (alias “de apenkoning”), Zhū Bājiè en Shā Wùjìng. Verder krijgt Xuánzàng hulp van een drakenprins, die de gedaante van een paard aanneemt zodat Xuánzàng op hem kan rijden.

Volgens sommige geleerden zou het verhaal bedoeld zijn als satire op de Chinese overheid van die tijd. De Reis naar het Westen heeft een grote achtergrond in Chinees volksgeloof, Chinese mythologie en het pantheon van daoïstische onsterfelijken.

Een verklaring voor de populariteit van de roman is dat het op verschillende manieren kan worden opgevat. Het is een avonturenverhaal, een werk dat inzicht geeft in het spiritualisme, en een allegorie voor de reis naar verlichting.

Auteur[bewerken]

Over het algemeen wordt aangenomen dat Wu Cheng'en De Reis naar het Westen heeft geschreven in de 16e eeuw, maar dat hij het werk anoniem publiceerde.[1] Destijds was het de gewoonte om te schrijven in klassiek Chinees, en min of meer werken uit de Tang-dynastie en Han-dynastie te imiteren. Wu liet zich sterk inspireren door volksverhalen die hij als kind had gehoord, en besloot tegen de traditie in zijn verhaal te schrijven in de alledaagse taal die door het gewone volk werd gebruikt. Hij publiceerde het werk anoniem omdat destijds een dergelijk werk zijn reputatie zwaar kon schaden.[1]

Gedurende bijna drie eeuwen werd de roman toegeschreven aan een andere man, een daoïstische priester genaamd Qiu Chuji. Alleen de inwoners van het dorp waar Wu had gewoond wezen hem vanaf het begin aan als de schrijver. Al sinds 1625 hielden ze documenten bij die dit ondersteunden. Daarmee is “De Reis naar het Westen” de eerste Chinese roman waarvan schriftelijk is vastgelegd wie de auteur is.[1]

Desondanks twijfelen sommige geleerden nog steeds aan het feit of Wu wel de echte auteur is van de roman.[2][3] Ook is het niet bekend of de auteur van de roman het hele verhaal werkelijk zelf geschreven heeft, of dat hij elementen uit reeds bestaande volksverhalen bij elkaar heeft geraapt en daar zelf wat extra dingen bij heeft bedacht.[2]

Inhoud[bewerken]

De roman telt 100 hoofdstukken, welke verdeeld kunnen worden over vier afzonderlijke stukken.

Het eerste deel omvat hoofdstukken 1 t/m 7, en is in feite een interne prequel op de rest van het verhaal. Hierin wordt de geschiedenis van Sūn Wùkōng uitgediept. Hij is een aap die wordt geboren uit een steen die wordt gevoed door de vijf elementen. Hij leert de kunst van de Tao, 72 verschillende gedaanteveranderingen, meerdere magische trucs en vechtkunsten, en het geheim van onsterfelijkheid. Hij bouwt al snel een reputatie op als de Qítiān Dàshèng, of "Grote Wijze Gelijk aan de Hemel". Zijn krachten overtreffen na een tijdje zelfs die van de Oostelijke heiligen, en Sūn Wùkōng begint een opstand tegen de hemel. Uiteindelijk blijkt hybris zijn ondergang te worden, en hij wordt door Boeddha gedurende 500 jaar opgesloten onder een berg.

18e-eeuwse Chinese illustratie van een scène uit De Reis naar het Westen
Een geïllustreerde versie van het verhaal.

Het tweede deel omvat hoofdstukken 8 t/m 12, en introduceert het centrale personage uit het verhaal: Xuánzàng. Ook zijn geschiedenis wordt uitgediept. Zo krijgt men een korte biografie van zijn leven te lezen, en de reden van zijn reis. Ontzet over het feit dat het Zuiden enkel hebzucht, zonde, hedonisme en promiscuïteit kent, geeft de Boeddha de Bodhisattva Guanyin de opdracht om in China te zoeken naar iemand die de soetra’s van " Superioriteit en overtuiging van goede wil" terug kan brengen naar het Oosten. Uiteindelijk krijgt Xuánzàng deze opdracht toegewezen door de Keizer van China (aan wie ook een paar hoofdstukken gewijd zijn. Zo wordt er een vermelding gemaakt van zijn reis door de onderwereld en terugkeer naar de levenden).

Het derde gedeelte van het boek is tevens het langste. Het beslaat hoofdstuk 13 t/m 99. Dit gedeelte is het hoofdverhaal, waarin de reis van Xuánzàng en zijn helpers wordt omschreven. Het begint met dat Xuánzàng een voor een zijn helpers ontmoet, die door Guānyīn worden aangespoord zich bij Xuánzàng aan te sluiten als goedmaker voor hun fouten uit het verleden:

  • De eerste is Sun Wukong, die net bevrijd is van zijn opsluiting. Hij is de meest intelligente maar ook meest gewelddadige van de vier. Hij kan enkel in toom worden gehouden door een magische gouden band die door de Bodhisattva om zijn hoofd is geplaatst, en die bij hem hevige pijn voorzaakt als Xuánzàng een magisch woord zegt.
  • De tweede is Zhu Bajie, een humanoïde varken en commandant van de Hemelse Marine. Hij is verbannen naar het rijk der stervelingen omdat hij flirtte met de Godin van de Maan, Chang'e. Hij wordt continue geplaagd door een onstilbare honger naar zowel voedsel als seks. Hij probeert tevens onder zijn taken uit te komen, maar wordt altijd in het gareel gehouden door Sūn Wùkōng.
  • De derde is Sha Wujing, een rivieroger die naar het rijk der stervelingen is verbannen omdat hij de kristallen beker van de Heilige Koninginmoeder heeft gebroken. Hij is erg stil, maar wel betrouwbaar en dient als serieuze tegenpool voor Sūn en Zhū.
  • De vierde is Yùlóng Sāntàizǐ, de derde prins van de drakenkoning. Wanneer de groep hem ontmoet, staat hij op het punt om geëxecuteerd te worden voor het feit dat hij de grote parel van zijn vader in brand heeft gestoken. In vrijwel het gehele verhaal heeft hij de gedaante aangenomen van een paard waar Xuánzàng op kan rijden.

Het gezelschap kan de soetra’s vinden op de Gierenpiek in India, maar de reis daar naartoe wordt lastiger gemaakt door vele tegenstanders en andere problemen die ze onderweg tegenkomen, alsmede een onderling conflict tussen Xuánzàng’ handlangers. De meeste tegenstanders waar de groep mee te maken krijgt zijn fantasiewezens zoals demonen, gobelins en ogres. Het verhaal speelt zich grotendeels af op de dunbevolkte landen langs de zijderoute tussen China en India, zoals Sinkiang, Turkestan en Afghanistan. De omschrijvingen van hoe deze landen eruit zien is echter grotendeels fictief. Meerdere malen wordt gesuggereerd dat de gevaren die de groep tegenkomt allemaal zijn veroorzaakt door het lot en/of Boeddha. Dit omdat geen van de leden van de groep ooit serieus gewond raakt, ondanks de grote aantallen tegenstanders die ze moeten bevechten. Gedurende vrijwel het hele verslag van de reis volgt het verhaal een episodische structuur van elk 1 tot 4 hoofdstukken, waarin Xuánzàng telkens wordt gevangen of de groep een ander obstakel tegenkomt, waarna zijn handlangers een listige (en vaak gewelddadige) manier moeten vinden om dit probleem te overwinnen.

Na een tocht van 14 jaar bereikt de groep eindelijk hun doel, alwaar Xuánzàng de geschriften krijgt van Boeddha.

Hoofdstuk 100 vormt in zijn eentje het vierde deel van het verhaal, en omschrijft de terugreis van de groep naar het Tángkeizerrijk. Na hun terugkeer krijgen alle reizigers een beloning voor hun tocht. Sūn Wùkōng en Xuánzàng worden zelf Boeddha’s, Wùjìng wordt een Arahant, de draak en Naga en Bājiè, wiens goede daden altijd worden verhinderd door zijn hebzucht, wordt benoemd tot altaar-schoonmaker (wat inhoudt dat hij zich te goed mag doen aan het overtollige voedsel dat geofferd wordt op het altaar).

Bewerkingen[bewerken]

De Reis naar het Westen is meerdere malen bewerkt voor onder andere theater, televisie en film. Een overzicht:

Toneel[bewerken]

Maart 2012.

  • AAP! - de reis naar het westen Greg en Baud producties in samenwerking met Picasso Lyceum Schooltoneel

Film[bewerken]

Live-actiontelevisieseries[bewerken]

Animatie[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c Hu Shih, Introduction, Grove Press, New York, 1942, p. 1–5
  2. a b Jenner, W.J.F. (1984). "Translator's Afterword." in trans. W.J.F. Jenner, Journey to the West, volume 4. Seventh Edition.
  3. Shi Changyu (1999). "Introduction." in trans. W.J.F. Jenner, Journey to the West, volume 1. Seventh Edition. Beijing: Foreign Languages Press. pp. 1–22.
  4. Love HK Film Reference